Verwachte fiscale wijzigingen op Prinsjesdag 2026

Een groot gedeelte van de aangekondigde maatregelen is eerder aangekondigd, onder meer in het Coalitieakkoord 2026-2030, Bouwen aan een beter Nederland, dat D66, VVD en CDA op 30 januari 2026 hebben gepresenteerd. 

Op Prinsjesdag (dinsdag 15 september 2026) wordt het pakket Belastingplan 2027 officieel gepubliceerd. Dan wordt het merendeel van de fiscale maatregelen voor het komende jaar concreet uitgewerkt.

Bevriezing aftoppingsgrens pensioenen

In de loonbelasting kan tot ten hoogste € 137.800 pensioengevend loon in aanmerking worden genomen. Tot dat bedrag kan fiscaal gefaciliteerd pensioen worden opgebouwd. Deze aftoppingsgrens wordt vanaf 2027 voor zes jaar niet geïndexeerd en daarmee bevroren op € 137.800. 

Status

Dit wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2027. Het was al aangekondigd in het coalitieakkoord, zie de Strategische agenda 2026-2030.

Verruiming werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) geeft werkgevers onder voorwaarde de ruimte om bepaalde vergoedingen en extra’s aan hun werknemers te geven, zonder dat werknemers daarover loonbelasting verschuldigd zijn. Werkgevers kunnen hierbij zelf bepalen in welke mate en voor welke vergoedingen zij de vrije ruimte willen benutten, voor zover dit aan het gebruikelijkheidscriterium voldoet.

De vrije ruimte bedraagt thans 2% van het loon waarover belasting wordt geheven voor zover dat loon niet meer bedraagt dan, vermeerderd met 1,18% van het loon waarover belasting wordt geheven voor zover dat loon meer bedraagt dan € 400.000. Met ingang van 1 januari 2027 wordt de ruimte in de eerste schijf structureel verhoogt naar 2,16%. Het idee daarachter is dat mkb-ondernemers met de uitbreiding van de vrije ruimte makkelijker bijvoorbeeld een gezonde lunch, sportabonnement of thuiswerkvergoeding aan kunnen bieden.

 

 2026

 2027

 Loon tot € 400.000

 2,00%

 2,16%

 Meerdere

 1,18%

 1,18%

Status

Dit was al opgenomen in het Belastingplan 2025.

Aanpassing expatregeling

De expat regeling (30%-regeling) is een faciliteit voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland worden aangeworven. Onder voorwaarden mag een deel van het loon worden aangemerkt als een belastingvrije vergoeding voor zogenoemde extraterritoriale kosten: de extra kosten die samenhangen met het tijdelijk werken buiten het land van herkomst. De regeling geldt gedurende een periode van maximaal vijf jaar.

Momenteel kan maximaal 30% van het loon belastingvrij worden vergoed. Ook moet rekening gehouden met een maximum salaris waarop de regeling mag worden toegepast. Per 1 januari 2027 wordt het maximale belastingvrije percentage verlaagd van 30% naar 27%. Daarnaast worden de salarisnormen voor toepassing van de regeling aangescherpt.

Status

Dit was al opgenomen in het Belastingplan 2025.

Afschaffing vrijstelling branche-eigen producten 

In beginsel behoren alle vergoeding en verstrekkingen van een werkgever aan een werknemer tot het belaste loon. Dergelijke vergoedingen en verstrekkingen zijn echter onbelast als de werkgever deze onder kan brengen in de vrije ruimte of onder een gerichte vrijstelling (werkkostenregeling). Per 2027 wordt de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten afgeschaft. Na afschaffing kan een korting nog steeds onbelast worden verstrekt via de vrije ruimte. Daarbij is het dan niet langer nodig om de grenzen van deze gerichte vrijstelling in acht te nemen. Wel moet rekening worden gehouden met het gebruikelijkheidscriterium. 

Status

Dit wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2027. Zie de Strategische agenda 2026-2030.

Verhoging gerichte vrijstelling voor reiskosten

Onderdeel van de werkkostenregeling is een gerichte vrijstelling voor reiskosten. Deze vrijstelling wordt verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Tot dat bedrag kunnen reiskosten belastingvrij worden vergoed aan werknemers. Deze verhoging krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.  

Status

Dit wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2027. Zie de Strategische agenda 2026-2030. Vooruitlopend op de wetswijziging is goedkeurend beleid opgenomen in het besluit van 17 mei 2026, nr. 2026-8260. 

Codificatie overgangsrecht youngtimerregeling

Als een werknemer een aan hem ter beschikking gestelde auto op jaarbasis voor meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt, moet een bijtelling in aanmerking worden genomen. Die bijtelling bedraagt voor brandstofauto’s ten minste 22% van de cataloguswaarde van de auto (inclusief bpm) als de auto niet meer dan 16 jaar geleden in gebruik is genomen en ten minste 35% van de waarde in het economische verkeer (dagwaarde) als de auto meer dan 16 jaar gelden in gebruik is genomen. In dat laatste geval is sprake van een zogenoemde youngtimer. In 2027 wordt de grens voor youngtimers verlegd van 16 jaar naar 25 jaar. 

Er komt een overgangsregeling voor werknemers die aanvankelijk de youngtimerregeling mochten gaan gebruiken, maar dat door een eerdere wetswijziging per 1 januari 2026 niet meer konden doen. Zij mogen in 2026 alsnog de youngtimerregeling toepassen. 

Status

Dit wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2027. Zie de Strategische agenda 2026-2030. Het is al vastgelegd in het besluit van 12 februari 2026, nr. 2026-2493. 

Invoering pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s

Met ingang 1 januari 2027 wordt een pseudo-eindheffing ingevoerd voor aan werknemers mede voor privédoeleinden ter beschikking gestelde personenauto’s die niet volledig emissievrij zijn (fossiele auto’s). De pseudo-eindheffing is vanaf 1 januari 2027 verschuldigd voor fossiele auto’s die vanaf die datum voor het eerst ter beschikking worden gesteld door de werkgever. Als een werkgever vóór 2027 een auto ter beschikking heeft gesteld aan één van diens werknemers, geldt een overgangsrechttermijn tot 17 september 2030. Tot die datum is de pseudo-eindheffing dan niet van toepassing.

De waarde van de door de werkgever aan een werknemer ter beschikking gestelde fossiele auto wordt aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 12%. Onder de waarde van een fossiele auto wordt verstaan de catalogusprijs (inclusief bpm). De waarde van een auto die meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen (youngtimer) wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer (dagwaarde). De pseudo-eindheffing komt niet in de plaats van de reguliere loonheffing bij de werknemer. De pseudo-eindheffing is ook niet verhaalbaar op de werknemer. 

Het kabinet heeft inmiddels ook de eerste aanpassingen aangekondigd, zoals elders in deze nieuwsbrief vermeld. 

Status 

Dit was deels opgenomen in het Belastingplan 2026.

Anticumulatiebepaling pseudo-eindheffing 

In de wet wordt een bepaling opgenomen om cumulatie van de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s en de pseudo-eindheffing voor hoge vertrekvergoedingen te voorkomen. Daarmee wordt voorkomen dat dubbele heffing kan ontstaan als beide eindheffingen van toepassing zijn over dezelfde belastinggrondslag. 

Status

Dit wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2027. Zie de Strategische agenda 2026-2030. De pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s was al opgenomen in het Belastingplan 2026. 

Medewerkersparticipatie in startups en scale-ups

Er komt een regeling om medewerkersparticipatie in startups en scale-ups te stimuleren. Startups en scale-ups hebben vaak niet de financiële middelen om werknemers een concurrerend salaris te bieden. Ze kunnen wel aandelenopties geven in ruil voor een lager salaris. Dit zorgt er ook voor dat medewerkers meer aan het bedrijf gebonden zijn en minder snel vertrekken.

Er komen twee maatregelen om medewerkersparticipatie te stimuleren. Ten eerste is dat een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties. De lagere heffing wordt zo vormgegeven, dat de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten wordt versmald tot 65%. Daardoor is het effectieve tarief ongeveer gelijk aan wat de heffing zou zijn als de aandelenoptierechten in box 2 van de inkomstenbelasting zouden zijn belast. De tweede maatregel betreft een uitstel van heffing van loon- en inkomstenbelasting tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenoptie verkregen aandelen daadwerkelijk worden verkocht.

Deze maatregelen gelden alleen voor medewerkersparticipaties in startups en scale-ups. Er is sprake van een startup of scale-up indien een onderneming gebruikmaakt van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat voortvloeit uit innovatie. Onder innovatie wordt verstaan het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën, waarbij sprake is van technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de sector. Onder een schaalbaar, herhaalbaar verdienmodel wordt verstaan het vermogen van een onderneming om de omzet snel te laten groeien zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik te maken van technologie die lagere marginale kosten met zich brengt en schaalvoordelen biedt.

Status

Dit wordt opgenomen in het pakket Belastingplan 2027 (Wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups). Zie de Strategische agenda 2026-2030. Het stond eerder open voor internetconsultatie. 

Overschrijding uiterste pensioeningangsdatum

Een ouderdomspensioen moet uiterlijk vijf jaar nadat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt ingaan. Als een ouderdomspensioen niet tijdig ingaat voldoet het niet langer aan de in de fiscale voorwaarden en wordt het onzuiver. Het gevolg daarvan is de waarde van het volledige ouderdomspensioen direct in de belastingheffing wordt betrokken als loon uit vroegere dienstbetrekking. Daarbovenop komt in beginsel 20% revisierente.

In de uitvoeringspraktijk van pensioenuitvoerders komt het voor dat deelnemers aan een pensioenregeling onbereikbaar zijn. Een niet te bereiken deelnemer kan bijvoorbeeld zijn verhuisd naar het buitenland en het in Nederland opgebouwde pensioen zijn vergeten. Dit kan ertoe leiden dat het pensioen niet tijdig kan ingaan met alle nadelige fiscale gevolgen van dien. Het wordt echter mogelijk om de hiervoor genoemde fiscale consequenties achterwege te laten, mits het pensioen dat ziet op de periode tussen de uiterste ingangsdatum en de feitelijke ingangsdatum zo snel mogelijk alsnog wordt uitgekeerd. Daarover vindt dan reguliere belastingheffing plaats. 

Status

Dit is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2027.

Bewaarplicht bij opting-in

De wet biedt de mogelijkheid om op verzoek een arbeidsverhouding die niet kwalificeert als een echte dienstbetrekking en ook niet op andere gronden wordt beschouwd als een dienstbetrekking (fictieve dienstbetrekking) toch als een dienstbetrekking voor de loonbelasting te laten beschouwen (opting-in). Als voorwaarde om gebruik te kunnen maken van opting-in geldt dat degene die de arbeid verricht door middel van een gezamenlijke verklaring van hem en de beoogde inhoudingsplichtige aan de inspecteur meldt dat de arbeidsverhouding als dienstbetrekking moet worden beschouwd. 

Om deze administratieve lasten te verminderen wordt deze meldplicht omgezet in een bewaarplicht. De beoogde inhoudingsplichtige dient de gezamenlijke verklaring bij de loonadministratie te bewaren. Inzending naar de Belastingdienst is dan niet meer nodig.

Status

Dit is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2027.

Afschaffing eerstedagsmelding

De mogelijkheid voor de Belastingdienst om via een beschikking de verplicht op te leggen om een eerstedagsmelding te doen, komt de vervallen. Vóór 1 januari 2027 opgelegde verplichtingen hoeven vanaf die datum niet meer te worden nagekomen. 

Status

Dit is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2027.

Aanpassing afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

De afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) is een fiscale regeling waarmee de overheid technische innovatie stimuleert. Bedrijven die zich bezighouden met S&O kunnen, onder bepaalde voorwaarden, een deel van de kosten die worden gemaakt voor technisch innovatieve werkzaamheden in mindering brengen op de af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Bij de berekening van de afdrachtvermindering wordt het aantal S&O-uren vermenigvuldigd met het gemiddeld S&O-uurloon van de werknemers die zich bezighouden met S&O-werk. Indien de inhoudingsplichtige in het referentiejaar geen S&O-werk heeft verricht waarvoor hij over een S&O-verklaring beschikt, geldt een gemiddeld uurloon van € 29. Dit forfaitaire uurloon wordt per 1 januari 2027 verhoogd van € 29 naar € 33.

Status

Dit is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2027.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.