Onderzoek verschillen commerciële en fiscale jaarrekeningen

Rapporteren commerciële jaarrekening aan fiscus heeft geen directe meerwaarde, bijvoorbeeld om belastingontwijking en -ontduiking te bestrijden

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 18 december 2025 het Onderzoek verschillen commerciële en fiscale jaarrekeningen naar de Tweede Kamer gestuurd. Het onderzoek vloeit voort uit het rapport van de Adviescommissie Belastingheffing van multinationals (de Commissie Ter Haar). 

Commissie Ter Haar

De staatssecretaris geeft aan dat de commissie in haar rapport op basis van fiscale gegevens concludeerde dat de effectieve belastingdruk voor multinationals niet sterk afweek van die van nationale ondernemingen. De adviescommissie erkende destijds dat de fiscale cijfers niet altijd een volledig beeld kunnen scheppen met betrekking tot mogelijke belastingontwijking en dat dit beeld met behulp van commerciële jaarrekeningen completer gemaakt zou kunnen worden. De staatssecretaris merkt op dat om die reden is aanbevolen om bedrijven te verplichten hun commerciële winst in Nederland te overleggen bij de fiscus, zodat de effectieve druk ook kan worden afgezet tegen de bedrijfseconomische winst. Daarnaast is aanbevolen om te onderzoeken waar verschillen ontstaan tussen de commerciële en fiscale winstbepaling om zo een completer beeld te krijgen van de oorzaken van verschillen in de effectieve belastingdruk berekend in verhouding tot de commerciële en fiscale gegevens

Onderzoek

Het op 18 december 2025 verschenen onderzoek beoogt de volgende twee hoofdvragen te beantwoorden:

  • Hoe verhoudt de Nederlandse commerciële winst van in Nederland actieve ondernemingen zich tot het voor de vennootschapsbelasting geldende belastbare bedrag? 
  • In hoeverre zijn verschillen tussen de Nederlandse commerciële winst en het belastbare bedrag groter of kleiner voor internationaal opererende bedrijven dan bij nationaal opererende ondernemingen?

Bevindingen

De staatssecretaris laat weten dat op basis van de analyse blijkt dat bij de onderzochte ondernemingen het belastbare bedrag gemiddeld € 29 miljard lager lag dan de commerciële winst. Dit valt volgens de bewindsman grotendeels te verklaren door de deelnemingsvrijstelling en verliesverrekening. De winst van deelnemingen behoort tot de commerciële winst. Fiscaal zijn deze winsten doorgaans vrijgesteld onder de deelnemingsvrijstelling. Verrekening van verliezen is voor de commerciële winst niet relevant, maar voor de berekening van het belastbare bedrag voor de vennootschapsbelasting wel.

De staatssecretaris wijst er ook op dat noemenswaardige verschillen optreden bij afschrijvingen en herwaarderingen. Verschillen in andere onderdelen van de winstbepaling zoals de omzet en bedrijfskosten, financiële resultaten en buitengewone resultaten zijn volgens de staatssecretaris beperkter van aard over de gehele periode bezien, maar kunnen in individuele jaren omvangrijk zijn. 

Verder blijkt uit het rapport dat de verschillen die worden waargenomen, relatief duurzaam zijn en dat verschillen waardoor belastinguitstel wordt verleend in het kader van met name het voorzichtigheids- en realiteitsbeginsel neerslaan bij ondernemingen die gemiddeld genomen een sterke financiële positie hebben in termen van solvabiliteit en liquiditeit. 

Wanneer internationale en nationale ondernemingen met elkaar vergeleken worden, blijkt dat verschillen tussen de winstbepalingen doorgaans eenzelfde orde grootte kennen. Wel is het volgens de staatssecretaris zo dat bij de onderzochte ondernemingen de internationale ondernemingen grotere verschillen laten zien, met name ten aanzien van deelnemingsresultaten en herwaarderingen. Dat deelnemingsresultaten meer verschillen tonen, valt volgens de staatssecretaris terug te voeren op de consolidatie die gebruikt is in de data. De herwaarderingsverschillen zijn eveneens logisch verklaarbaar, doordat deze met name optreden door wisselkoersfluctuaties waaraan internationale ondernemingen van nature meer blootgesteld zijn. 

Het onderzoek laat zien dat de verschillen geen verband houden met of een onderneming internationaal actief is. De staatssecretaris geeft aan dat op basis hiervan dus niet kan worden uitgesloten, maar ook niet worden bevestigd dat grote multinationals meer mogelijkheden hebben om het belastbare bedrag in negatieve zin te beïnvloeden ten opzichte van de commerciële winst. 

De staatssecretaris merkt op dat - hoewel er grote verschillen tussen de commerciële en fiscale winst bestaan – op basis van het onderzoek niet worden geconcludeerd dat het rapporteren van de commerciële jaarrekening aan de fiscus directe meerwaarde heeft, bijvoorbeeld om belastingontwijking en -ontduiking te bestrijden.

Aanbevelingen 

In het rapport wordt verder aanbevolen om: 

  • Te onderzoeken of de gehanteerde beginselen (zoals het realisatiebeginsel, realiteitsbeginsel, eenvoudbeginsel en voorzichtigheidbeginsel) in de verschillende hedendaagse situaties nog passend zijn. 
  • Gezien verschillen in afschrijvingen en herwaarderingen zich lastig laten duiden hier nader onder zoek naar te doen. Dit onderzoek kan plaatsvinden vanuit bijvoorbeeld de belastingwetenschap, of in gesprek tussen het bedrijfsleven, fiscaal dienstverleners, rechtspraak en de Belastingdienst. 
  • De bepalingen omtrent afschrijvingsbeperkingen en -verruimingen op te nemen in de evaluatieagenda van Financiën.

Tot slot laat de staatssecretaris weten dat het gezien de demissionaire status van het kabinet het aan een volgend kabinet is om te beslissen wat er met het rapport wordt gedaan. 

Het rapport en de Kamerbrief vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.