Wet werkelijk rendement box 3

Minister stuurt nota naar aanleiding van het verslag naar Tweede Kamer; wetsvoorstel moet uiterlijk 15 maart 2026 worden aangenomen voor inwerkingtreding 1 januari 2028

De Minister van Financiën heeft recentelijk de nota naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd. De minister gaat uitgebreid in op vragen en opmerkingen van de commissie en de verschillende fracties. 

Werkelijk rendement

Het kabinet wil in box 3 inkomstenbelasting gaan heffen op basis van het werkelijk behaalde rendement van vermogen. De belasting wordt als hoofdregel vormgegeven als een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat jaarlijks belasting wordt geheven over de reguliere voordelen uit vermogen (zoals rente, dividend, huur en pacht) en de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen in het betreffende jaar (zoals koerswinst of koersverlies over aandelen), verminderd met kosten. Voor onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting. Dit betekent dat de waardeontwikkeling van onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen wordt belast als deze is gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop van het vermogensbestanddeel of wanneer geen sprake meer is van een startende onderneming. Zie voor een uitgebreide toelichting op het wetsvoorstel onze alert in EYFN 2025/21

Nota naar aanleiding van het verslag

De minister gaat in de nota naar aanleiding van het verslag onder meer in op de voorgestelde aanpassingen, waaronder de hoofdlijnen van het voorstel, de berekening van het inkomen, de waardering van de grondslag en de vervanging van het heffingvrije vermogen door een heffingsvrij resultaat. Ook komt de invoering van verliesverrekening aan de orde, evenals een aanpassing van de tariefstelling. Daarnaast wordt stilgestaan bij de fiscale behandeling van onroerende zaken, startende ondernemingen, verzekeringsproducten en de positie van vorderingen en schulden.

In de nota is ook aandacht voor de visie op het belasten van vermogen en de samenhang tussen de boxen. Daarbij wordt ingegaan op de internationale aspecten, zoals de verhouding tot hoger recht, de voorkoming van dubbele belasting, emigratie en de fiscale positie van Caribisch Nederland. Volgens de bewindsman zijn ook de overwogen alternatieven, waaronder een volledige vermogenswinstbelasting, een heffing op basis van reëel werkelijk rendement en een vermogensbelasting, zorgvuldig beoordeeld. 

Tevens wordt inzicht gegeven in de budgettaire effecten en de gevolgen voor burgers en bedrijven. Daarbij gaat het onder andere om inkomenseffecten, gedragseffecten, administratieve lasten en de uitvoerbaarheid van het voorstel. Tot slot komt de uitvoering uitgebreid aan bod, evenals de doelmatigheid en doeltreffendheid van het nieuwe stelsel. Monitoring en evaluatie worden nadrukkelijk meegenomen om de werking van de Wet werkelijk rendement box 3 in de praktijk te volgen en waar nodig bij te sturen.

Inwerkingtredingdatum

De beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel is 1 januari 2028. Deze inwerkingtredingsdatum is volgens de minister - gelet op de benodigde implementatietermijn – mogelijk, als het wetsvoorstel uiterlijk op 15 maart 2026 aangenomen wordt door de Tweede Kamer. De minister verzoekt de Tweede Kamer om te kijken naar mogelijkheden om het wetsvoorstel spoedig te behandelen.

De gehele nota naar aanleiding van het verslag vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.