Nu organisaties hun AI-investeringen opschalen, ligt de uitdaging niet langer in pilots, maar in het realiseren van transformatie op bedrijfsniveau.


In het kort:

  • Veel organisaties richten zich nog vooral op AI-pilots en losse toepassingen, terwijl fundamentele procesverandering en aansluiting op een organisatiebrede strategie en bedrijfsdoelstellingen achterblijven.
  • De opbrengsten van AI-investeringen blijven vaak achter bij de verwachtingen door verschillende belemmerende factoren. De opkomst van agentic AI vergroot die druk verder.
  • Met vijf concrete stappen kunnen organisaties het rendement van AI-investeringen beter inzichtelijk maken, vergroten en de basis leggen voor opschaling en duurzame waardecreatie.
  • Zo ontstaat de basis voor AI-toepassingen die niet alleen experimenten opleveren, maar aantoonbare impact op organisatieniveau.

Naarmate organisaties blijven investeren in generatieve AI (GenAI) en agentic AI, verschuift de sleutel tot succes van losse experimenten naar het transformeren van volledige bedrijfsprocessen. Dat vraagt om een end-to-endbenadering van workflows, het meten van waarde met doelgerichte KPI's en consistente governance om succesvolle toepassingen op grote schaal uit te rollen.Hoewel GenAI en agentic AI nog altijd veel investeringen aantrekken, merken veel organisaties dat de opbrengsten langzamer, lager of minder voorspelbaar zijn dan verwacht. Bestuurders bouwen voort op pilots en proofs of concept, maar de verwachte waarde vertaalt zich niet altijd in zichtbare resultaten. Daardoor raken veel organisaties verstrikt in een AI ROI-valkuil: de snelheid van experimenteren ligt hoger dan wat uitvoering, governance en prestatiemeting kunnen bijbenen.

Veel organisaties denken dat een succesvol AI-programma begint bij technologie. In werkelijkheid begint schaalbare AI-adoptie bij mensen. Je kunt de beste modellen, data en governance hebben, maar als leiders geen duidelijke visie neerzetten en medewerkers niet meenemen in nieuwe manieren van werken, blijft AI steken in pilots en blijft de beloofde ROI uit.

In dit artikel delen we inzichten uit onderzoek van EY, waaronder twee wereldwijde onderzoeken onder bestuurders in de technologiesector die zijn uitgevoerd in samenwerking met Oxford Economics. We onderzoeken waarom het rendement op AI-investeringen vaak versnipperd en moeilijk aantoonbaar is, en welke stappen leiders kunnen zetten om experimenten om te zetten in duurzame waardecreatie.

Uit onderzoek van EY blijkt dat ongeveer 16% van de organisaties geen enkel rendement realiseert op GenAI-gedreven Copilot-initiatieven. Minder dan de helft (43%) behaalt een substantieel rendement van meer dan 50%. De kloof tussen verwachtingen en daadwerkelijke resultaten roept steeds vaker vragen op over het vermogen van GenAI om blijvende zakelijke waarde te creëren.De uitdaging gaat verder dan de technologie zelf. Het draait ook om timing, organisatorische volwassenheid en de onderliggende businesscase. Het realiseren van waarde met GenAI blijkt in de praktijk vaak complexer en tijdrovender dan verwacht. Hoewel sommige toepassingen snel resultaat opleveren, vraagt duurzame waardecreatie om een fundamentele herziening van processen, werkwijzen en platformen binnen de organisatie.
 

Daarnaast blijven veel organisaties steken in pilots en proof-of-concepts. Gebrekkige of inconsistente governance belemmert opschaling naar organisatiebreed gebruik, waardoor het rendement achterblijft. Ook spelen hoge inferentiekosten, de doorlopende kosten van het gebruik van AI-modellen in productie, een belangrijke rol. Wanneer daar een beperkte aansluiting tussen model en toepassing, of onvoldoende aandacht voor verandermanagement bij komt, slagen zelfs veelbelovende initiatieven er niet in om blijvende waarde op te leveren.
 

Naarmate AI zich verder ontwikkelt van copilots naar steeds autonomere AI-agents, worden deze beperkingen nog zichtbaarder. Tegelijkertijd nemen zowel de kansen als de risico’s toe. Juist daarom wordt het voor organisaties steeds belangrijker om hun AI-investeringen strategisch te benaderen en gericht te sturen op meetbare bedrijfswaarde.

Workers working late. Office windows by night.
1

Hoofdstuk 1

AI in de praktijk: waar staan organisaties nu?

Organisaties kiezen bij AI vaak voor snelheid, kostenbeheersing en externe oplossingen. Zonder een duidelijke organisatiebrede visie leidt dit echter tot losse pilots, hiaten in governance en een lager rendement op AI-investeringen.

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat organisaties uiteenlopende keuzes maken als het gaat om hun AI-architectuur en de manier waarop AI-oplossingen worden ontwikkeld en ingezet. De meeste organisaties kiezen daarbij voor samenwerking met externe partners. Slechts 9% ontwikkelt volledig eigen large language models (LLM’s), terwijl 18% deze samen met externe aanbieders ontwikkelt. Veruit de grootste groep maakt gebruik van bestaande modellen van derden: 41% werkt met gesloten modellen, 27% met open modellen en 26% hanteert een hybride aanpak.Ook de mate van maatwerk blijft vaak beperkt. Zo gebruikt 62% van de organisaties standaardmodellen van externe aanbieders. Daarnaast verrijkt 51% deze modellen met retrieval-augmented generation (RAG), terwijl 46% modellen verder afstemt met eigen bedrijfsdata. Deze benaderingen sluiten elkaar niet uit; veel organisaties combineren beide technieken.

De pragmatische aanpak die organisaties hanteren bij hun AI-architectuur komt ook terug in de keuze voor leveranciers en oplossingen. Bij de afweging tussen zelf ontwikkelen of inkopen kiezen de meeste organisaties voor een hybride strategie, waarbij per use case wordt bepaald welke aanpak het meest geschikt is. Zo proberen zij een balans te vinden tussen maatwerk, snelheid en flexibiliteit.

Kant-en-klare oplossingen zijn de op een na populairste keuze. Deze maken een snelle implementatie en directe inzet mogelijk, ook als dat soms hogere initiële kosten met zich meebrengt. Minder organisaties kiezen ervoor om volledig afhankelijk te zijn van externe leveranciers of juist alle AI-capaciteiten zelf op te bouwen.
Bij de selectie van technologiepartners geeft 61% van de organisaties bovendien de voorkeur aan een best-of-breed-benadering: het kiezen van de beste oplossing per specifiek onderdeel. Daarmee verkiezen zij specialistische oplossingen boven geïntegreerde suites van één leverancier.



Organisaties verschillen ook in de manier waarop zij de afweging maken tussen het snel implementeren van losse AI-oplossingen en het fundamenteel herontwerpen van processen. Die keuze wordt meestal bepaald door het beoogde resultaat. Snel inzetbare toepassingen, zoals AI-gestuurde klantenservicesystemen, zijn nog altijd populairder dan grootschalige initiatieven waarbij AI door de hele organisatie wordt geïntegreerd, bijvoorbeeld binnen de volledige financiële functie.De voorkeur voor snel te implementeren oplossingen wordt vooral gedreven door directe voordelen, zoals een korte implementatietijd, lagere kosten, schaalbaarheid en, in mindere mate, eenvoudige integratie met bestaande processen. Toch blijkt procestransformatie vaak effectiever wanneer het gaat om flexibiliteit, regie en een sterke aansluiting op de strategische doelstellingen van de organisatie.

De algemene boodschap is duidelijk. Als een heldere, organisatiebrede AI-visie ontbreekt, worden keuzes vooral gestuurd door snelheid, kostenbeheersing en risicobeperking. Daarmee blijft de focus vaak liggen op pilots en losse toepassingen, terwijl de ambitie juist is om processen te transformeren en AI strategisch in te zetten. Die pragmatische keuzes zijn begrijpelijk, maar creëren tegelijkertijd hiaten in governance en prestatiemeting.


Morning commute at business district of Paris, France
2

Hoofdstuk 2

Waarom het rendement op AI-investeringen achterblijft bij de verwachtingen

Enkele factoren beperken momenteel het rendement op AI-investeringen, waaronder onvoldoende gedefinieerde KPI's en ontoereikende of nog niet volwassen governancekaders.

Terwijl organisaties navigeren van AI-pilots naar organisatiebrede transformatie, zijn er nog meer factoren die het rendement op AI-investeringen beperken. Zo worden de gerealiseerde voordelen vaak vooral kwalitatief in plaats van kwantitatief gemeten, en zijn de gebruikte KPI's regelmatig onvoldoende uitgewerkt.

Zo'n 61% van de respondenten is van mening dat AI meer waarde creëert dan zij daadwerkelijk kunnen meten. Hoewel organisaties wijzen op verbeteringen in productiviteit en transparantie, ontbreken vaak duidelijke KPI's om de impact op organisatieniveau vast te stellen. Dit lijkt samen te hangen met het onvoldoende vooraf definiëren van gewenste resultaten en meetcriteria.

Deze uitdagingen worden versterkt door governance die zowel inconsistent wordt toegepast alsnog in een vroeg ontwikkelingsstadium verkeert. Zoals uit de onderstaande grafieken blijkt, hanteren organisaties uiteenlopende modellen voor het eigenaarschap van AI-governance. De meest gekozen opties zijn verantwoordelijkheid bij de CTO of een verdeling over verschillende functies. Ook bij de inrichting van AI-leiderschap lopen de aanpakken uiteen, met een vrij gelijkmatige verdeling tussen een centrale aansturing en verantwoordelijkheid binnen afzonderlijke bedrijfsonderdelen. Tegelijkertijd heeft de grote meerderheid van de respondenten een organisatiebreed AI-comité opgericht of plannen om dit te doen.


De kern van het probleem is niet de manier waarop governance is ingericht, maar het feit dat governanceprocessen niet consequent worden toegepast. In een NAVI-wereld, waarin volatiliteit, onzekerheid, complexiteit en ambiguïteit de norm zijn, remt deze inconsistentie het rendement op AI-investeringen en vergroot zij de risico’s.

Hetzelfde patroon is zichtbaar in datamanagement. Bijna de helft (43%) van de respondenten werkt met hybride datamodellen, waarbij de verantwoordelijkheid wordt gedeeld tussen centrale en decentrale teams. Nog eens 20% gebruikt een federatief model, waarbij bedrijfsonderdelen hun eigen data beheren binnen organisatiebrede standaarden.
Om deze gedistribueerde aanpak te ondersteunen, heeft meer dan 50% van de organisaties formele processen ingericht om de gereedheid van architectuur, data, medewerkers, klanten en de organisatie voor AI te beoordelen. In de praktijk blijft de toepassing hiervan echter achter. Slechts 38% past deze processen regelmatig toe voor architectuurgereedheid en slechts 26% voor datagereedheid.

De conclusie is helder: er bestaat niet één perfecte governance-aanpak, maar wel een hardnekkige uitvoeringskloof. Zelfs wanneer governanceprocessen aanwezig zijn, worden ze niet consequent toegepast. Juist het dichten van die kloof door rollen, standaarden en gereedheidscontroles structureel in de praktijk te verankeren, helpt organisaties om AI voorbij de pilotfase te brengen en het rendement aantoonbaar te maken. Agentic AI vergroot de impact van deze kloof, omdat meer autonomie leidt tot zowel grotere schaal als grotere gevolgen.

Agentic AI verhoogt de inzet

Naarmate organisaties verder komen in hun AI-reis en investeren in agentic AI, dreigt een bekende valkuil zich op grotere schaal te herhalen: een overmatige focus op pilots, zoals eerder gebeurde bij generatieve AI.

De stap van generatieve AI naar agentic AI vergroot namelijk niet alleen de kansen, maar ook de complexiteit. In organisaties waar governance nog niet voldoende volwassen is, bestaat het risico dat agentic AI dezelfde pilotvalkuil creëert als GenAI, maar dan met meer afhankelijkheden, meer bewegende onderdelen en grotere risico's. Net als bij GenAI zijn er stakeholders die ervan overtuigd zijn dat AI-agents meer waarde creëren dan met de huidige meetmethoden zichtbaar kan worden gemaakt. Ongeveer een derde van de respondenten (33%) deelt die opvatting. Tegelijkertijd lopen de verwachtingen over de impact van agentic AI sterk uiteen. Zo verwacht 40% dat agentic AI naast bestaande AI-oplossingen zal functioneren en deze zal versterken, terwijl 12% ervan uitgaat dat de impact beperkt zal blijven.


Businessman Walking by the Modern City Buildings
3

Hoofdstuk 3

Vijf stappen om de AI ROI-valkuil te doorbreken

Met de volgende vijf stappen kunnen organisaties meer rendement halen uit hun AI-investeringen, de waarde ervan beter aantonen en zich voorbereiden op grootschalige inzet van AI.

GenAI heeft het potentieel om organisaties fundamenteel te veranderen, maar het realiseren van die waarde vraagt om discipline. Succes hangt af van het benaderen van AI als een strategische investering, gebaseerd op organisatorische gereedheid, een gedegen aanpak en meetbare resultaten. Het doorbreken van de AI ROI-valkuil vereist daarom een zorgvuldige inzet van kapitaal, sterke fundamenten en een gedisciplineerde benadering van het AI-portfolio. GenAI wordt steeds meer een concurrentienoodzaak, maar het risico ontstaat wanneer organisaties investeren zonder voldoende discipline, geduld en een realistisch beeld van wanneer waarde daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Een portfoliobenadering helpt bestuurders om de juiste balans te vinden tussen noodzakelijke basisinvesteringen en langetermijninitiatieven die meer tijd nodig hebben om rendement op te leveren, maar cruciaal zijn voor toekomstige groei. Hierdoor ontstaan ook realistischere verwachtingen over de snelheid waarmee waarde kan worden gecreëerd. Waar passend kan een private-equitybenadering worden toegepast, waarbij investeringen worden ingericht op stabiele en voorspelbare opbrengsten. Voor transformatieve innovaties past juist een venture-capitalmentaliteit: investeren in meerdere kleinschalige initiatieven, accepteren dat sommige mislukken en extra inzetten op de oplossingen die hun waarde bewijzen. De kunst is om beide benaderingen te combineren: voorspelbaarheid nastreven waar dat nodig is en risico omarmen waar echte transformatie mogelijk is.

Tegelijkertijd vraagt succesvolle AI-implementatie om een andere kijk op governance, risicomanagement en cybersecurity. Deze disciplines mogen geen rem vormen op innovatie, maar moeten juist fungeren als versnellers. Dat betekent dat organisaties moeten evolueren van statische regels en controles naar dynamische, ingebedde randvoorwaarden die consequent binnen de hele organisatie worden toegepast. Organisaties die daarin slagen, realiseren sterkere resultaten. Niet door innovatie af te remmen, maar door deze wendbaar, duurzaam en herhaalbaar te maken. De eerste GenAI-programma’s kozen vaak voor strakke centrale controle. De volgende fase beloont organisaties die gecontroleerd kunnen opschalen met consistente waarborgen.

Een aantal gerichte acties kan het rendement op AI-investeringen vergroten en beter inzichtelijk maken. Daarmee leggen organisaties de basis voor organisatiebrede opschaling en duurzame waardecreatie. Op basis van EY-onderzoek en praktijkervaring kunnen vijf acties organisaties helpen om meer aantoonbare waarde uit AI te halen en de weg vrij te maken voor verdere groei:

1. Schaal AI via processen, niet via tools, en faseer investeringen voor leren en opschaling

Leiders moeten end-to-endprocessen herontwerpen, zodat waarde op procesniveau wordt gerealiseerd in plaats van beperkt blijft tot afzonderlijke toepassingen. Begin met pilots en proofs of concept die hun potentieel hebben bewezen en schaal vervolgens alleen die initiatieven op die aantoonbaar rendement opleveren en aansluiten bij de strategische doelstellingen.

 

2. Definieer waarde, meet deze en stuur continu bij

Verruil kwalitatieve onderbouwingen voor doelgerichte KPI's die direct gekoppeld zijn aan bedrijfsresultaten, zoals groei, veerkracht, vertrouwen en kosten per dienstverlening. Evalueer zowel stabiele initiatieven als risicovollere investeringen regelmatig en wees bereid kapitaal te herverdelen: investeer meer in succesvolle toepassingen, stuur bij waar nodig of stop met initiatieven die onvoldoende presteren.

 

3. Versterk governance zodat beleid, controles en meetmethoden op schaal consistent worden toegepast

Ga van versnipperde besluitvorming op afdelingsniveau naar organisatiebrede besluitvorming die nauw is verweven met implementatie, operatie en waardemeting. Leg centrale kaders vast voor identiteit, beleid en compliance, en geef businessunits vervolgens de ruimte om stapsgewijze oplossingen te ontwerpen en te implementeren. Ondersteun dit met een Center of Excellence dat innovatie helpt afstemmen en coördineren.

 

4. Investeer in AI-gereedheid van data en bouw risicomanagement en cybersecurity vanaf het ontwerp

Hybride dataomgevingen vragen om sterkere datalineage, eigenaarschap en kwaliteitscontroles. Datagereedheid moet een voorwaarde worden voor het opschalen van AI, ondersteund door herhaalbare beoordelingsmethoden. Introduceer autonomie stapsgewijs, met grondige evaluaties en human-in-the-loop-strategieën. Bied daarnaast gedeelde voorzieningen voor databescherming, anomaliedetectie en incidentrespons naarmate de autonomie van AI-toepassingen toeneemt.

 

5. Benader AI als een strategische investeringsportefeuille met transparantie en samenhang

Breng balans en spreiding aan in AI-investeringen door fundamentele initiatieven te combineren met een portfolio van experimentele projecten. Richt kerninvesteringen op betrouwbaarheid, terwijl innovatieve initiatieven ruimte krijgen om potentiële doorbraakwaarde te realiseren. Communiceer daarbij open over investeringsstrategieën, risicobereidheid, tijdlijnen en behaalde resultaten.



Samenvatting

De zichtbaarheidsvalkuil maakt duidelijk waarom AI-initiatieven vaak leiden tot stapsgewijze verbeteringen in plaats van fundamentele verandering. Diepgaande kennis en focus zijn waardevol, maar kunnen leiders ook gevangenhouden in bestaande aannames over hoe werk uitgevoerd zou moeten worden.

Om aan deze val te ontsnappen, is het belangrijk om domeinexperts al in een vroeg stadium samen te brengen met AI-specialisten. Zo kunnen organisaties niet alleen bestaande processen verbeteren, maar ook fundamentele uitgangspunten ter discussie stellen en volledig nieuwe manieren van werken ontwerpen die aanzienlijk meer waarde opleveren.


Over dit artikel

Lees ook

Waarom tokenduurzaamheid een belangrijke factor is voor AI

Ontdek wat tokenduurzaamheid in AI is en hoe organisaties tokenverbruik kunnen beheren om kosten te beheersen, waarde te creëren en duurzaamheidsdoelen te ondersteunen.

Hoe een AI-gestuurde transformatie een grote brouwer hielp groeien

Asahi Europe & International koos voor een managed services-benadering en werkte samen met EY en Microsoft om de regels rond de optimalisatie van handelspromotie te herschrijven.

Waarom AI nu om keuzes vraagt die de boardroom niet langer kan uitstellen

AI verschuift waardecreatie sneller dan organisaties besluiten nemen. Ontdek welke strategische keuzes boards nu moeten maken. Lees het artikel.