Staatssecretaris schetst stand van zaken rond uitvoering en gebruik tegenbewijsregeling box 3
De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk in een Kamerbrief de voortgang van de hersteloperatie box 3, inclusief uitvoering, gebruik en verwachtingen voor de komende jaren toegelicht.
Achtergrond en aanleiding
De staatssecretaris geeft aan dat de Wet tegenbewijsregeling box 3 op 12 juni 2025 is aangenomen naar aanleiding van arresten van de Hoge Raad. De regeling biedt belastingplichtigen de mogelijkheid aannemelijk te maken dat hun werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement, waardoor herstel kan plaatsvinden voor de belastingjaren 2017 tot en met 2024. Vanaf 2025 is het opgeven van het werkelijk rendement geïntegreerd in de aangifte. De staatssecretaris vermeldt daarnaast dat de Hoge Raad op 25 juni 2026 in de massaalbezwaarplusprocedure heeft geoordeeld dat belastingplichtigen van wie de aanslagen over 2017 tot en met 2020 al onherroepelijk vaststonden vóór het Kerstarrest, niet in aanmerking komen voor rechtsherstel en geen toegang hebben tot de tegenbewijsregeling voor die jaren.
Effecten voor burgers en ondersteuning
De staatssecretaris licht toe dat belastingplichtigen gebruikmaken van een formulier “Opgaaf Werkelijk Rendement” (OWR) om hun werkelijke rendement aan te tonen. Dit vraagt volgens de staatssecretaris om het verzamelen van informatie uit diverse bronnen, wat afhankelijk van de complexiteit van het vermogen belastend kan zijn voor burgers. De Belastingdienst ondersteunt burgers via meerdere kanalen, waaronder de Belastingtelefoon, balie-afspraken, digitale ondersteuning en gerichte communicatie. Tot mei 2026 zijn circa 7,2 miljoen brieven verstuurd, waarvan 4,26 miljoen met een uitnodiging tot het indienen van een formulier OWR. In de periode 2026 en 2027 worden nog circa 3,7 miljoen uitnodigingen verwacht.
Implementatie en uitvoering
De staatssecretaris merkt op dat de implementatie in ICT-systemen complex is geweest en gefaseerd is ingericht om verstoringen te voorkomen. Ook is een speciale unit box 3 ingericht binnen de Belastingdienst, waarvoor medewerkers zijn geworven en opgeleid. De behandeling van bezwaren en verzoeken zal volgens de staatssecretaris naar verwachting doorlopen tot 2030, mede door de omvang van de werkvoorraad en de mogelijkheid om nog tot eind 2029 verzoeken in te dienen voor belastingjaar 2024.
Werkstromen en werkvoorraad
De staatssecretaris beschrijft drie hoofdwerkstromen binnen de hersteloperatie: bezwaren en verzoeken, OWR als aanvulling op de aangifte en OWR als bezwaar of verzoek. Op 8 juni 2026 omvatte de werkvoorraad onder meer 351.000 bezwaren en verzoeken en ruim 235.500 OWR-formulieren als aanvulling op aangiften. Daarnaast waren circa 368.500 formulieren ingediend als bezwaar of verzoek.
Gebruik van de regeling en realisatie
De staatssecretaris geeft aan dat tot 8 juni 2026 804.411 formulieren OWR zijn ingediend. Van deze formulieren staan er 625.500 nog in de werkvoorraad en zijn er 179.000 afgehandeld, waarvan 34.500 inhoudelijk verwerkt. Dit heeft geleid tot verminderingen met een budgettair beslag van € 22,5 miljoen. Voor de rest van 2026 streeft de Belastingdienst naar verdere verwerking van formulieren, waarbij het tempo afhankelijk is van complexiteit en beschikbare capaciteit.
Vervolg en herijking
De staatssecretaris merkt op dat herijking van de uitvoeringstoets nog niet mogelijk is vanwege beperkte verwerkingsgegevens. Deze herijking zal worden heropgestart zodra meer inzicht bestaat in de uitvoering en behandeltijden. De Kamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd.
Tot slot geeft de staatssecretaris aan dat de werkzaamheden rond de tegenbewijsregeling tot in ieder geval 2030 zullen doorlopen en dat de Kamer jaarlijks wordt geïnformeerd over de voortgang.
De gehele Kamerbrief vindt u hier.