Motie aangenomen voor invoering van achterwaartse verliesverrekening van ten minste één jaar in nieuwe box 3-stelsel
In de Tweede Kamer is recentelijk een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht met een voorstel te komen voor een achterwaartse verliesverrekening van tenminste één jaar in het nieuwe box 3-stelsel.
Wet werkelijk rendement box 3
De Tweede Kamer heeft op 12 februari het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Het wetsvoorstel gaat uit van de invoering van een gecombineerde vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting per 1 januari 2028. Zie hierover EY Fiscaal Nieuws 2026/8.
De minister van Financiën liet vorige week in de media weten het wetsvoorstel te willen aanpassen, ondanks eerdere goedkeuring van het wetsvoorstel door Tweede Kamer. Welke onderdelen van het wetsvoorstel de minister precies wil aanpassen, bleef onduidelijk.
Motie achterwaartse verliesverrekening
Bij het debat over de regeringsverklaring is recentelijk een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht uiterlijk bij de voorjaarsnota met een voorstel te komen voor een achterwaartse verliesverrekening van tenminste één jaar in het nieuwe box 3-stelsel. De indieners van de motie wijzen erop dat het belasten van de werkelijke rendementen in box 3 bij sterk fluctuerende inkomsten kan leiden tot een onevenwichtige belastingdruk over de tijd. De budgettaire dekking voor deze aanpassing zou gevonden moeten worden in het brede vermogensdomein (het belasten van vermogen in brede zin).
Al eerder door de Tweede Kamer aangenomen amendementen en moties
Bij de stemming van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is een amendement aangenomen op basis waarvan de wet niet pas na vijf jaar wordt geëvalueerd, maar na drie jaar, zodat tijdig kan worden bijgestuurd op inhoud en uitvoering van deze wet. Het idee daarachter is dat met de nieuw voorgestelde wet een complexer stelsel met meer risico’s wordt ingevoerd, waar nog veel onzekerheid heerst over tijdige en juiste uitvoering, en de gevolgen in praktijk.
Ook werden meerdere moties aangenomen, die betrekking hadden op de volgende onderwerpen:
- het in kaart brengen van de structurele budgettaire meeropbrengsten van een vermogenswinstbelasting in box 3;
- het zo snel mogelijk actualiseren van het vastgoedbijtellingspercentage op basis van de meest recente en representatieve data;
- een verkenning naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken en de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3;
- een ruimhartige en investeringsvriendelijke toepassing van de fiscale regeling voor aandelen in startende ondernemingen;
- een brede fiscale regeling om langetermijnbeleggen in Nederlandse en Europese ondernemingen aantrekkelijker te maken;
- het opnemen van een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven in de Wet werkelijk rendement box 3;
- oplossingen ten aanzien van de vererving of schenking van verpachte landbouwgronden;
- het actief onder de aandacht brengen van de mogelijkheid tot een betalingsregeling bij grote vermogenswinstheffingen bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen;
- een aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen;
- het in kaart brengen van de wijze waarop het hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting;
- het uitwerken van een regeling waarbij bij vererving of schenking de papieren waardestijging van NSW-landgoederen niet wordt belast;
- het onderzoeken van de nadelen van de leegwaarderatiocorrectie bij de beginwaarde van een woning bij de inwerkingtreding van het nieuwe box 3-stelsel;
- het uiterlijk bij het Belastingplan 2029 presenteren van een box 3-stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting.
Eerste Kamer
Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft op 24 februari 2026 de procedure besproken en besloten het ministerie van Financiën te verzoeken een technische briefing te houden op 17 maart 2026. Daarnaast wenst de commissie één of enkele deskundigenbijeenkomsten te organiseren.