Diverse besluiten en regelingen gewijzigd en geactualiseerd

Eindejaarsbesluit, eindejaarsregeling en bijstellingsregelingen gepubliceerd; versoepelingen in Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting en Barbados af van lijst met laagbelastende landen

De Staatssecretaris van Financiën heeft aan het einde van vorig jaar, zoals gebruikelijk, diverse besluiten en regelingen gepubliceerd en geactualiseerd. Hieronder volgt een overzicht.

Eindejaarsbesluit 2025Staatsblad 2025, 451

In het Eindejaarsbesluit 2025 is een aantal wijzigingen opgenomen van enkele uitvoeringsbesluiten op het terrein van belastingen. De wijzigingen vloeien hoofdzakelijk voort uit het pakket Belastingplan 2026 en de Fiscale verzamelwet 2026. Het Eindejaarsbesluit 2025 bevat wijzigingen in het uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001, loonbelasting 1965, minimumbelasting 2024, Successiewet 1956, omzetbelasting 1968, motorrijtuigenbelasting 1994, belastingen op milieugrondslag, Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964 en Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. De opgenomen wijzigingen zijn voornamelijk technisch van aard. 

In het besluit worden enkele wijzigingen nader toegelicht, bijvoorbeeld wijzigingen in verband met de leegwaarderatio bij de waardering van verhuurde woningen, de verlaging van het pensioengevend loon bij werken in deeltijd, het beëindigen van enkele specifieke regels in de motorrijtuigenbelasting en de stroomlijning van het fiscaal inzagerecht. Tevens wordt de uitbreiding van de stadsverwarmingsregeling in de energiebelasting behandeld. Het besluit is met ingang van 1 januari 2026 inwerking getreden. Voor een aantal wijzigingen is in een inwerkingtreding met terugwerkende kracht of een afwijkende datum van inwerkingtreding voorzien.

Eindejaarsregeling 2025 - Staatscourant 2025, 42873

In de Eindejaarsregeling 2025 is een aantal wijzigingen opgenomen van enkele regelingen op het terrein van onder andere de directe belastingen, de indirecte belastingen, de douane, het formele belastingrecht, het invorderingsrecht en de toeslagen. De wijzigingen vloeien onder andere voort uit het Belastingplan 2026 of de Fiscale verzamelwet 2026. De Eindejaarsregeling 2025 wijzigt onder meer de regelingen in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden, Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting en Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

In de regeling worden onder meer enkele wijzigingen toegelicht omtrent de aanpassingen van de bezits- en voortzettingseis in de bedrijfsopvolgingsregeling. Ook de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden is zoals ieder jaar geactualiseerd.

Versoepelingen in Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

De voortzettingseis voor de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting is met ingang van 1 januari 2025 verkort van vijf naar drie jaren. Die verkorting wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 ook verwerkt in de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting. Daarnaast zijn versoepelingen opgenomen in de Uitvoeringsregeling. Vanaf 1 januari 2026 hoeven herstructureringen, zoals bijvoorbeeld een ruisende juridische fusie, splitsing, bedrijfsfusie, of uitgifte van vermogensbestanddelen onder voorwaarden niet langer in strijd te zijn met de bezitseis en de voortzettingseis. 

Verder worden voor de bezits- en voortzettingseis met ingang van 1 januari 2026 versoepelingen opgenomen voor een aantal situaties waarbij geen sprake is van herstructurering. Voor de bezitseis zijn dit 

  • de situatie waarin ondernemingsvermogen binnen 180 dagen voor overlijden is geschonken;
  • de situatie waarin de erflater overlijdt kort nadat hij zelf ondernemingsvermogen zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling heeft verkregen;
  • de situatie waarin ondernemingsvermogen is verkregen krachtens huwelijksvermogensrecht;
  • de situatie waarin ondernemingsvermogen is verkregen als gevolg van de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap;
  • de situatie waarin gebruik wordt gemaakt van een tweetrapsmaking of tweetrapsschenking.

Voor de voortzettingseis is dat de situatie waarin een lichaam dat een onderneming drijft te maken krijgt met overheidsingrijpen en tot herinvestering overgaat. 

Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden

Ook de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden is geactualiseerd. Ten aanzien van staten die lichamen niet of naar een statutair tarief van minder dan 9% onderwerpen aan een belasting naar de winst is er één wijziging. Barbados staat niet meer op de lijst. Voor het jaar 2026 staan daarmee de volgende landen op de Nederlandse lijst:

  1. Anguilla 
  2. Bahama’s 
  3. Bahrein 
  4. Bermuda 
  5. Britse Maagdeneilanden 
  6. Guernsey 
  7. Isle of Man 
  8. Jersey 
  9. Kaaimaneilanden 
  10. Turkmenistan 
  11. Turks- en Caicoseilanden 
  12. Vanuatu

De EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden is ongewijzigd. Op de lijst staan de volgende landen: 

  1. Amerikaans-Samoa
  2. Anguilla
  3. Fiji
  4. Guam
  5. Palau
  6. Panama
  7. Rusland
  8. Samoa
  9. Trinidad en Tobago
  10. Amerikaanse Maagdeneilanden
  11. Vanuatu

Bijstellingsregeling directe belastingen 2026Staatscourant 2025, 40487

Deze bijstellingsregeling geeft uitvoering aan de indexeringsvoorschriften die zijn opgenomen in de diverse wetsartikelen. De per 1 januari 2026 toe te passen tabelcorrectiefactor bedraagt in principe 1,0290. Om budgettaire redenen (onder meer het niet doorgaan van de btw-verhoging op cultuur, media en sport) wordt echter in de meeste gevallen rekening gehouden met een indexatiefactor van 1,0153120.

Uit de bijstellingsregeling blijkt onder andere dat het eigenwoningforfait 0,35% bedraagt voor woningen tussen de € 75.000 en € 1.350.000 en de schijfgrens voor het lage tarief in box 2 door bovenstaande indexering van € 67.804 is bijgesteld naar € 68.843. Verder wordt toegelicht dat de uitfasering van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (afbouw van de wet Hillen) wordt versneld door middel van een verhoging van het afbouwpercentage naar 4,8%-punt (in plaats van 31/3%-punt), zodat deze regeling niet in 2048 maar in 2041 is uitgefaseerd. Dat betekent dat het percentage voor 2026 wordt vastgesteld op 71,867%.

Bijstellingsregeling indirecte belastingen en de Provinciewet 2026Staatscourant 2025, 40375

Deze bijstellingsregeling geeft uitvoering aan de indexeringsvoorschriften, neergelegd in een aantal artikelen uit de Wet op de accijns, de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Provinciewet, in samenhang met artikelen uit de Wet inkomstenbelasting 2001. Voor 2026 is de tabelcorrectiefactor in principe bepaald op 1,0290. 

Onder andere is uit de regeling op te maken dat de woningwaardegrens voor de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting met ingang van 1 januari 2027 € 615.000 bedraagt. Zoals vorig jaar bepaald in de Bijstellingsregeling indirecte belastingen en de Provinciewet 2025, bedraagt de woningwaardegrens met ingang van 1 januari 2026 (en dus tot en met 31 december 2026) € 555.000.

Diverse (overige) besluiten

Verder wijzen wij erop dat de volgende besluiten zijn gepubliceerd, of geactualiseerd:

Ingetrokken besluiten, Staatscourant 2025, 40631

De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk zeven besluiten ingetrokken. Deze besluiten worden ingetrokken, omdat zij hun belang hebben verloren door wetswijziging of omdat bijvoorbeeld sprake is van tijdsverloop. Het gaat om:

  • Besluit van 14 februari 2013 over Omzetbelasting. Vragen en antwoorden fondswerving en kantines (nr. BLKB 2013-279M, Stcrt. 2013, 4558); 
  • Besluit van 19 april 2023 over Omzetbelasting. Sociaal-culturele vrijstelling. Aangewezen instellingen die winst beogen (nr. 2023-9003, Stcrt. 2023, 12111); 
  • Besluit van 16 juli 2024 over Tijdelijke maatregel betalingsverzuimboete EU btw e-commerce (nr. 2024-16101, Stcrt. 2024, 24121); 
  • Besluit van 13 december 2024 over Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting (nr. 2024-33245, Stcrt. 2024, 40471); 
  • Besluit van 29 juni 2011 over Loonheffingen. Loonheffing. Afdrachtverminderingen (nr. BLKB 2011/664M, Stcrt. 2011, 12050); 
  • Besluit van 8 februari 2017 over Tijdelijk besluit mandatering en machtiging tot het afdoen en beantwoorden van brieven over fiscale wetstoepassing en uitvoeringsbeleid (nr. 2017-20851, Stcrt. 2017, 8715; Mandaatbesluit Directie Vaktechniek Belastingen & Toeslagen); 
  • Besluit van 21 november 2000 over Speur- en ontwikkelingswerk voorperiode BV (nr. CPP2000/2119M, Infobulletin 2000, 11).

Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.