Bewindspersonen geven inzicht in btw-opbrengsten, marges in de energiesector en de mogelijkheden voor belasting van overwinsten
De staatssecretaris van Financiën informeert, mede namens de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken en Klimaat, de Tweede Kamer over de ontwikkeling van btw-inkomsten, brandstofprijzen en mogelijke overwinsten in de olie- en gassector.
Achtergrond en ontwikkelingen
De bewindspersonen gaan in op de gevolgen van de gestegen energieprijzen voor belastingopbrengsten en marktontwikkelingen in de brandstofketen. De totale btw ontvangsten over april 2026 bedragen € 21.806 miljoen en blijven daarmee vrijwel in lijn met de raming.
Omdat geen afzonderlijke cijfers beschikbaar zijn voor btw op brandstoffen, maken de bewindspersonen gebruik van accijnsgegevens om het brandstofverbruik te benaderen. Hieruit blijkt een lichte daling van het verbruik in maart. Hogere pompprijzen leiden ertoe dat per liter meer btw wordt afgedragen. Voor maart wordt een extra btw-opbrengst van circa € 18 miljoen geraamd, tegenover een daling van accijnsinkomsten van € 10 miljoen. Per saldo blijft dit effect beperkt ten opzichte van de totale belastingopbrengsten.
Marges in de energiesector
De bewindspersonen geven aan dat de prijs van ruwe olie sinds maart fors is gestegen, terwijl de productiekosten niet in dezelfde mate zijn toegenomen. Dit duidt op oplopende marges bij de productie van ruwe olie. Deze extra winsten worden echter grotendeels buiten Nederland gerealiseerd. Daarnaast signaleren de bewindspersonen hogere marges in de raffinagesector, met name voor diesel en kerosine, terwijl de marges voor benzine juist lager liggen. Tegelijkertijd merken zij op dat geen volledig inzicht bestaat in de prijsafspraken van individuele bedrijven. Olievolumes worden deels via vaste contracten verhandeld, waardoor prijsstijgingen niet altijd direct leiden tot hogere winsten. Voor tankstations zien de bewindspersonen geen aanwijzingen voor structureel hogere winstmarges. Wel is sprake van grotere schommelingen in marges dan voorheen. Zij benadrukken dat een hogere marge niet automatisch betekent dat sprake is van een overwinst.
Belasting van overwinsten
Ten aanzien van het belasten van mogelijke overwinsten geven de bewindspersonen aan dat de olie- en gassector sterk internationaal verweven is. Om die reden zetten zij in op een Europese aanpak. In Europees verband is opgeroepen tot een nadere analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten en tot verkenning van juridische mogelijkheden voor een belasting daarop. De Europese Commissie heeft vooralsnog geen voorstel gedaan voor een geharmoniseerde overwinstbelasting, maar biedt wel ondersteuning aan lidstaten bij het vormgeven van nationale maatregelen. De bewindspersonen blijven zich inzetten om binnen de Europese Unie tot een gezamenlijke aanpak te komen.
De bewindspersonen wijzen erop dat eerdere maatregelen, zoals de tijdelijke solidariteitsbijdrage, hebben geleid tot meerdere nationale bezwaar- en beroepsprocedures en internationale arbitrages. In totaal zijn 33 bezwaren ingediend met een gezamenlijk financieel belang van circa € 2,7 miljard. Daarnaast lopen internationale geschillen op basis van investeringsverdragen. De bewindspersonen merken op dat bij het vormgeven van een overwinstbelasting juridische aandachtspunten bestaan, zoals de afbakening van belastingplichtigen en de belastbare grondslag. Zij geven aan dat een nieuwe overwinstbelasting niet op voorhand is uitgesloten, maar dat per situatie een afzonderlijke afweging nodig is.
Vervolg
De bewindspersonen volgen de ontwikkelingen in prijzen, marges en belastingopbrengsten nauwgezet en blijven in Europees verband aandacht vragen voor een mogelijke aanpak van overwinsten in de energiesector.
De gehele Kamerbrief vindt u hier.