man in yellow jacked looking over city at night
Man contemplating the skyline of hong kong

Nieuwe AI-dreigingen vragen om nieuwe cyberweerbaarheid

EY-onderzoek laat zien hoe organisaties hun cyber resilience versterken in een tijdperk van AI-gedreven dreigingen.


In short

  • Frontier AI maakt cyber resilience een bestuursvraagstuk, omdat risico’s sneller ontstaan dan traditionele besluitvorming kan volgen.
  • Organisaties moeten hun vulnerability area zichtbaar maken en prioriteit geven aan assets die continuïteit direct raken.
  • AI kan de verdediging versnellen, mits governance, menselijk toezicht en duidelijke mandaten stevig zijn ingericht.

Lange tijd werd resilience vooral gezien als een aangelegenheid van cybersecurity en IT. Met de opkomst van frontier AI is dat beeld achterhaald. Weerbaarheid gaat inmiddels net zo goed over vertrouwen, reputatie en bedrijfscontinuïteit, thema’s die onmiskenbaar op de bestuurstafel horen. Het beschermen van de meest kritieke assets blijft nodig, maar of een organisatie werkelijk weerbaar is, wordt steeds meer bepaald door haar vermogen om ook grip te houden op assets, identiteiten en afhankelijkheden die zich buiten het scherpste blikveld bevinden.

Frontier AI-modellen zorgen voor een fundamentele verandering in hoe organisaties met risico en weerbaarheid omgaan. Dat modellen zelfstandig kwetsbaarheden kunnen opsporen en uitbuiten, heeft menig organisatie op het verkeerde been gezet. AI zelf is immers niet nieuw; wat overvalt, is de schaal en het tempo waarmee deze modellen zich ontwikkelen. Waar er vroeger nog ruimte was om lekken te dichten voordat ze werden misbruikt, kan die marge nu volledig wegvallen. Frontier AI voert taken uit op een snelheid die menselijk ingrijpen ver achter zich laat.

Zo bezien snijdt frontier AI aan twee kanten. Aan de ene kant brengt het nieuwe risico’s met zich mee, doordat aanvallers zwakke plekken sneller opsporen en misbruiken. Aan de andere kant liggen er ook kansen. Vanuit cyberperspectief kan AI helpen om de verdediging te versterken, bijvoorbeeld door detectie, prioritering en respons te versnellen. Omdat mens en technologie geen gelijkwaardige partij vormen, is het inzetten van AI tegen AI eigenlijk onvermijdelijk. Dat vraagt wél om een verantwoorde aanpak: heldere checks and balances, passende governance en menselijk toezicht, zodat AI-agents niet te veel bevoegdheden naar zich toe trekken.

In deze omgeving moet veerkracht opnieuw worden gedefinieerd en meer omvatten dan alleen herstel na incidenten. Voor bestuurders betekent dit dat besluitvorming onder druk komt te staan. Niet alleen omdat risico’s sneller evolueren, maar vooral omdat de informatie die nodig is om deze risico’s te begrijpen vaak gefragmenteerd, vertraagd of onvolledig is. Cybersecurityleiders moeten hun organisaties daarom helpen continu te begrijpen waar kwetsbaarheid zich opstapelt, prioriteit te geven aan wat werkelijk kritisch is voor de continuïteit van de organisatie en te reageren met een snelheid die dichter bij de dreigingen ligt die nu ontstaan.Die opgave vraagt om een geconsolideerd beeld vanuit meerdere functies, zoals risk, IT, tax en de business. Tegelijkertijd groeit de afhankelijkheid van complexe ecosystemen, waardoor het steeds lastiger wordt om een volledig en actueel beeld te krijgen van waar de grootste kwetsbaarheden zich bevinden. De kernvraag voor bestuurders is daarmee hoe zij onderbouwde beslissingen nemen in een omgeving waarin ze per definitie niet alles kunnen zien en blinde vlekken direct impact kunnen hebben op de continuïteit van de organisatie.

De 2026 EY Global Cybersecurity Leadership Insights Study laat zien waar kwetsbaarheid zich mogelijk opstapelt. Op basis van een enquête onder meer dan 800 cybersecurityleiders en een analyse van 475 assettypen ontdekten we dat 36% van de assets van organisaties binnen een gebied valt dat wij de “vulnerability area” noemen: de groep assets met benedengemiddelde zichtbaarheid en cybersecuritydekking.

36%
36%
van de assets van organisaties valt gemiddeld in de vulnerability area.

Waarom de vulnerability area nu belangrijk is

Een bijproduct van de gangbare “crown jewels”-benadering van cybersecurity, waarbij bescherming vooral wordt gericht op de meest waardevolle assets, is dat gaandeweg een groep assets ontstaat die onvoldoende beschermd is. Juist in een tijd waarin organisaties niet alles kunnen voorkomen en ook niet alles kunnen beschermen, wordt het essentieel om scherp te bepalen wat werkelijk kritisch is voor het functioneren van de organisatie.

Waar deze afweging in het verleden misschien acceptabel was, vinden aanvallers steeds vaker kwetsbaarheden “aan de randen” van de organisatie en koppelen zij aanvallen aan elkaar om waardevollere assets te bereiken. Frontier AI en al publiek toegankelijke AI-modellen versnellen dit paradigma. Onderbeschermde assets worden bereikbaarder voor een bredere groep aanvallers en de tijd tussen het ontdekken en benutten van een kwetsbaarheid wordt steeds korter. Volgens het CrowdStrike 2026 Global Threat Report daalde de gemiddelde eCrime breakout time naar 29 minuten, wat laat zien hoe snel aanvallers kunnen bewegen van initiële toegang naar laterale beweging.1

Bemoedigend is dat de groep “Secure Creators”, respondenten die in eerdere onderzoeken zijn geïdentificeerd als organisaties met meer volwassen cybersecurityfuncties dan hun peers, opnieuw naar voren kwam. In het onderzoek van dit jaar valt gemiddeld slechts 30% van de assets van Secure Creators in de vulnerability area, tegenover 42% bij “Prone Enterprises”, de achterblijvende groep.

Secure Creators waren beter voorbereid op het kantelpunt rond frontier AI, omdat zij strategieën hadden die het aanvalsoppervlak beter afdekken, een strategie die we beschreven in ons onderzoek uit 2023. Zij konden sneller reageren op en zich aanpassen aan door AI versterkte dreigingen, omdat cybersecurity al was geïntegreerd in hun organisatiebrede resilience-strategieën.

CISO’s, raden van bestuur en de C-suite die deze strategieën aanjagen en de vulnerability area verkleinen, zijn beter voorbereid wanneer het volgende kantelpunt zich aandient.

Aerial drone night shot of city street lights in Lugano
1

Chapter 1

De vulnerability area identificeren

De vulnerability area concentreert zich in bepaalde assetcategorieën en verschilt per sector. Naarmate het tempo van verandering versnelt, zal deze zone blijven verschuiven.

Voor veel raden van bestuur, C-suites en toezichthouders hebben de recente onthullingen over frontier AI-risico’s bevestigd dat cybersecurity een cruciaal onderdeel is van resilience. Voor CISO’s vraagt het bouwen aan resilience voor toekomstige cybersecuritykantelpunten om inzicht in drie verschuivingen die het risico rond assets in de hele organisatie veranderen:

  • Snelle AI-experimenten en AI-adoptie vergroten en veranderen het aanvalsoppervlak.
  • Steeds complexere ketens van derde partijen en software supply chains brengen risico’s met zich mee voor assets buiten de directe controle van organisaties.
  • Dreigingen waarbij AI wordt ingezet kunnen kwetsbaarheden in onderbeschermde assets benutten om zich lateraal door organisaties te bewegen.

Deze verschuivingen raken niet alle assets op dezelfde manier. Het identificeren van de vulnerability area helpt CISO’s om deze veranderingen op een gedetailleerder niveau te begrijpen en de zichtbaarheid en dekking te verbeteren van assets waar risico zich opstapelt.

Ons onderzoek meet ook hoe vaak assets veranderen op een manier die vraagt om bijgewerkte beveiligingsmaatregelen. Assets die vaak worden bijgewerkt, zoals een AI-tool voor voorraadbeheer of een administratief systeem in de cloud, kunnen zichtbaarheidstekorten en dekkingsgaten veroorzaken bij cybersecurityfuncties die niet zijn ingericht op een hoog veranderingstempo. Respondenten noemden de snelheid van technologische verandering dan ook als de grootste uitdaging bij het actueel houden van assetregisters.

Hoewel respondenten uit verschillende sectoren sectorspecifieke assetlijsten kregen, was elke assetlijst gegroepeerd in de volgende categorieën:

  • AI-systemen en -tools
  • Cloudassets
  • Data-assets
  • Ecosystemen en derde partijen
  • Netwerkinfrastructuur
  • Digitale assets zonder AI
  • OT en fysieke assets

OT en fysieke assets (57% van de assets in de vulnerability area), ecosystemen en derde partijen (49%), AI-systemen en -tools (47%) en netwerkinfrastructuur (38%) vallen het vaakst in de vulnerability area.


Het is niet verrassend dat OT en fysieke assets de categorie vormen die het vaakst in de vulnerability area valt; deze assets liggen vaak buiten de directe verantwoordelijkheid van de cybersecurityfunctie. In het verleden was dit voor bestuurders mogelijk een acceptabel risico. Nu fysieke AI zich verspreidt, eerder afgeschermde assets steeds vaker met netwerken worden verbonden en de dreiging voor OT door frontier AI toeneemt, zouden CISO’s het voortouw moeten nemen bij de bescherming van deze assets. Dat begint met beter zicht op het aanvalsoppervlak.

Ecosystemen en derde partijen, de tweede categorie die het sterkst vertegenwoordigd is in de vulnerability area, worden steeds belangrijker voor kritieke processen: van software en cloudinfrastructuur tot logistiek en dienstverlening. Naarmate hun belang groeit, hebben zij vaker permanente en bevoorrechte toegang tot interne netwerken en omgevingen. Daardoor wordt het aanvalsoppervlak materieel groter. Agentic AI kan deze dynamiek verder versterken, omdat effectieve toepassing vaak vereist dat AI-leveranciers toegang hebben tot meerdere functies of zelfs tot de hele organisatie.

Daarbij gaat het niet alleen om het interne gebruik van AI door de organisatie en individuele werknemers, maar ook om AI-gebruik door derde partijen in het ecosysteem. Bestuurders moeten daarom inzicht krijgen in afhankelijkheden, single points of failure en de mitigerende maatregelen die daarbij horen. Beschouw dit als een wegenkaart die de infrastructuur van de organisatie tot in detail zichtbaar maakt, inclusief doodlopende wegen en potentieel gevaarlijke routes buiten de eigen organisatiegrenzen.

Tegenstanders benutten deze blootstelling en richten zich vaak op derde partijen als eerste toegangspunt, voordat zij lateraal bewegen naar de primaire doelomgeving. Om deze blootstelling te verminderen zonder kritieke relaties met derde partijen te beperken, moeten CISO’s fundamentele controlegaten dichten die uit ons onderzoek naar voren komen: 47% van de organisaties segmenteert hun omgevingen niet goed en 59% heeft geen volledige assettelemetrie, waardoor zichtbaarheid afneemt en detectie vertraagt.

47%
47%
van de organisaties segmenteert de eigen omgeving niet goed.
59%
59%
van de organisaties mist volledige assettelemetrie.

AI-systemen en -tools vormden de derde grootste categorie in de vulnerability area. AI zorgt voor uitdagingen aan beide kanten van de berekening van de vulnerability area: zichtbaarheid en dekking. Zichtbaarheid komt op meerdere manieren onder druk te staan. De uitrol van generatieve AI leidt vaak tot schaduwgebruik en niet-geregistreerde datastromen doordat medewerkers tools gebruiken buiten goedgekeurde kanalen. Agentic AI voegt daar nieuwe blinde vlekken aan toe door de groei van agents, identiteiten, toolkoppelingen en autonome acties die moeilijk te inventariseren en te monitoren zijn. Gaten in de beveiligingsdekking versterken dit probleem, omdat veel securityteams nog geen consistente controles, testen, monitoring of governance toepassen op AI-systemen en -tools die snel veranderen en verbonden zijn met gevoelige data en workflows.

Netwerkinfrastructuur, waarvan 38% van de assets in de vulnerability area valt, is de vierde grootste categorie maar een topprioriteit voor CISO’s. Aanvallers, met name statelijke actoren, richten zich steeds vaker op perimeterapparaten zoals VPN-gateways, firewalls, routers en edge-netwerkapparatuur als eerste toegangspunt. Vergeleken met moderne clouddiensten of endpointsoftware hebben veel van dit soort netwerkapparaten kenmerken zoals aangepaste firmware of trage patchcycli, waardoor ze nog gevoeliger kunnen worden voor dreigingen die door frontier AI worden versterkt. Het is cruciaal dat CISO’s deze assets uit de vulnerability area halen door hun zichtbaarheid en cybersecuritydekking te verbeteren.

Analyse van de vulnerability area per sector


Onze analyse laat sectorpatronen zien in de vulnerability area. In grote lijnen hebben sectoren die sterker afhankelijk zijn van OT-assets, zoals Infrastructure, Mining & Metals, Power & Utilities, Oil & Gas en Chemicals, meer assets in de vulnerability area. De meeste sectoren met de minste assets in de vulnerability area, zoals Government & Public Sector, Banking & Capital Markets, Insurance en Aerospace, Defense & Mobility, kennen doorgaans regelgevingsregimes die strengere beveiligingsregels afdwingen.


De vulnerability area per sector

Selecteer hieronder de industrie en sector om meer te lezen over de bijbehorende vulnerability area.

Asian man watching the Singapore skyline at night
2

Chapter 2

Volledige zichtbaarheid krijgen om de vulnerability area te verkleinen

Gedeeltelijke zichtbaarheid van assets volstaat niet langer nu dreigingen door frontier AI het aanvalsoppervlak vergroten.

Ons onderzoek toont aan dat 70% van de cybersecurityleiders gelooft dat hun grootste risico’s zich in blinde vlekken bevinden.

Nu raden van bestuur en C-suites na de recente onthullingen over frontier AI-kwetsbaarheden meer oog hebben voor cybersecurityrisico, zouden CISO’s dit moment moeten benutten om te investeren in organisatiebrede zichtbaarheid.

70%
70%
gelooft dat hun grootste cybersecurityrisico’s zich in blinde vlekken bevinden.

Ons onderzoek toont aan dat veel cybersecurityfuncties met een achterstand beginnen. Op basis van onze analyse van open tekstantwoorden zijn de grootste uitdagingen van respondenten bij het bereiken van assetzichtbaarheid de complexiteit van afhankelijkheden, beperkte middelen en de governance van assetdata.2 Slechts 43% van de respondenten gebruikt geautomatiseerde methoden om assets te identificeren en te inventariseren, en 45% zei erop te vertrouwen dat hun assetinventaris volledig en actueel is.


Het uitsluitend gebruiken van handmatige, losstaande methoden voor assetidentificatie is een bedreiging voor de resilience van de organisatie in een wereld waarin tegenstanders binnen seconden kwetsbaarheden kunnen vinden en benutten in systemen die voor cybersecurity onzichtbaar zijn.Deze methoden sluiten ook niet aan op de manier waarop toekomstige, met agentic AI uitgeruste organisaties worden georganiseerd en aangestuurd. In agentic AI-omgevingen, waar software-agents identiteiten, permissies en toolkoppelingen op machinesnelheid kunnen aanmaken en gebruiken, zijn handmatige methoden voor assetidentificatie te traag en te versnipperd om een accuraat beeld te behouden van wat er bestaat, hoe het op elkaar inwerkt en waar risico zich opstapelt.

Secure Creators, de kopgroep van respondenten in ons onderzoek, lijken beter voorbereid op door frontier AI versterkte dreigingen omdat zij dichter bij volledige organisatiebrede zichtbaarheid staan en de onderlinge verbanden tussen hun assets beter begrijpen. Dit blijkt uit een aanzienlijk hogere tevredenheid over configuratiemanagementdatabases (85% tegenover 45% van de Prone Enterprises), wat CISO’s een betrouwbaarder beeld geeft van wat het belangrijkst is en waar blootstelling zich concentreert.

Toonaangevende CISO’s bouwen op deze basis voort door te verschuiven naar autonome, AI-ondersteunde discovery, prioritering en herstel, ondersteund door continue telemetrie en dreigingsgebaseerde blootstellingsmonitoring. Zij combineren deze capabilities met duidelijk, cross-functioneel eigenaarschap voor herstel en integreren security in de softwareontwikkelcyclus. Zo kunnen organisaties AI veiliger adopteren en effectief opereren in autonome, agent-gedreven omgevingen.

Naast assetzichtbaarheid zijn Secure Creators ook verder dan hun peers in het mappen van netwerken, identiteiten en afhankelijkheden, een cruciale capability in een wereld waarin aanvallers die AI inzetten zich steeds vaker richten op identiteits- en vertrouwensmechanismen als toegangspunt om zich snel lateraal door organisaties te bewegen. Secure Creators, die hun netwerkmappingcapaciteiten vaker hoog beoordelen (67% geeft hoge scores tegenover 59% van de Prone Enterprises), bouwen uitgebreide zichtbaarheidskaarten op binnen hun organisaties.

Naarmate het begrip “identiteit” zelf verandert met de uitrol van agentic AI, zijn CISO’s met het beste fundamentele inzicht in hun aanvalsoppervlak en de wisselwerking tussen netwerken en afhankelijkheden het best gepositioneerd om de groei van niet-menselijke, dynamische machine-identiteiten te beheersen.

Naast inzicht in assets lopen 'Secure Creators' ook voor op hun vakgenoten als het gaat om het in kaart brengen van netwerken, identiteiten en onderlinge afhankelijkheden. Dit is een cruciaal vermogen in een wereld waarin aanvallers die gebruikmaken van AI zich steeds vaker richten op identiteits- en vertrouwensmechanismen als toegangspoort om zich snel zijwaarts door organisaties te kunnen verplaatsen. Secure Creators – die vaker een hoge waardering geven aan hun capaciteiten op het gebied van netwerkinventarisatie (67% geeft een hoge score, tegenover 59% bij kwetsbare organisaties) – bouwen aan uitgebreide overzichten van hun volledige organisatieomgeving.

Nu het begrip 'identiteit' verandert door de uitrol van agent-gebaseerde AI, zijn CISO's met het beste fundamentele inzicht in hun aanvalsoppervlak en de wisselwerking tussen netwerken en afhankelijkheden het best in staat om de wildgroei aan niet-menselijke, dynamische en op machinesnelheid opererende identiteiten te beheren.

Sunset on Saigon riverside,  in Ho Chi Minh city, Vietnam
3

Chapter 3

Resilience bouwen voor de volgende cyberdisruptie

Het huidige moment is een katalysator voor organisaties om cybersecurity dieper te integreren in de resilience van de onderneming, voordat het volgende kantelpunt zich aandient.

In een NAVI-wereld leiden kantelpunten tot nog meer kantelpunten, wat betekent dat raden van bestuur en C-suites verder moeten denken dan de dreigingen die frontier AI-modellen vandaag vormen. In ons onderzoek, uitgevoerd in de weken vóór de recente onthullingen over frontier AI, voelde slechts 45% van de cybersecurityleiders zich voorbereid op door AI versterkte dreigingen. Slechts 21% is voorbereid op quantumdreigingen.

Om zich op deze risico’s voor te bereiden, en op risico’s die we ons nu nog niet kunnen voorstellen, moeten organisaties resilience-strategieën ontwikkelen waarin cybersecurity diep is geïntegreerd. Deze strategieën moeten organisaties in staat stellen hun fundamentele beloften aan stakeholders ook bij disruptie waar te maken. Dat vraagt om het definiëren en verdedigen van de minimum viable enterprise: de kritieke capabilities, assets en afhankelijkheden die nodig zijn om de kernactiviteiten overeind te houden. Bestuurders moeten haarscherp weten welke systemen bij grote disruptie beschikbaar moeten blijven, welke tijdelijk kunnen worden uitgeschakeld en welke processen prioriteit krijgen.

Dat inzicht ontstaat niet vanzelf. Organisaties moeten business impact assessments uitvoeren, risicoanalyses ontwikkelen en scenario’s testen voor situaties waarin bijvoorbeeld 72 uur lang geen IT beschikbaar is of datacenters uitvallen. De uitvoering kan worden belegd op het eerste niveau onder de raad van bestuur, in nauwe samenwerking tussen business continuity management, risicomanagement, cybersecurity en de business. Niet elke organisatie heeft daarvoor een aparte Chief Resilience Officer nodig; het belangrijkste is dat resilience structureel onderdeel is van de bestuurlijke agenda.

Wil cybersecurity de resilience versterken, dan moeten verdedigingsmechanismen veel dichter bij machinesnelheid opereren en structureel aansluiten op het dreigingslandschap. Resilience hangt af van continue monitoring, hoogwaardige intelligence en geautomatiseerde detectie en respons. Tegelijkertijd moet de menselijke toets behouden blijven: AI kan de snelheid en schaal van verdediging vergroten, maar governance, mandaat en verantwoordelijkheid moeten duidelijk belegd blijven. Leiders hebben een verbonden beeld nodig van het aanvalsoppervlak dat laat zien hoe systemen, identiteiten, derde partijen en afhankelijkheden op elkaar inwerken en hoe verstoringen zich kunnen verspreiden.

Frontier AI en toekomstige kantelpunten zullen de kosten van uitgestelde modernisering van de onderneming blootleggen. Een recent onderzoek dat de langlopende onderzoekssamenwerking ondersteunt tussen EY en de Saïd Business School van de Universiteit van Oxford laat zien dat het aantal organisaties dat gemotiveerd is om grootschalige transformaties door te voeren om hun cybersecurity te verbeteren met 28% is gestegen. Legacy-architecturen, opgebouwde technische schuld en slecht begrepen complexiteit vormen resilience-risico’s tegenover snellere, meer adaptieve dreigingen. Duurzame resilience vereist dat structurele zwakheden direct worden aangepakt, in plaats van er voortdurend omheen te blijven werken.

Resilience coördineren buiten de eigen organisatie

Ontwikkelaars van frontier AI-modellen hebben ecosysteembrede initiatieven gelanceerd als reactie op een nieuwe realiteit: de ontdekking van kwetsbaarheden versnelt sneller dan de meeste organisaties zelfstandig problemen kunnen valideren en verhelpen. Naast deze inspanningen brengen initiatieven zoals CrowdStrike’s Project QuiltWorks, een branchecoalitie die AI gebruikt om kwetsbaarheden te identificeren, te valideren en te prioriteren voordat ze kunnen worden benut, securityproviders, AI-onderzoekers en organisaties waaronder EY samen om gecoördineerde risicoreductie te versnellen.

“Project QuiltWorks draait om het inzetten van frontier AI om organisaties te helpen opkomend risico voor te blijven”, aldus Fabio Fratucello, Field CTO World Wide, CrowdStrike. “Aangedreven door toonaangevende frontier AI-modellen brengt QuiltWorks de securityexpertise van CrowdStrike en branchepartners zoals EY samen om kwetsbaarheden te helpen identificeren, te begrijpen hoe ze door tegenstanders aan elkaar kunnen worden gekoppeld en risico in reële omgevingen te valideren. Het doel is organisaties te helpen prioriteit te geven aan herstel en blootstelling te verminderen voordat kwetsbaarheden kunnen worden gebruikt als wapen.”

Voor deelnemende organisaties kunnen deze initiatieven eerder zicht bieden op opkomende kwetsbaarheden, snellere validatie en beter gecoördineerde herstelinspanningen over onderling verbonden ecosystemen. In bredere zin profiteert de sector wanneer kwetsbaarheden vroeg in de keten worden geïdentificeerd en aangepakt door technologieleveranciers, wat systeemrisico verkleint en organisaties helpt blootstelling te beperken voordat kwetsbaarheden worden benut.

Resilience hangt af van het beheersen van cybersecurityrisico’s van identiteiten en SaaS-providers

Slechts 48% van de respondenten heeft er vertrouwen in dat zij een incident in hun supply chain snel kunnen detecteren.
Resilience en bedrijfscontinuïteit hangen steeds meer af van vertrouwen in derde partijen die kritieke bedrijfsprocessen ondersteunen. Deze constructie oogt kwetsbaar tegenover toenemende identiteitsgebaseerde cyberaanvallen, die misbruik maken van identiteitsprotocollen die directe interactie vereisen tussen gevoelige interne resources en SaaS-providers. Zoals benadrukt in het CrowdStrike 2026 Global Threat Report was 82% van de detecties malwarevrij, wat aantoont dat veel moderne inbraken steeds vaker steunen op gecompromitteerde identiteiten, legitieme inloggegevens en vertrouwde toegangspaden in plaats van op malware.

slechts
48%
48%
heeft er vertrouwen in dat zij een incident in hun supply chain snel kunnen detecteren.

Snellere ontdekking en uitbuiting van kwetsbaarheden versterken het probleem. Veel externe leveranciers, vooral kleinere en minder goed toegeruste bedrijven, kunnen mogelijk onvoldoende aantonen dat zij kwetsbaarheden die door frontier AI zijn blootgelegd ook daadwerkelijk verhelpen of patchen. Het identificeren en valideren van alternatieve providers is één oplossing, maar in veel gevallen bestaan er geen bruikbare alternatieven, vooral wanneer kritieke processen afhankelijk zijn van een klein aantal gespecialiseerde leveranciers.

Om deze realiteit het hoofd te bieden, moeten organisaties hun manier van omgaan met derde partijen aanpassen om resilience op te bouwen en de opkomst van identiteitsgebaseerde dreigingen tegen te gaan. Dat betekent een verschuiving van periodieke leveranciersbeoordelingen en “een VPN en een contract” naar continue, identiteitsgerichte, least-privilege en gemonitorde toegangspatronen, gecombineerd met assurance op de supply chain en runtime-guardrails.
Secure Creators lopen al voorop. Zij hebben vaker verplichte en verifieerbare beveiligingseisen voor derde partijen met toegang tot de omgeving van hun organisatie (55% heeft deze eisen tegenover 39% van de Prone Enterprises). Ook hebben zij aanzienlijk meer vertrouwen in hun vermogen om een cybersecurityincident in hun supply chain (68% tegenover 30%) of in een datacenter (81% tegenover 49%) snel te detecteren.

Het uitbreiden van het cybersecuritymandaat over OT en fysieke assets is cruciaal voor resilience van de onderneming

OT valt niet altijd volledig binnen het mandaat van cybersecurity, maar CISO’s moeten worden geraadpleegd wanneer OT en fysieke assets met netwerken worden verbonden of van AI worden voorzien. Wanneer zij bij deze projecten worden geraadpleegd, zouden CISO’s twee overwegingen moeten meewegen:

  • Verbind OT niet standaard: elke nieuwe verbinding moet worden behandeld als een bewuste risicoafweging, waarbij de operationele voordelen worden afgewogen tegen de cyberdreiging.
  • Ga ervan uit dat legacy-OT kwetsbaar blijft: voor reeds verbonden omgevingen met hardware die zelden of nooit wordt bijgewerkt, moeten CISO’s zich rond onpatchbare systemen verdedigen met isolatie, monitoring en compenserende controles.

Twee verschuivingen in het cybersecuritylandschap maken OT-coördinatie cruciaal voor resilience. De eerste verschuiving is richting OT als aanvalsvector, waarbij groepen zoals Volt Typhoon laten zien hoe tegenstanders legacy-OT- en infrastructuursystemen stilletjes kunnen compromitteren om operationele resilience na verloop van tijd te ondermijnen. De tweede verschuiving is het gebruik van geavanceerde AI-capaciteiten om zwakheden te vinden en te benutten in verbonden apparaten, interfaces en legacy-omgevingen die minder vaak worden bijgewerkt dan IT-systemen.

In ons onderzoek beheert de groep Secure Creators OT en fysieke assets beter dan hun peers door nauwer samen te werken met de operationele functie. Zij hebben vaker cross-functionele teams voor OT-dekking (61% tegenover 51% van de Prone Enterprises) en zijn meer tevreden over hun coördinatie met operationele teams voor de beveiliging van fysieke assets en OT (68% tegenover 45%).


Female working on a computer trading in a futuristic style
4

Chapter 4

Stappen om de vulnerability area in het tijdperk van frontier AI te verkleinen

CISO’s, bestuurders en de C-suite moeten de komende 12 tot 18 maanden gebruiken om de vulnerability area materieel te verkleinen en resilience structureel te versterken.

Daarvoor is meer nodig dan technische optimalisatie. Organisaties moeten capaciteit vrijmaken om resilience breed aan te vliegen, afhankelijkheden bewust analyseren, scenario’s ontwikkelen en het tempo van besluitvorming verhogen. De volgende zes stappen helpen CISO’s en bestuurders om zichtbaarheid en cybersecuritymaatregelen te verbeteren, de vulnerability area te verkleinen en de organisatie voor te bereiden op de volgende kantelpunten.

Tot slot: van compliance naar mindset

Wetgeving zoals de Digital Operational Resilience Act kan organisaties helpen risico’s beter te beheersen, maar wetgeving loopt per definitie vaak achter op de snelheid van technologische ontwikkeling. Daarom draait resilience bovenal om mentaliteit. Organisaties moeten het structurele besef ontwikkelen dat weerbaarheid geen eenmalig project is, maar een doorlopende bestuursopgave. Wie blijft denken dat het de eigen organisatie niet zal overkomen, loopt het risico te laat te reageren op dreigingen die zich al lang buiten het zicht hebben opgebouwd.




Summary

Frontier AI verandert de spelregels voor cyber resilience. Organisaties kunnen niet langer alleen vertrouwen op bescherming van hun kroonjuwelen. Zij moeten continu zicht krijgen op assets, identiteiten en afhankelijkheden, hun minimum viable enterprise beschermen en AI verantwoord inzetten om detectie, prioritering en respons te versnellen.

Gerelateerde artikelen

Hoe de Nederlandse overheid met AI meer maatschappelijke waarde creëert

Nederlandse overheid en publieke sector staan op een kruispunt: AI biedt enorme kansen voor efficiëntie en maatschappelijke waarde. Ontdek hoe te versnellen.

Contact us
Spreekt het je aan? Neem contact op voor meer informatie.


Over dit artikel