Derde nota van wijziging Belastingplan 2026 over wijziging bedrag in bedrijfsopvolgingsregeling, schriftelijke beantwoording vragen over onder meer lucratief belang, fgr, wbso, inkoop eigen aandelen en verhuld vermogen en nota naar aanleiding van verslag Eerste Kamer Fiscale Verzamelwet 2026
De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk een derde nota van wijziging bij het Belastingplan 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze nota van wijziging voorkomt dat een bedrag in de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) gaat afwijken van eenzelfde bedrag in de doorschuifregeling aanmerkelijk belang (DSR ab).
Verder heeft de staatssecretaris antwoorden gegeven op vragen over het pakket Belastingplan 2026. De Tweede Kamer heeft deze vragen gesteld tijdens het eerste wetgevingsoverleg (WGO I) op maandag 17 november 2025.
Daarnaast heeft de staatssecretaris de nota naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2026 naar de Eerste Kamer gestuurd.
Nota van wijziging Belastingplan 2026
Bedrijfsmiddelen met een waarde in het economische verkeer van minimaal € 100.000 (bedrag 2025) die zowel voor privédoeleinden als voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, en daarmee volgens het leerstuk van de vermogensetikettering keuzevermogen zijn, komen met ingang van 1 januari 2025 slechts in aanmerking voor toepassing van de BOR en de DSR ab voor zover ze voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. Dit is de zogenoemde keuzevermogenmaatregel in de BOR en de DSR ab. Genoemd bedrag wordt vanaf 2026 jaarlijks geïndexeerd. De DSR ab is opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001), waarvoor de tabelcorrectiefactor op grond van het wetsvoorstel beperkt wordt toegepast voor het jaar 2026. De BOR is opgenomen in de Successiewet 1956, waarvoor niet in het wetsvoorstel is geregeld dat de tabelcorrectiefactor beperkt wordt toegepast voor het jaar 2026. Door deze verschillende mate van indexatie zou genoemd bedrag voor de DSR ab gaan afwijken van het bedrag voor de BOR. De staatssecretaris merkt op dat dit niet gewenst is. Het leidt volgens de staatssecretaris tot een onlogisch verschil tussen de BOR en de DSR ab en het kan daardoor leiden tot een andere grondslag voor de toepassing van de BOR dan voor toepassing van de DSR ab. Genoemd bedrag voor de DSR ab wordt door deze nota van wijziging per 1 januari 2026 ook geïndexeerd met de volledige tabelcorrectiefactor en komt daardoor, net als het bedrag voor de BOR, in 2026 na afronding uit op € 103.000. Voorts voorziet deze nota van wijziging in een redactionele aanpassing van een in het wetsvoorstel opgenomen samenloopbepaling.
De gehele nota van wijziging vindt u hier.
Beantwoording vragen wetgevingsoverleg
De staatssecretaris gaat onder meer in op vragen gesteld over de maatregelen betreffende de lucratiefbelangregeling, het tijdelijk overgangsrecht voor het fonds voor gemene rekening (FGR), de wereldwijde minimumbelasting, de WBSO, inkoop eigen aandelen en terugbetaling van kapitaal, de liquidatieverliesregeling en het programma Verhuld Vermogen.
Ten aanzien van de maatregelen in het kader van de lucratiefbelangregeling geeft de staatssecretaris aan dat de multipliermaatregel uitvoerbaar is. Hoewel er onvoldoende IV-ondersteuning is voor de handhaving van de maatregel en de maatregel tot gedragseffecten leidt, ziet het kabinet geen aanleiding om het voorstel aan te passen.
Op het punt van het tijdelijke overgangsrecht FGR herhaalt de staatssecretaris eerdere beantwoording. Hij ziet geen aanleiding om het overgangsrecht uit te breiden naar fondsen die na 31 december 2024 zijn opgericht.
Op het vlak van de wereldwijde minimumbelasting geeft de staatssecretaris aan dat het kabinet het van belang acht om de effectiviteit en de stabiliteit van het internationale belastingstelsel te waarborgen en om recht te doen aan de internationale afspraken over de wereldwijde minimumbelasting. De staatssecretaris kan gelet op de lopende onderhandelingen niet verder uitweiden over de status daarvan. De Kamer zal op de hoogte worden gehouden over ontwikkelingen op dit punt.
De staatssecretaris wijst op de begrotingsregels bij een eventuele introductie van een carry-forward binnen de WBSO om verzilveringsproblematiek op te lossen. Onderuitputting in eerdere jaren kan niet worden gebruikt ter dekking van een eventuele carry-forwardmaatregel. Verder wijst de staatssecretaris op de hogere complexiteit en uitvoeringslasten die hiermee gepaard gaan.
Op het punt van inkoop eigen aandelen en terugbetaling kapitaal wijst de staatssecretaris op in 2023 verricht onderzoek naar de inkoopfaciliteit waaruit blijkt dat aan het afschaffen van de inkoopfaciliteit voor beursfondsen grote nadelen zitten. Verder verwijst de staatssecretaris naar de eerdere beantwoording van Kamervragen op dit punt. Verder gaat de staatssecretaris in op vragen over de step-up bij verplaatsing van vennootschappen naar Nederland. Op dit punt geeft de staatssecretaris aan dat het kunnen overgaan tot een onbelaste terugbetaling van kapitaal een bewuste keuze van de wetgever is geweest en dus in lijn met doel en strekking van de wet is. Als een aandeelhouder zijn ingebrachte kapitaal niet onbelast kan terugkrijgen zou dat invloed kunnen hebben op de afweging tussen schuldfinanciering en financiering met eigen vermogen door middel van kapitaalstortingen, aldus de staatssecretaris. Daarnaast zou het, aldus de staatssecretaris, leiden tot extra administratieve lasten en discussies rondom de toepassing van belastingverdragen. Gelet op de demissionaire status van het kabinet, ziet de staatssecretaris momenteel geen aanleiding voor de introductie van nieuwe maatregelen.
Ten aanzien van de liquidatieverliesregeling legt de staatssecretaris uit waarom de "voor-zover-benadering" niet gekozen is om de budgettaire derving na het arrest van de Hoge Raad over de toepassing van de liquidatieverliesregeling te dekken.
Tot slot geeft de staatssecretaris antwoorden op vragen over het programma Verhuld Vermogen van de Belastingdienst. Hij geeft daarbij een algemeen overzicht van het programma Verhuld Vermogen en geeft aan wat de totale opbrengst is van 2001 tot nu toe: € 5 miljard (inclusief rente en boetes). De Kamer zal op de hoogte worden gehouden over verdere data-analyse door de Belastingdienst.
Alle vragen en antwoorden van de staatssecretaris vindt u hier.
Nota naar aanleiding van het verslag Fiscale verzamelwet
De staatssecretaris heeft recentelijk vragen van de Eerste Kamer beantwoord over de Fiscale Verzamelwet 2026. De vragen gingen over een correctiemaatregel in de omzetbelasting naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad, de nabestaandenregeling bij de compensatieregeling selectie aan de poort en over een (gemeentelijke) leegstandsheffing.
De gehele nota naar aanleiding van het verslag vindt u hier.