Pakket Belastingplan 2026 aangenomen door Eerste Kamer

Moties over vereenvoudiging belastingstelsel, verantwoording van belastingopbrengsten, budgettaire dekking afbouw Wet Hillen, elektrische auto’s op tweedehandsmarkt en youngtimerregeling

De Eerste Kamer heeft ingestemd met zeven wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2026. Het gaat om de volgende wetsvoorstellen:

  • Wetsvoorstel Belastingplan 2026
  • Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026
  • Wetsvoorstel Wet differentiatie tarief vliegbelasting
  • Wetsvoorstel Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht
  • Wetsvoorstel Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024
  • Wetsvoorstel Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling bijheffing informatieaangifte
  • Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de nadere operationalisering van het mechanisme voor een koolstofcorrectie aan de grens

Het wetsvoorstel Wet behoud verlaagd Btw-tarief op cultuur, media en sport is al eerder aangenomen (zie hierover EYFN 2025/44). 

Moties

De Eerste Kamer heeft daarnaast ook een aantal moties aangenomen. De moties verzoeken de regering om fiscale vereenvoudiging meetbaar te maken, de verantwoording van belastingontvangsten te verbeteren, budgettaire dekking te regelen voor de afbouw van de wet Hillen, maatregelen te onderzoeken voor behoud van elektrische auto’s op de tweedehandsmarkt en onbedoelde meeropbrengsten uit de afbouw van de youngtimerregeling terug te sluizen naar de getroffen groep.

Meer in detail wordt de regering verzocht: 

  • een hanteerbare definitie te ontwikkelen voor complexiteit van het belastingstelsel. Aan de hand van deze maatstaf wordt de regering verzocht zorg te dragen dat vanaf Belastingplan 2027 en verder het jaarlijkse pakket belastingwetgeving per saldo een vereenvoudigend effect heeft op de fiscaliteit.
  • om uiterlijk bij het eerstvolgende Financieel Jaarverslag van het Rijk een plan van aanpak te presenteren voor een eenduidige en inzichtelijke verantwoording van belastingontvangsten, conform de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. De regering wordt verzocht in dit plan van aanpak in ieder geval te voorzien in: 
    • een meerjarig overzicht van gerealiseerde belastingontvangsten per belastingmiddel;
    • toelichting op verschillen tussen ramingen en realisaties, inclusief relevante grondslaginformatie en indicatoren; 
    • rapportage over de belangrijkste belastingmaatregelen uit het Belastingplan, inclusief monitoring van budgettaire effecten; 
    • vermelding van financiële risico's van lopende belastingprocedures, voor zover niet herleidbaar tot individuele belastingplichtigen; 
    • een verkenning naar verantwoording op transactiebasis, in lijn met internationale standaarden.
  • bij de Voorjaarsnota 2026 met voorstellen te komen voor een deugdelijke dekking van de versnelde afbouw van de wet Hillen en deze op te nemen in het Belastingplan 2027.
  • te onderzoeken welke maatregelen genomen kunnen worden om meer elektrische voertuigen te behouden voor de Nederlandse tweedehandsmarkt
  • om in het geval van niet-beoogde meeropbrengsten bij de afbouw van de youngtimerregeling uiterlijk bij Belastingplan 2027 te komen met wetgeving waarin dergelijke meeropbrengsten worden teruggesluisd naar de groep die door de maatregel wordt geraakt.
Nota’s naar aanleiding van het tweede verslag 

De Staatssecretaris van Financiën had eerder deze week de Nota's naar aanleiding van het tweede verslag van de wetsvoorstellen naar de Eerste Kamer gestuurd.

De staatssecretaris geeft daarin antwoorden op vragen en toelichting op de diverse maatregelen die in de wetsvoorstellen zijn opgenomen. Het gaat onder meer om vragen over de zogenoemde buffelboete, de verlaging vrijstelling groene beleggingen in 2027, fiscale normering markt voor voertuigen gericht op personenvervoer, tariefkorting elektrische personenauto’s, aanpassing CO2-heffing industrie, hervormingen afvalstoffenbelasting. Er wordt met name uitgebreid stilgestaan bij de versobering van de youngtimerregeling en het niet doorgaan van de verhoging van het forfait overige bezittingen in box 3 in samenhang met het versneld afbouwen van de Wet Hillen. Ook gaat de staatssecretaris in op vragen over de wetsvoorstellen DAC9, Differentiatie vliegbelasting, Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024 en op een impactanalyse btw-verhoging op logies. 

De nota’s naar aanleiding van het verslag vindt u hier

Toezegging overgangstermijn versoberen youngtimerregeling

De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk ook de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd over het voornemen van het kabinet om een overgangstermijn toe te staan bij de versobering van de youngtimerregeling. Vooruitlopend op wetgeving wordt via een goedkeurend beleidsbesluit een overgangstermijn van één jaar geregeld voor autogebruikers die momenteel in een youngtimer rijden die volgend kalenderjaar 16 jaar oud wordt.

De staatssecretaris geeft aan dat deze toezegging volgt uit de versobering van de regeling in het Belastingplan 2026, welke middels een amendement aan het Belastingplan 2026 is toegevoegd. In het geval dat een aan een werknemer (waaronder een DGA) ter beschikking gestelde of vanuit de inkomstenbelasting onderneming ter beschikking staande auto jonger is dan 16 jaar, wordt het privévoordeel in 2026 belast via een belastingheffing over een bijtelling van 22% of 25% van de cataloguswaarde van deze auto. Het amendement regelt dat vanaf het moment dat een auto 16 jaar is, een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer geldt. Het amendement regelt verder dat per 1 januari 2027 de leeftijdsgrens nogmaals wordt verhoogd naar 25 jaar.

De staatssecretaris merkt op dat voor een specifieke groep belastingplichtigen nauwelijks tijd resteert om hierop te anticiperen. Volgens de bewindsman was het niet de bedoeling dat gebruikers die in 2025 met de regeling te maken krijgen, al in 2026 geconfronteerd worden met een hogere bijtelling. De bewindsman laat weten dat het kabinet voor een overgangstermijn van één jaar kiest. De overgangstermijn is alleen van toepassing voor auto’s die in de loop van 2025 15 jaar zijn geworden of nog worden en in de loop van 2025 al ter beschikking zijn gesteld aan dezelfde werknemer of ter beschikking staan aan de inkomstenbelasting-ondernemer. Het besluit wordt vormgegeven als een keuzeregeling. Per 1 januari 2027 wordt de leeftijdsgrens verhoogd naar 25 jaar en stopt de overgangstermijn.

De staatssecretaris merkt op dat het beleidsbesluit kort na publicatie in werking treedt, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, en uiterlijk per 1 januari 2027 in wetgeving zal worden omgezet.

De gehele Kamerbrief vindt u hier.

Wijzigingen per 1 januari 2026

Het ministerie van Financiën heeft een overzicht opgesteld van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen vanaf 1 januari 2026. Dit overzicht omvat ook veranderingen per 2026 uit eerder gepubliceerde wetten. Voor het overzicht klik hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.