Besluit earningsstrippingmaatregel geactualiseerd

Onder meer nieuwe onderdelen over de behandeling van (dis)agio en waardemutaties van leningen en renteswaps door afwijkende marktrente en de kwalificatie van bepaalde vormen van factoring en van een extendible lening

De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk een besluit geactualiseerd over de generieke renteaftrekbeperking (earningsstrippingmaatregel) in de vennootschapsbelasting.

Earningsstrippingmaatregel

Sinds 1 januari 2019 bevat de vennootschapsbelasting een generieke renteaftrekbeperking in de vorm van een earningsstrippingmaatregel. Deze maatregel vloeit voort uit de EU-richtlijn ter bestrijding van antibelastingontwijkingspraktijken en is gericht op het voorkomen van winstverschuiving en grondslaguitholling door middel van rentebetalingen. Daarnaast wordt een meer gelijke fiscale behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen bij alle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting nagestreefd.

De earningsstrippingmaatregel brengt mee dat het saldo van de rentelasten en de rentebaten die in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de winst, niet aftrekbaar is voor zover dat saldo meer bedraagt dan 24,5% van de gecorrigeerde winst, of € 1 miljoen indien dit meer is dan 24,5% van de gecorrigeerde winst. Het percentage van 24,5% is van toepassing voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025. Voor de boekjaren 2019 tot en met 2021 bedroeg het percentage 30%. Voor de boekjaren 2022 tot en met 2024 bedroeg het percentage 20%.

Besluit

Het besluit is onder meer aangevuld met de opmerking dat sprake is van een ‘’met een geldlening vergelijkbare overeenkomst’’ wanneer wettelijke rente is verschuldigd door niet tijdig nakomen van een verbintenis tot betaling van een geldsom en met de samenloop tussen de earningsstrippingmaatregel en overige renteaftrekbeperkende maatregelen.

Verder zijn er nieuwe onderdelen toegevoegd over:

  • de behandeling van (dis)agio en waardemutaties van leningen en renteswaps door afwijkende marktrente;
  • de kwalificatie van bepaalde vormen van factoring en van een extendible lening;
  • de kwalificatie van de bijstorting op basis van het Reglement van Deelneming aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw;
  • de behandeling van resultaten op een renteswapovereenkomst, amortisatie van (dis)agio ontstaan bij omzetting van een combinatie van een renteswapovereenkomst en een variabel-rentende lening in een vastrentende lening als gevolg van afwijkende marktrente, amortisatie van agio na ontstaan belastingplicht en resultaten op een mandatory break clause in een renteswapovereenkomst;
  • de behandeling van een aftrekbaar liquidatieverlies;
  • de behandeling van winst bepaald aan de hand van de tonnageregeling, rentebaten en lasten die deel uitmaken van deze winstbepaling, de tonnageregeling in relatie tot de aftrekruimte van artikel 15b Wet Vpb 1969;
  • de verhouding tussen de zogenoemde per-element-benadering en de earningsstrippingmaatregel.

Het gehele besluit vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.