Saldomethode pensioenuitkeringen uit het buitenland

Op 27 augustus 2025 publiceerde de Belastingdienst een geactualiseerd standpunt over de zogenoemde saldomethode bij pensioenuitkeringen die deels in het buitenland zijn opgebouwd zonder fiscale tegemoetkoming. Dit is relevant voor werknemers die in Nederland wonen en pensioen ontvangen, terwijl (een deel van) hun pensioen in het buitenland is opgebouwd zonder belastingvoordeel.

De saldomethode voorkomt dat pensioen in de uitkeringsfase wordt belast, terwijl de pensioenpremies zonder fiscale faciliteit zijn opgebouwd. Als een belastingplichtige pensioen ontvangt waarvan een deel is opgebouwd zonder dat daar fiscale voordelen (de aftrek van premies) tegenover hebben gestaan, mag dat deel belastingvrij worden uitgekeerd. 

De toepassing verschilt per pensioenregeling. Dit wordt duidelijk gemaakt aan de hand van het volgende voorbeeld: 

"Een (gewezen) werknemer ontvangt vanaf de pensioendatum een jaarlijkse pensioenuitkering van € 7.500. In totaal heeft de werknemer over een bedrag van € 12.500 geen fiscale tegemoetkoming gehad. Van de 30 jaren diensttijd, is 10 jaren zonder fiscale faciliëring vanuit het buitenland pensioen opgebouwd."

  1. Eindloonregeling: Een deel van elke uitkering blijft onbelast, berekend op basis van het aantal dienstjaren zonder fiscale faciliteit ten opzichte van het totaal aantal dienstjaren. Deze verdeling wordt toegepast tot in het jaar waarin het totale bedrag van niet-belaste pensioenuitkeringen gelijk wordt aan het niet-gefaciliteerde bedrag aan pensioenopbouw (in het voorbeeld: € 12.500).

    Uitwerking van het voorbeeld: 10/30 = 1/3e van de € 7.500 = € 2.500 blijft ieder jaar onbelast; de overige € 5.000 wordt belast. Na 5 jaren is het niet-gefaciliteerde bedrag ‘opgebruikt’, en vanaf het 6e jaar wordt dus het volledige pensioen belast. 

  2. Middelloonregeling: Het bedrag dat jaarlijks voortkomt uit de buitenlandse pensioenopbouw (inclusief indexeringen) blijft onbelast tot het saldo van niet-gefaciliteerde pensioenopbouw is bereikt.

    Uitwerking van het voorbeeld: stel dat de in het buitenland opgebouwde middelloonaanspraak inclusief indexatie € 1.875 per jaar bedraagt. Ieder jaar is dit bedrag van de pensioenuitkering dan vrijgesteld, terwijl het andere deel (€ 7.500 -/- € 1.875 = € 5.625) belast wordt. Na 6 jaar en 8 maanden, is de hele vrijstelling opgebruikt. Vanaf dat moment wordt de volledige pensioenuitkering belast.

  3. Beschikbare-premieregeling: De vrijstelling wordt berekend als het aandeel niet-afgetrokken premies ten opzichte van de totale premie-inleg.

    Uitwerking van het voorbeeld: stel dat de som van alle premies betaald tijdens de diensttijd € 40.000 bedraagt. Van elke pensioentermijn is € 12.500 / € 40.000 = 5/16e vrijgesteld. Dit komt neer op € 2.344 per jaar. De overige € 5.156 wordt belast. Na 5 jaar en 4 maanden, is de hele vrijstelling opgebruikt. Vanaf dat moment wordt de volledige pensioenuitkering belast. 

Sinds de invoering van de “Wet toekomst pensioenen” is alleen nog pensioenopbouw mogelijk in de beschikbare-premieregeling. De saldomethode werkt hier hetzelfde als hiervoor genoemd in variant 3.

Dit geldt ook wanneer pensioenaanspraken zijn omgezet en de "wet toekomst pensioenen" volledig van toepassing is op de omgezette pensioenaanspraken – dus als de oude pensioenaanspraken zijn "ingevaren".

Let op: is het pensioen van de werknemer met toepassing van meerdere fiscale pensioenstelsels opgebouwd, dan moet het saldo per fiscaal stelsel naar rato worden berekend. 


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.