Het Hof Den Haag heeft op 27 mei 2026 twee uitspraken gedaan over de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen (artikel 32bb Wet LB). De uitspraken geven nadere duidelijkheid over zowel internationale situaties als de behandeling van uitgestelde beloning bij ontslag.
Alleen in Nederland belast loon telt mee
In de eerste zaak ging het om een werknemer die vanuit een Italiaans concern naar Nederland was uitgezonden. Bij de berekening van de pseudo-eindheffing was in geschil of voor het toetsloon moest worden uitgegaan van het wereldloon of uitsluitend van het aan Nederland toe te rekenen loon.
Het Hof oordeelde dat voor de toepassing van artikel 32bb Wet LB moet worden aangesloten bij het loon waarover Nederland daadwerkelijk belasting mag heffen. Het wereldloon is daarbij niet bepalend. De verdeling van het heffingsrecht onder een belastingverdrag werkt daarmee ook door naar de berekening van het toetsloon voor de pseudo-eindheffing.
Deze uitspraak is met name relevant voor internationaal mobiele werknemers waarbij gedurende het dienstverband meerdere landen betrokken zijn geweest. Deze uitspraak is overigens in lijn met een eerder gepubliceerd kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst.
Genietingsmoment blijft bepalend
De tweede uitspraak had betrekking op een werknemer die bij zijn vertrek nog aanspraken had op aandelen- en langetermijnbonusregelingen. De werkgever stelde dat deze rechten reeds bij uitdiensttreding onvoorwaardelijk waren geworden en daarom tot het loon van dat jaar behoorden.
Het Hof volgt dit standpunt niet. Volgens het Hof moet worden aangesloten bij de voorwaarden van de onderliggende beloningsregeling. Omdat op het moment van uitdiensttreding nog niet aan alle voorwaarden was voldaan, ontstond pas in latere jaren een onvoorwaardelijk recht op de uitkeringen. De voordelen werden daarom pas bij uitbetaling genoten en vielen ook pas op dat moment binnen de toepassing van artikel 32bb Wet LB.
Beide uitspraken onderstrepen het belang van een zorgvuldige analyse van zowel grensoverschrijdende arbeid als de voorwaarden van bonus- en aandelenregelingen bij beëindiging van een dienstverband die al dan niet meegaan in de berekening van de pseudo-eindheffing.