Europese Commissie benadrukt verdere fiscale hervormingen en begrotingsdiscipline binnen het Europees Semester 2026
De Europese Commissie heeft begin juni het lentepakket 2026 van het Europees Semester gepubliceerd, waarin onder meer fiscale aandachtspunten en landspecifieke aanbevelingen voor Nederland zijn opgenomen.
Fiscale context Europees Semester 2026
Het lentepakket vormt onderdeel van het Europees Semester, het jaarlijkse kader voor coördinatie van economisch en begrotingsbeleid binnen de Europese Unie. De Commissie legt in haar overkoepelende mededeling nadruk op het versterken van concurrentievermogen en economische weerbaarheid, met gelijktijdige aandacht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Binnen dit kader worden landspecifieke aanbevelingen gedaan, waaronder aanbevelingen die expliciet betrekking hebben op begrotingsbeleid en fiscale hervormingen.
Begrotingsbeleid en fiscale discipline
Voor Nederland bevat het voorstel van de Commissie een aanbeveling om de netto-uitgaven in lijn te houden met het vastgestelde uitgavenpad. Dit betreft het budgettair structurele plan voor de middellange termijn dat Nederland in april 2026 bij de Commissie heeft ingediend. De Commissie beoordeelt dit plan als passend binnen de vereisten van het herziene Stabiliteits en Groeipact. De Commissie constateert dat de Nederlandse begrotingstekorten in 2025 en 2026 naar verwachting onder de Europese referentiewaarden blijven. Daarmee is volgens de Commissie geen sprake van handhavingsmaatregelen binnen het Europese begrotingskader.
Belastingheffing op vermogen
In de landspecifieke aanbevelingen voor Nederland herhaalt de Europese Commissie haar oproep om de belastingheffing op verschillende vormen van inkomen uit vermogen verder op één lijn te brengen. De Commissie wijst erop dat bepaalde vermogenscategorieën fiscaal gunstiger worden behandeld dan andere, wat volgens haar leidt tot verstoringen in kapitaalallocatie en economische beslissingen. Daarbij noemt de Commissie met name de fiscale behandeling van het eigenwoningbezit (waaronder de hypotheekrenteaftrek en het lage eigenwoningforfait), de fiscale ondersteuning van pensioenopbouw, de heffing over ondernemingsvermogen in box 2 en de belasting van sparen en beleggen in box 3. De Commissie acht een meer neutrale en evenwichtige belastingheffing op vermogen wenselijk en noemt in dat verband expliciet een geleidelijke uitfasering van de hypotheekrenteaftrek.
Het kabinet benadrukt in de geannoteerde agenda dat in het coalitieakkoord is vastgelegd dat de bestaande regelingen rond de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait ongewijzigd blijven. Tegelijkertijd wijst het kabinet op verschillende fiscale maatregelen die in de afgelopen jaren zijn genomen om tot meer evenwicht in de belastingheffing op vermogen te komen. Zo is het lage tarief in de vennootschapsbelasting per 2023 verhoogd en is de bijbehorende schijfgrens aangepast. Daarnaast is de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap ingevoerd en is per 2024 een tweede tariefschijf in box 2 geïntroduceerd. Deze maatregelen zijn volgens het kabinet met name gericht op het beperken van belastinguitstel bij aanmerkelijkbelanghouders. De Wet excessief lenen wordt in 2026 geëvalueerd; de effecten van de tweede schijf in box 2 worden in een later stadium bezien.
Verder merkt het kabinet op dat de fiscale ondersteuning van pensioenopbouw bij hogere inkomens is beperkt doordat het maximum pensioengevend loon in 2025 en 2026 niet is geïndexeerd en op grond van het coalitieakkoord ook in de daaropvolgende jaren niet wordt aangepast. Daarnaast werkt het kabinet aan de invoering van een nieuw stelsel voor box 3, waarin niet langer forfaitair maar op basis van het werkelijke rendement wordt belast. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ligt ten tijde van de agenda ter behandeling bij de Eerste Kamer. Volgens het kabinet draagt dit voorstel bij aan een rechtvaardiger, neutraler en houdbaarder belastingstelsel.
Fiscale stimulering van innovatie en ondernemerschap
In het kader van investeringen en innovatie benadrukt de Europese Commissie het belang van het wegnemen van belemmeringen voor investeringen en het versterken van de financieringsmogelijkheden voor innovatieve ondernemingen. Daarbij wijst zij op de rol die fiscale instrumenten kunnen spelen bij het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling en bij het verbeteren van de toegang tot financiering voor start ups en scale ups.
In de geannoteerde agenda geeft het kabinet aan dat wordt gewerkt aan een aanpassing van de fiscale definitie van start ups en dat wordt onderzocht of aanvullende fiscale maatregelen kunnen worden ingezet ter ondersteuning van ondernemerschap.
Het gehele document vindt u hier.