Op 24 juni 2026 hebben Nederland en Zweden een nieuw belastingverdrag ondertekend. Met dit nieuwe verdrag zijn bestaande afspraken gemoderniseerd en sluiten de afspraken beter aan bij het huidige verdragsbeleid van beide landen.
Op het vlak van belastingheffing voor werknemers, is de belangrijkste wijziging terug te vinden in het pensioenartikel. Met het nieuwe verdrag mag voortaan het bronland heffen over de daar opgebouwde pensioenen, ook als de belastingplichtige na pensionering inwoner van het andere land is. Onder het huidige verdrag geldt dit alleen voor socialezekerheidsuitkeringen, zoals de AOW, en pensioenen uit de publieke sector. Door deze wijziging wordt de belastingheffing van verschillende typen pensioen (AOW en werknemerspensioen) gelijkgetrokken en wordt over Nederlands pensioen in Nederland belasting betaald, en over Zweeds pensioen wordt in Zweden belasting betaald.
Verder bevat het verdrag ook de mogelijkheid van verplichte en bindende arbitrage, mochten Zweden en Nederland geen overeenstemming bereiken over hoe het verdrag in een concreet geval uitgelegd moet worden. Dit is een manier om een discussie over de verdragsuitleg op te lossen, waarbij onafhankelijke arbiters een voor beide landen bindende beslissing nemen. Daarmee is er voor belastingplichtigen extra rechtszekerheid dat het verdrag dubbele belastingheffing voorkomt.
Voordat het verdrag in werking treedt, zal het nog ter advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Daarna zal het verdrag ter goedkeuring aan het parlement worden aangeboden.