Geopolitieke spanningen, economische rivaliteit en technologische versnelling zorgen voor een guurder klimaat. Oude zekerheden bieden steeds minder houvast. Waar we ooit rekenden op een stabiele internationale orde en impliciet vertrouwen in steunpilaren en bondgenoten zoals de Verenigde Staten, is dat niet langer vanzelfsprekend. Mark Carney, premier van Canada, sprak tijdens zijn toespraak in Davos over “een breuk in de wereldorde, het einde van een aangename illusie en het begin van een harde realiteit.”
Voor commissarissen en bestuurders betekent deze realiteit dat anticiperen geen luxe is, maar een noodzaak. Hoe vertaal je geopolitieke schokken, handelsconflicten of digitale dreigingen naar effectief toezicht, strategische keuzes en risicobereidheid? Deze vragen stonden centraal tijdens de jaarlijkse EY rondetafelbijeenkomsten voor commissarissen.
In de bijbehorende EY-paper Zwemmen in een vijver vol zwarte zwanen worden deze inzichten verder uitgewerkt. De paper biedt inzichten van ongeveer zeventig vooraanstaande commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen, grote familiebedrijven en semipublieke organisaties om organisaties beter voor te bereiden op een wereld waarin zekerheid minder vanzelfsprekend is.
Geen onderbuikgevoel, maar scenario-denken
Crises verschillen in aard, duur en timing, en zijn zelden volledig voorspelbaar. Tegelijkertijd bieden oude zekerheden steeds minder houvast. Marktvolatiliteit, energieonzekerheid, IT-uitval en cyberdreigingen stapelen zich snel op. Voor commissarissen geldt: anticiperen is geen luxe, maar een verplichting.
Weerbaarheid gaat niet over het vermijden van risico’s, maar over het vermogen om snel te reageren, flexibel te organiseren en effectief samen te werken. Stresstests, simulaties en scenario-oefeningen maken blinde vlekken zichtbaar en vergroten strategisch voordeel. Risico’s die anderen verlammen, kunnen strategische kansen bieden voor wie voorbereid is en durft te handelen.
Daarnaast speelt cultuur een doorslaggevende rol. Informele normen en individuele overtuigingen bepalen hoe medewerkers reageren in crisissituaties. Door gedrag en cultuur structureel te monitoren en te koppelen aan besluitvorming, processen en KPI’s kunnen commissarissen vroegtijdig ingrijpen en wendbaarheid stimuleren. Organisaties die dit combineren met crisis-oefeningen, leren sneller van verstoringen, betreden sneller nieuwe markten en benutten kansen die anderen over het hoofd zien.
Wil Nederland nog industrie bedrijven?
Die vraag dringt zich steeds nadrukkelijker op nu de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie onder druk staat. Hoge energiekosten, complexe regelgeving en trage besluitvorming remmen investeringen in strategische sectoren. Dat vertaalt zich ook internationaal: volgens het jaarlijkse EY Attractiveness Survey is Nederland in korte tijd gedaald van de top vijf naar de tiende plaats van aantrekkelijkste landen voor buitenlandse investeringen.
Tegelijkertijd signaleren commissarissen dat de nadruk vaak ligt op het verdelen van middelen in plaats van op het opbouwen van capaciteit. Zoals het treffend wordt verwoord: "het gaat niet om wie van de taart eet, maar om wie de taart bakt." Als Nederland serieus industrie wil blijven bedrijven, is een strategisch economisch structuurbeleid noodzakelijk. Dat vraagt om scherpe keuzes voor een beperkt aantal sectoren waarin Nederland daadwerkelijk kan excelleren.
Publiek-private samenwerking speelt hierin een sleutelrol. Door voorspelbaarheid en investeringszekerheid te creëren, kan de basis worden gelegd voor innovatie, kennisontwikkeling en digitale weerbaarheid. Zonder die langetermijnvisie blijft de industrie kwetsbaar en versnipperd.
Ook de toegang tot kapitaal vormt een belangrijk knelpunt. Met name start-ups en scale-ups hebben moeite om voldoende financiering aan te trekken, waardoor potentiële nationale waarde verloren dreigt te gaan. Een coherent structuurbeleid, gecombineerd met gerichte investeringen in strategische sectoren, kan Nederland beter positioneren als relevante speler binnen Europa en daarbuiten.
Het rapport-Wennink laat zien dat de bereidheid tot samenwerking groeit. Het optimisme en de energie die ontstaan wanneer overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen elkaar weten te vinden, maken duidelijk dat samenwerking loont.