Rente op familielening niet volledig aftrekbaar

Hof oordeelt dat 7,3% rente op eigenwoningschuld onzakelijk is en beperkt renteaftrek tot 2,75%

Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft recentelijk geoordeeld in een zaak waarin de aftrekbaarheid van rente op een familielening voor de eigen woning centraal staat.

Onderhavige zaak

Belanghebbende had samen met zijn echtgenote een woning gekocht voor € 420.000. Voor de aankoop sloten zij een lening van € 350.000 af bij de schoonvader van belanghebbende, met een looptijd van 30 jaar en een rentepercentage van 7,3%. Deze lening werd zonder hypothecaire zekerheid verstrekt, maar wel met verpanding van overlijdensrisicoverzekeringen als extra zekerheid. Belanghebbende trok in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag van € 3.129 af als rente en afsluitkosten voor de lening. De inspecteur corrigeerde dit, omdat hij het rentepercentage van 7,3% onzakelijk hoog achtte. Uiteindelijk werd slechts een bedrag van € 804 als renteaftrek toegestaan.

Geschil

De kern van het geschil betreft de vraag of de overeengekomen rente van 7,3% zakelijk is. Tussen partijen is niet in geschil dat de lening kwalificeert als eigenwoningschuld en civielrechtelijk een geldlening betreft. Ook staat vast dat het geleende bedrag daadwerkelijk is aangewend voor aankoop van de woning.

Hof

Volgens het hof rust op belanghebbende de bewijslast om aannemelijk te maken dat een niet-verbonden derde onder dezelfde omstandigheden dezelfde rente zou hebben bedongen. Belanghebbende stelt dat hij destijds geen financiering bij een bank kon krijgen, mede omdat het inkomen van zijn echtgenote uit Duitsland niet werd meegeteld. Hij wijst daarnaast op andere leningen die zijn schoonvader heeft verstrekt aan derden tegen een rente van 6% als vergelijkingsmateriaal.

Het hof oordeelt echter dat belanghebbende zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Hij heeft geen bankoffertes overgelegd waaruit blijkt dat hij de financiering elders niet kon verkrijgen. Ook is de hypotheekindicatie van ABN-AMRO onvoldoende overtuigend, omdat deze uitgaat van een woningprijs van € 250.000 terwijl de gekochte woning € 420.000 kostte. Daarnaast is de verklaring van de hypotheekadviseur over de maximale leenruimte ontoereikend onderbouwd. De berekening baseert zich op een toetsinkomen van € 57.000, terwijl uit de salarisspecificatie blijkt dat daar nog reserveringen voor vakantiegeld bij komen.

Volgens het hof is de lening het best vergelijkbaar met een dertigjarige annuïtaire lening met vijf jaar rentevast, zonder hypothecaire zekerheid. De inspecteur heeft overtuigend onderbouwd dat voor een dergelijke lening een rente van 2,15% gangbaar was in de periode waarin de lening is aangegaan. Gezien het ontbreken van zekerheid, heeft de inspecteur een opslag van 60 basispunten toegepast, waarmee een zakelijk percentage van 2,75% wordt vastgesteld.

Het hof merkt op dat belanghebbende geen voldoende onderbouwing heeft geleverd voor een hogere risico-opslag.

De verwijzing naar andere leningen met een rente van 6% overtuigt het hof niet, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn. Het hof bevestigt het standpunt van de inspecteur en oordeelt dat slechts € 804 aan renteaftrek toelaatbaar is.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.