Berekening heffingskortingen bij binnenlandse en buitenlandse periode

Bij de berekening van heffingskortingen moet volgens Hoge Raad alleen worden uitgegaan van inkomen genoten in de periode van binnenlandse belastingplicht

De Hoge Raad heeft recentelijk beslist dat het inkomstenbelasting- en premiedeel van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, en het premiedeel van de algemene heffingskorting uitsluitend moet worden berekend op basis van het inkomen dat is genoten in de periode van binnenlandse belastingplicht.

Onderhavige zaak

Belanghebbende woonde van 1 januari 2020 tot 31 juli 2020 in Nederland (de binnenlandse periode) en van 31 juli 2020 tot en met 31 december 2020 in Brazilië (de buitenlandse periode). Belanghebbende was in de binnenlandse periode in loondienst werkzaam. Gedurende de binnenlandse periode was belanghebbende verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen in Nederland. Belanghebbende was in de buitenlandse periode in het geheel niet belastingplichtig in Nederland. Zij was toen geen buitenlandse belastingplichtige, en kan voor die periode dus ook niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Zij was in die periode evenmin premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. Belanghebbende was ook in de buitenlandse periode in loondienst werkzaam, te weten in Brazilië. 

Bij de vaststelling van de aanslag over 2020 heeft de Inspecteur rekening gehouden met een algemene heffingskorting, een arbeidskorting en een inkomensafhankelijke combinatiekorting. Bij de berekening van zowel het inkomstenbelastingdeel als het premiedeel van deze heffingskortingen is de Inspecteur uitgegaan van het wereldinkomen van belanghebbende in het gehele jaar 2020, dus ook van het door haar in de buitenlandse periode genoten loon dat in Nederland niet belastbaar is.

Rechtbank stelt prejudiciële vraag

Tussen partijen is voor de rechtbank in geschil of de inspecteur bij de berekening van deze heffingskortingen terecht is uitgegaan van het wereldinkomen van belanghebbende in het gehele jaar 2020. De rechtbank heeft hierover een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd:

"Hoe moet het inkomstenbelastingdeel en het premiedeel van de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en het premiedeel van de algemene heffingskorting worden berekend voor een persoon die slechts een gedeelte van het jaar belastingplichtig is in Nederland en in de niet-Nederlandse periode niet-Nederlands inkomen heeft genoten?"

Hoge Raad

De Hoge Raad beslist dat voor een persoon die slechts gedurende een deel van het jaar binnenlands belastingplichtig is geweest en de rest van het jaar in het geheel niet belastingplichtig is geweest in Nederland, het inkomstenbelasting- en premiedeel van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, en het premiedeel van de algemene heffingskorting uitsluitend moet worden berekend op basis van het arbeidsinkomen respectievelijk het belastbare inkomen uit werk en woning dat is genoten in de periode van binnenlandse belastingplicht.
 


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.