Renteaftrek geweigerd op grond van fraus legis

Ondanks toepassing van tegenbewijsregeling volgens Hoge Raad geen renteaftrek; alleen indien sprake is van financiële spilfunctie is fraus legis uitgesloten

De Hoge Raad heeft recentelijk beslist over de vraag of rente op leningen binnen een private-equitystructuur aftrekbaar is voor de vennootschapsbelasting. De Hoge Raad bevestigt wederom dat renteaftrek alsnog geweigerd kan worden op grond van fraus legis, ondanks dat voldaan is aan de tegenbewijsregeling van de renteaftrekbeperking van art. 10a Wet VPB. 

Renteaftrekbeperking art. 10a Wet VPB 

De rente die een debiteur betaalt als vergoeding op een lening is in beginsel aftrekbaar van de fiscale winst. Nederland kent in de vennootschapsbelasting echter diverse renteaftrekbeperkingen, waaronder art. 10a Wet VPB. Art. 10a komt aan bod als er sprake is van een lening van een verbonden lichaam of persoon (er is sprake van verbondenheid bij een belang van tenminste één-derde) die verband houdt met één van de in de wet genoemde (besmette) rechtshandelingen: een dividenduitkering, terugbetaling van kapitaal, kapitaalstorting of (externe of interne) acquisitie. In een dergelijk geval is de rente op de lening in beginsel niet aftrekbaar.

Renteaftrek is echter wel mogelijk indien de belastingplichtige een geslaagd beroep doet op één van de tegenbewijsregelingen. Een belastingplichtige voldoet aan de tegenbewijsregeling: 

  • als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de geldlening en de daarmee verband houdende (besmette) rechtshandeling in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen (dubbele zakelijkheidstoets), of 
  • indien sprake is van een naar Nederlandse maatstaven redelijke heffing (tenminste 10%) over de rentebate op het niveau van de crediteur, zij het dat dan de rente toch weer niet aftrekbaar is als de inspecteur aannemelijk maakt dat aan de rechtshandeling of de lening niet in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen.

Er is veel jurisprudentie over de renteaftrekbeperking, met name over de toepassing van de tegenbewijsregeling. Zo heeft de Hoge Raad onder meer beslist dat als de financiering is omgeleid er geen zakelijke overwegingen aan de financiering ten grondslag liggen. Dat is echter weer anders als de leninggever (een verbonden lichaam) een zogeheten financiële spilfunctie vervult. In een zodanig geval kan volgens de Hoge Raad niet worden gezegd dat de financiering is omgeleid. 

Onderhavige zaak

In deze zaak had de Hoge Raad eerder beslist dat de renteaftrek in de private-equity structuur niet wordt beperkt door toepassing van de renteaftrekbeperking art. 10a Wet VPB 1969. Er was volgens de Hoge Raad geen sprake van een omleiding van de financiering. Hierdoor voldeed belanghebbende aan de tegenbewijsregeling van de renteaftrekbeperking. De Hoge Raad besliste dat het hof echter nog wel moest uitzoeken of de renteaftrek mogelijk beperkt wordt door toepassing van fraus legis. Er is sprake van fraus legis als een belastingplichtige in strijd met doel en strekking van de wet handelt (normvereiste) en belastingbesparing zijn doorslaggevende motief is (motiefvereiste). 

De belanghebbende bracht naar voren dat fraus legis niet meer van toepassing kan zijn, nu belanghebbende had voldaan aan de tegenbewijsregeling van de renteaftrekbeperking. Het hof oordeelde dat het grootste deel van de rente (64,5%) niet aftrekbaar is, omdat sprake is van fraus legis, terwijl een kleiner deel van de rente (35,5%) wel aftrekbaar blijft. Zowel de belastingplichtige als de staatssecretaris hebben tegen deze oordelen beroep ingesteld.

Hoge Raad

De Hoge Raad beslist onder meer dat als renteaftrek niet wordt uitgesloten door een specifieke renteaftrekbeperking (art. 10a Wet VPB 1969) dat nog niet betekent dat renteaftrek nooit kan worden geweigerd. Ook buiten die regeling kan volgens de Hoge Raad sprake zijn van gekunstelde structuren die leiden tot strijd met doel en strekking van de belastingwet als geheel. 

De Hoge Raad geeft ook aan dat alleen in de specifieke situatie waarin binnen een structuur de geldverstrekker een financiële spilfunctie heeft fraus legis is uitgesloten. In deze zaak vervulde de moedervennootschap volgens het hof geen financiële spilfunctie en de Hoge Raad heeft geen reden om aan dit oordeel te twijfelen.

Vervolgens gaat de Hoge Raad in op het andere deel van de rente. De Hoge Raad geeft aan dat het hof terecht had beslist dat 35,5% van de resterende rente wel in aftrek kon worden gebracht. Het ging daarbij om het deel van de aandeelhouderslening waarmee bestaande schulden van de groep waren afgelost.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.