Maatregelen tegen belastingontwijking volgens staatssecretaris effectief
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Eerste- en Tweede Kamer recentelijk per brief geïnformeerd over de effecten van de aanpak van belastingontwijking.
Effectmonitoring van de maatregelen
In de brief gaat de staatssecretaris in op de effectiviteit van een aantal maatregelen die zijn genomen om belastingontwijking tegen te gaan. Daarbij bespreekt hij de bronbelasting op renten en royalty’s, de bronbelasting op dividenden, de earningsstrippingmaatregel uit ATAD1, de aanvullende CFC-maatregel uit ATAD1, de aanpak van hybridemismatches op grond van ATAD2, de beperking van de liquidatie- en stakingsverliesregeling en de maatregelen ter voorkoming van mismatches bij de toepassing van het zakelijkheidsbeginsel.
De staatssecretaris geeft aan dat deze maatregelen over het algemeen als effectief worden beoordeeld. Uitzonderingen hierop zijn de bronbelasting op dividenden, waarvoor volgens de bewindsman geen duidelijk effect zichtbaar is; de earningsstrippingmaatregel, voor zover deze is bedoeld om financiering met eigen vermogen te stimuleren, die slechts beperkt effectief blijkt; en de aanvullende CFC-maatregel, waarvan de effectiviteit volgens de staatssecretaris niet goed kan worden vastgesteld.
Directe buitenlandse investeringen
De staatssecretaris geeft aan dat de – in de afgelopen jaren genomen - maatregelen om belastingontwijking door internationale bedrijven tegen te gaan, effectief blijken te zijn. Volgens de staatssecretaris is sinds 2018 de totale waarde van buitenlandse investeringen in Nederland flink gedaald. De staatssecretaris merkt op dat een groot deel van de eerdere investeringen vooral bestond uit financiële constructies, zoals doorstroomvennootschappen en hoofdkantoren, die vooral werden gebruikt om belasting te besparen en niet voor echte investeringen. Volgens de bewindsman worden deze constructies steeds vaker afgebouwd, terwijl de echte investeringen juist stabiel blijven of groeien. De staatssecretaris geeft aan dat deze trend duidelijk laat zien dat het beleid tegen belastingontwijking effect heeft gehad.
Europese en internationale ontwikkelingen
In de brief gaat de staatssecretaris ook in op verschillende Europese en internationale ontwikkelingen op het terrein van de aanpak van internationale belastingontwijking. Daarbij komen onder meer Pijler 1 en Pijler 2 aan de orde, evenals het richtlijnvoorstel Unshell (dat naar verwachting wordt geïntegreerd in de Richtlijn administratieve samenwerking), de FASTER-richtlijn, het richtlijnvoorstel Verrekenprijzen, het BEFIT-voorstel en de ontwikkelingen rond gegevensuitwisseling (DAC8 en DAC9).
Meer in detail geeft de staatssecretaris aan dat binnen het OESO/G20 Inclusive Framework is gewerkt aan een herziening van het internationale belastingsysteem via Pijler 1 en Pijler 2. Volgens de bewindsman hebben de Verenigde Staten begin dit jaar aangegeven dat toezeggingen gedaan door de vorige regering over Pijler 2 niet gelden zolang het Congres deze niet heeft aangenomen. Sindsdien wordt opnieuw onderhandeld over een zogenoemde ”Side-by-Side”-systeem, met aandacht voor vereenvoudiging en niet-restitueerbare belastingtegoeden. De staatssecretaris merkt op dat hij de Kamer zal informeren over de uitkomsten. Over Pijler 1 geeft hij aan dat de onderhandelingen nog lopen, maar dat een akkoord op korte termijn niet realistisch is; daarom wordt in meerdere landen ook gekeken naar alternatieven zoals een digitaledienstenbelasting.
Met betrekking tot het EU-richtlijnvoorstel Unshell merkt de staatssecretaris op dat het kabinet de beleidsdoelen steunt, maar dat zorgen over administratieve lasten hebben geleid tot intrekking van het voorstel. De Europese Commissie werkt aan een nieuw initiatief binnen de Richtlijn administratieve samenwerking.
De staatssecretaris geeft aan dat overeenstemming is bereikt over de FASTER-richtlijn, die procedures voor teruggaaf en vrijstelling van bronbelasting moet versnellen en misbruik moet tegengaan.
De staatssecretaris merkt verder op dat het richtlijnvoorstel Verrekenprijzen is ingetrokken en het richtlijnvoorstel BEFIT weinig steun kent en stilligt. De bewindsman laat weten dat Nederland zich blijft inzetten voor internationale gegevensuitwisseling. Daarbij wordt gewezen op DAC-ontwikkelingen, waaronder DAC8 (cryptoactiva) en DAC9 (Pijler-2-informatie), en op toekomstige voorstellen zoals DAC10.
De gehele Kamerbrief vindt u hier.