Vrijgesteld EU-pensioen telt mee voor drempel persoonsgebonden aftrek

Hoge Raad oordeelt dat een van nationale belastingheffing vrijgesteld EU-pensioen meetelt bij berekening van drempelbedrag voor persoonsgebonden aftrek

De Hoge Raad heeft recentelijk geoordeeld dat een van nationale belastingheffing vrijgesteld pensioen van een instelling van de Europese Unie meegenomen wordt bij de berekening van het drempelbedrag voor de persoonsgebonden aftrek. 

Feiten

Belanghebbende ontving in 2017 een pensioenuitkering van de Europese Commissie. Op grond van artikel 12 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is deze pensioenuitkering vrijgesteld van nationale belastingheffing. Belanghebbende gaf de uitkering in de aangifte inkomstenbelasting aan als vrijgesteld inkomen. Bij het vaststellen van de aanslag nam de inspecteur de pensioenuitkering mee bij de berekening van het drempelbedrag voor de persoonsgebonden aftrek, waaronder de aftrek van specifieke zorgkosten en giften. Belanghebbende was van mening dat dit in strijd was met het Protocol. 

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat geen redelijke twijfel bestaat dat van nationale belastingheffing vrijgesteld EU-inkomen in aanmerking mag worden genomen als onderdeel van het verzamelinkomen dat de grondslag vormt voor het drempelbedrag van de persoonsgebonden aftrek. Daarbij verwijst de Hoge Raad onder meer naar eerdere rechtspraak uit 2011. 

De Hoge Raad oordeelt dat het vrijgestelde EU-pensioen deel uitmaakt van het verzamelinkomen dat als grondslag dient voor het drempelbedrag van de persoonsgebonden aftrek. Volgens de Hoge Raad wordt het pensioen daarmee niet belast, maar alleen betrokken bij de berekening van de omvang van de aftrek. Daarom is geen sprake van strijd met artikel 12 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

Doordat het vrijgestelde EU-pensioen meetelt voor het drempelbedrag, valt de drempel voor de persoonsgebonden aftrek hoger uit. Daardoor kan de belastingplichtige minder specifieke zorgkosten of giften in aftrek brengen dan wanneer het pensioen niet zou meetellen.

De Hoge Raad zag geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Op dezelfde dag besliste de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak over het belastingjaar 2015 in dezelfde zin. 


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.