Staatssecretaris schrapt tijdelijk verzuimboeten voor de eerste aangifteperiode onder de Wet minimumbelasting 2024
De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst aangepast naar aanleiding van de implementatie van DAC8, DAC9 en de Wet minimumbelasting 2024. Daarnaast zijn enkele technische en redactionele wijzigingen doorgevoerd.
Implementatie DAC7, DAC8, DAC9 en minimumbelasting
De staatssecretaris licht toe dat het besluit is gewijzigd vanwege nieuwe informatieverplichtingen en bijbehorende boetegrondslagen die samenhangen met DAC7, DAC8, DAC9 en de Wet minimumbelasting 2024. De wijzigingen betreffen onder meer informatieverplichtingen voor binnenlandse en grensoverschrijdende situaties, de bijbehorende boetebepalingen en de gegevensuitwisseling in het kader van de wereldwijde minimumbelasting. DAC7 introduceerde regels voor de uitwisseling van informatie door digitale platformen met belastingdiensten. DAC8 verplicht tot automatische uitwisseling van gegevens over cryptoactivatransacties, terwijl DAC9 ziet op de automatische uitwisseling van gegevens uit de zogenoemde bijheffing-informatieaangifte in het kader van de wereldwijde minimumbelasting. De implementatie van deze EU-richtlijnen heeft geleid tot wijzigingen in verschillende fiscale wetten en maakt aanpassing van het boetebesluit noodzakelijk.
Tijdelijke coulance eerste aangifteperiode
De staatssecretaris geeft aan dat voor aangifteverzuimen die betrekking hebben op de aangifteplicht onder de Wet minimumbelasting 2024 tot en met 31 oktober 2026 geen verzuimboete wordt opgelegd. Dezelfde tijdelijke regeling geldt voor betaalverzuimen die betrekking hebben op de verplichting om op aangifte te betalen onder deze wet.
Volgens de staatssecretaris houdt deze tijdelijke coulanceregeling verband met internationale implementatie- en systeemtechnische opstartproblemen. Voor het tijdig kunnen doen van de aangifte en het tijdig kunnen betalen zijn groepsentiteiten mede afhankelijk van de tijdige beschikbaarheid van gegevens uit de bijheffing-informatieaangifte.
De staatssecretaris merkt daarbij op dat geen aanvullende regeling nodig is voor vergrijpboeten wegens te late voldoening van de bijheffing. De genoemde opstartproblemen brengen volgens de toelichting mee dat de belastingplichtige redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt, waardoor een vergrijpboete niet aan de orde is.
Nieuw beleid omtrent nieuwe vergrijpboeten
Daarnaast introduceert het besluit nieuw beleid voor vergrijpboeten bij het niet nakomen van informatieverplichtingen, zoals binnenlandse informatieverplichtingen die samenhangen met DAC7 en DAC8. Ook wordt een afzonderlijke bepaling opgenomen voor verplichtingen rond de bijheffing-informatieaangifte onder de Wet minimumbelasting 2024, waaronder informatieverplichtingen die voortvloeien uit DAC9. In beide gevallen kan bij opzet of grove schuld een vergrijpboete worden opgelegd en middels deze aanpassingen wordt het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst daarvoor geüpdatet.
Verder wordt het boetebeleid voor internationale informatieverplichtingen aangepast aan de hogere wettelijke boetemaxima die met DAC8 zijn ingevoerd. Daarnaast zijn enkele verouderde verwijzingen en technische onvolkomenheden in het besluit hersteld.
Inwerkingtreding
De staatssecretaris geeft aan dat de meeste wijzigingen in werking treden op de dag na publicatie van het besluit in de Staatscourant. De tijdelijke bepalingen voor de Wet minimumbelasting 2024 vervallen per 1 november 2026. Vanaf dat moment kunnen te late aangiften en te late betalingen weer regulier als verzuim worden beboet.
De wijziging van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst vindt u hier.