Geen nationale vergoeding e-commerce

Kabinet voert geen nationale handelingskostenvergoeding in vanwege Europese maatregelen en beperkte noodzaak

De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk de Tweede Kamer geïnformeerd over het besluit om geen nationale handelingskostenvergoeding voor e-commercezendingen in te voeren, ondanks eerdere voorbereidingen en internationale ontwikkelingen. 

Aanleiding en context

Door de sterke groei van online platformen is het aantal e-commercezendingen naar de Europese Unie fors toegenomen. Nederland fungeert daarbij als een belangrijk toegangspunt voor deze goederenstroom. Deze ontwikkeling brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee op het gebied van douaneafhandeling, naleving van productveiligheidseisen en fiscale handhaving. Nederland heeft zich eerder uitgesproken voor een Europese handelingskostenvergoeding om de extra toezichtkosten te dekken. Tegelijkertijd zijn voorbereidingen getroffen voor een nationale variant, met name om mogelijke verschuivingen van goederenstromen naar Nederland te voorkomen indien buurlanden een dergelijke vergoeding zouden invoeren. 

Ontwikkelingen in omringende landen

Van de omringende landen heeft alleen Frankrijk daadwerkelijk een nationale handelingskostenvergoeding ingevoerd, per 1 maart 2026. Sinds die invoering is een stijging waarneembaar in de e-commercestroom die via Nederland de Europese Unie binnenkomt. De staatssecretaris merkt op dat deze toename desondanks onvoldoende aanleiding vormt om in Nederland een nationale vergoeding in te voeren. 

Europese maatregelen centraal

Belangrijk voor het besluit zijn recente Europese ontwikkelingen. Zo is er een politiek akkoord bereikt over een nieuw Douane Wetboek van de Unie, waarin een modern kader voor e-commerce wordt geïntroduceerd. Onderdeel hiervan is een Europese handelingskostenvergoeding (Union Handling Fee), die per 1 november 2026 zal worden ingevoerd. Daarnaast wordt de vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met € 150 versneld afgeschaft. Vanaf 1 juli 2026 geldt een tijdelijk vast tarief van € 3 per productgroep. Verwacht wordt dat deze maatregelen bijdragen aan een betere beheersbaarheid van de e-commercestroom en aan dekking van de daarmee samenhangende kosten. Voor de uitvoering van deze nieuwe taken en de intensivering van het toezicht is bij de Voorjaarsnota 2026 structureel € 100 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Hiermee kan het toezicht door de Douane en marktoezichthouders worden versterkt. 

Advies Raad van State

De Raad van State heeft eerder advies uitgebracht over de invoering van een nationale handelingskostenvergoeding. Hoewel de urgentie van ingrijpen werd erkend, wees de Raad ook op bezwaren tegen een nationale oplossing. Het advies was om terughoudend te zijn en Europese maatregelen af te wachten. 

Vervolg

De staatssecretaris geeft aan dat, mede gezien de Europese ontwikkelingen en het advies van de Raad van State, geen nationale handelingskostenvergoeding wordt ingevoerd. Ook wordt de oorspronkelijke motie om de e-commercestroom beter controleerbaar te maken en de kosten te dekken, als afgedaan beschouwd door de invoering van de Europese vergoeding. De staatssecretaris benadrukt dat de ontwikkelingen rond de e-commercestroom op nationaal en Europees niveau nauwlettend worden gevolgd. De Tweede Kamer zal worden geïnformeerd indien nieuwe inzichten daartoe aanleiding geven. 

De gehele Kamerbrief vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.