De Hoge Raad heeft recent duidelijkheid gegeven over de Nederlandse belastingheffing van buitenlandse pensioenuitkeringen. In deze zaak stond de vraag centraal in hoeverre uitkeringen uit de Duitse wettelijke pensioenverzekering (Deutsche Rentenversicherung) in Nederland belast zijn wanneer de ontvanger inmiddels in Nederland woont. Het is van belang hierbij op te merken dat voor de Hoge Raad niet in geschil was of de Rentenversicherung (vergelijkbaar met de AOW) als "pensioenregeling" kan worden aangemerkt voor toepassing van de Nederlandse Wet Inkomstenbelasting 2001.
De belanghebbende had gedurende een gedeelte van zijn loopbaan in Duitsland gewerkt en daar verplichte pensioenpremies afgedragen. Na zijn pensionering en verhuizing naar Nederland ontving hij pensioenuitkeringen vanuit Duitsland. De Belastingdienst nam het standpunt in dat de volledige uitkering in Nederland belast was als inkomen uit werk en woning. De Hoge Raad volgt dit standpunt echter niet.
Aftrek verleden bepalend voor belastingheffing
De Hoge Raad bevestigt dat bij buitenlandse pensioenregelingen moet worden gekeken naar de fiscale behandeling van de pensioenpremies in het land waar deze oorspronkelijk zijn betaald. Uitkeringen zijn in Nederland slechts belast voor zover de onderliggende premies destijds fiscaal aftrekbaar waren – conform de zogenoemde "omkeerregeling".
In de voorliggende zaak stond vast dat de betaalde Duitse pensioenpremies slechts voor 45% aftrekbaar waren voor de Duitse inkomstenbelasting. De overige 55% van de premies was betaald uit het netto-inkomen. Volgens de Hoge Raad betekent dit dat ook slechts 45% van de latere pensioenuitkering in Nederland belast kan worden. Het resterende deel van de pensioenuitkering blijft buiten de Nederlandse belastingheffing. Dit gedeelte van de pensioenaanspraak moet echter wel in Box 3 als vermogen worden gerapporteerd.
Belang voor internationale werknemers en gepensioneerden
De uitspraak kan relevant zijn voor personen die gedurende hun loopbaan in het buitenland hebben gewerkt en later in Nederland zijn gaan wonen. Met name bij buitenlandse wettelijke pensioenstelsels komt het regelmatig voor dat premies niet volledig aftrekbaar zijn geweest of dat sprake was van een afwijkende fiscale behandeling ten opzichte van Nederlandse pensioenregelingen. De uitspraak bevestigt daarmee dat bij grensoverschrijdende pensioenopbouw niet alleen het belastingverdrag, maar ook de fiscale behandeling van de premie in het verleden een belangrijke rol speelt bij de uiteindelijke belastingheffing na pensionering.
We raden werknemers met een buitenlands pensioen aan om documentatie te bewaren waaruit blijkt of en in hoeverre pensioenpremies in het buitenland gefaciliteerd zijn opgebouwd.