Kamervragen en antwoorden CPB rapport "hoogste bomen vangen minder wind"

Staatssecretaris ziet CPB rapport als aanmoediging voor verdere hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel

De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk Kamervragen beantwoord over het CPB rapport ‘De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens’ en geeft aan dat de bevindingen van het CPB relevant zijn en worden meegenomen in de hervormingsagenda voor het belasting- en toeslagenstelsel.

Aanleiding 

Het CPB publiceerde op 6 mei 2026 een rapport over de belastingdruk op inkomens en vermogens in de periode 2011–2019. In het rapport wordt geconcludeerd dat economische verschillen tussen huishoudens kunnen toenemen wanneer inkomen uit vermogen verschillend wordt belast. Volgens het CPB kan dit leiden tot minder kansengelijkheid en een afname van de toekomstige welvaart. Deze constatering vormde aanleiding voor Kamervragen vanuit de Tweede Kamer. De staatssecretaris merkt op dat deze boodschap niet nieuw is en verwijst daarbij naar eerdere analyses, waaronder het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Vermogensverdeling uit 2022. Tegelijkertijd benadrukt hij dat sinds 2019 diverse maatregelen zijn genomen die gericht zijn op een meer evenwichtige belasting van inkomen uit vermogen.

Ontwikkelingen in belastingdruk en vermogen

Het CPB baseert zijn analyse op de periode 2011–2019. De staatssecretaris wijst erop dat daarna onder meer het lage tarief in de vennootschapsbelasting is verhoogd, de schijfgrens is verlaagd, een tweede schijf in box 2 is ingevoerd en de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap van kracht is geworden. Deze maatregelen zijn volgens de staatssecretaris met name gericht op het tegengaan van belastinguitstel in box 2 en hebben naar verwachting geleid tot een hogere effectieve belastingdruk voor de hoogste inkomensgroepen. De effecten van deze maatregelen worden geëvalueerd. Daarnaast noemt de staatssecretaris het niet indexeren van het maximum pensioengevend loon in 2025 en 2026 en het voornemen dit maximum ook in de daaropvolgende jaren te handhaven. Hierdoor wordt de fiscale ondersteuning van pensioenopbouw bij hogere inkomens beperkt.

Vermogensstatistieken en pensioenvermogen

In de beantwoording gaat de staatssecretaris in op de wijze waarop vermogen in statistieken wordt gemeten. Het aanmerkelijk belang behoort volgens de gehanteerde definities tot het vermogen van huishoudens. Pensioenvermogen dat collectief is opgebouwd via pensioenfondsen wordt daarentegen niet meegenomen, omdat dit vermogen niet direct beschikbaar of overdraagbaar is. Het meetellen van collectief pensioenvermogen zou volgens berekeningen van het CBS de vermogensongelijkheid verkleinen. Ook pensioen in eigen beheer en oudedagsvoorzieningen binnen een bv zijn niet meegenomen in de vermogensstatistieken, omdat deze geen onderdeel vormen van het eigen vermogen van de bv. Individuele oudedagsvoorzieningen in de derde pijler blijven eveneens buiten beschouwing.

Belastingdruk en herverdeling

Het CPB concludeert dat herverdeling in Nederland vooral plaatsvindt via collectieve uitgaven en overdrachten, zoals toeslagen, en in mindere mate via belastingen. De staatssecretaris bevestigt dat toeslagen geen onderdeel zijn van het belastingstelsel, maar wel het besteedbaar inkomen verhogen. Het CPB stelt dat het belastingstelsel bestaande inkomens- en vermogensverschillen eerder vergroot dan verkleint, terwijl de overheid vooral via uitgaven herverdeelt.

Ten aanzien van inkomensgroepen merkt de staatssecretaris op dat Nederland een progressieve inkomstenbelasting kent, maar dat huishoudens in de middenklasse gemiddeld een hogere belastingdruk hebben dan huishoudens met lagere inkomens, onder meer door toeslagen en fiscale faciliteiten zoals de eigenwoningregeling en pensioenopbouw.

Vervolg

De staatssecretaris deelt de constatering van het CPB dat een sterke concentratie van welvaartsgroei bij een beperkt aantal huishoudens op termijn negatieve effecten kan hebben voor de samenleving. Tegelijkertijd stelt hij dat Nederland internationaal gezien een relatief gelijkmatige inkomensverdeling kent en dat de vermogensverdeling over de jaren vrij stabiel is gebleven.

Het kabinet ziet het CPB rapport als een extra aanmoediging om door te gaan met de hervormingsagenda voor het belasting- en toeslagenstelsel. Daarbij wordt ingezet op het vereenvoudigen van het stelsel, het aanpakken van ondoelmatige fiscale regelingen en het gelijker belasten van verschillende vormen van inkomen en vermogen. Het wetsvoorstel voor het belasten van werkelijk rendement in box 3 ligt momenteel ter behandeling in de Eerste Kamer en vormt volgens de staatssecretaris een belangrijke volgende stap.

De gehele Kamerbrief vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.