Nederland mag heffen over vervreemdingswinst aanmerkelijk belang na emigratie

Geen verdragsbescherming voor aanmerkelijkbelangwinst na emigratie naar VAE zonder VAE-nationaliteit

De Hoge Raad heeft recentelijk een cassatieberoep over het belasten van de winst die na emigratie is behaald met de vervreemding van een aanmerkelijk belang ongegrond verklaard. Nederland mag daardoor belasting heffen over de vervreemdingswinst uit aanmerkelijk belang van een persoon die naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) was geëmigreerd, maar volgens het belastingverdrag niet kwalificeerde als inwoner van de VAE.

Feiten en omstandigheden

Belanghebbende emigreerde in 2006 van Nederland naar de VAE. Hij bezat niet de nationaliteit van de VAE. Sinds 1999 hield belanghebbende alle aandelen in een naar Nederlands recht opgerichte BV. In 2016 verkocht belanghebbende zijn aandelen in de BV en behaalde daarbij een vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang van € 4.857.132. De inspecteur rekende de helft van het inkomen toe aan belanghebbende en de andere helft aan zijn echtgenote. Belanghebbende stelde dat Nederland op grond van het belastingverdrag met de VAE niet bevoegd was om over dit inkomen te heffen.

Belastingverdrag niet van toepassing

De inspecteur stelde dat belanghebbende geen inwoner was van de VAE in de zin van het belastingverdrag. In desbetreffend belastingverdrag geldt voor natuurlijke personen dat zij als inwoner van de VAE kwalificeren, indien zij (i) een onderdaan zijn van de VAE en (ii) tevens voornamelijk aldaar verblijven dan wel een duurzaam tehuis hebben. Tevens dienen de persoonlijke en economische betrekkingen nauwer te zijn met de VAE dan met Nederland.

Het hof oordeelde dat i) het belastingverdrag niet op belanghebbende van toepassing is omdat hij geen inwoner is van Nederland of de VAE in de zin van dat verdrag, ii) het Nederlandse heffingsrecht over het door belanghebbende genoten inkomen uit aanmerkelijk belang ter zake van de vervreemding van de aandelen in de BV daarom niet wordt beperkt door het verdrag en iii) het niet van toepassing zijn van het verdrag niet strijdig is met enig verbod op discriminatie.

De Hoge Raad heeft daaraan niets toe te voegen en verklaarde het cassatieberoep zonder nadere motivering ongegrond.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.