Royal Swinkels

Zes lessen om de Nederlandse defensieambitie waar te maken


Defensie versterken is een test voor hoe goed Nederland kan organiseren.


In brief:

  • Defensie versterken lukt alleen als overheid, bedrijven en samenleving elkaar sneller weten te vinden.
  • De grootste uitdaging zit niet in de plannen, maar in het jarenlang vasthouden aan uitvoering.
  • Wie alleen naar materieel kijkt, mist het grotere systeem dat nodig is om echt weerbaar te worden.

Nederland en zijn NAVO-partners staan voor een historische opgave. Het tempo waarin militaire capaciteiten moeten worden opgebouwd ligt hoger dan ooit. De strategie ligt er. De volgende uitdaging is om die ambitie daadwerkelijk om te zetten in uitvoering, binnen de tijd die beschikbaar is.
 

Dat vraagt om meer dan extra budgetten of aanschafplannen. Complexe defensieprogramma’s vragen om samenwerking tussen overheid, industrie en samenleving. Ook vragen ze om het vermogen om over traditionele grenzen heen te werken. Uit gesprekken met defensieleiders en uit ervaringen met grote infrastructuur- en transformatieprogramma’s komen zes lessen naar voren die kunnen helpen om deze nationale opgave succesvol te realiseren.

De uitdaging is niet langer het formuleren van ambitie, maar het waarmaken ervan.
EY Ambience light view room
1

Les 1: Maak een plan en houd je eraan

Grote transformaties voltrekken zich over decennia, niet binnen één kabinetsperiode, begrotingscyclus of bestuurstermijn. Dat geldt voor infrastructuur, maar net zo goed voor defensievernieuwing, digitale transformatie en de adoptie van AI. Het Nederlandse Deltaplan laat zien wat mogelijk is wanneer we als land ons langdurig verbinden aan een gezamenlijke opgave. De kracht zat niet alleen in een heldere visie, maar vooral in de discipline om die koers jarenlang vast te houden.

Die combinatie van langetermijndenken en consistente uitvoering is ook nodig om de Nederlandse defensieambities waar te maken. De opbouw van militaire capaciteit vraagt om investeringen en keuzes waarvan de opbrengsten vaak pas jaren later zichtbaar worden. De uitdaging is daarom niet om één perfect plan te ontwikkelen, maar om een gezamenlijke koers vast te houden, ook wanneer leiders, prioriteiten en omstandigheden veranderen.

Juist die voorspelbaarheid geeft bedrijven en maatschappelijke partners het vertrouwen om te investeren, capaciteit op te bouwen en langdurige samenwerkingen aan te gaan. Voor complexe defensieprogramma’s is die continuïteit essentieel. Ambities krijgen immers pas betekenis wanneer zij worden omgezet in concrete resultaten en duurzaam worden gerealiseerd.

EY Drone flying in flower garden lesson two
2

Les 2: Kijk verder dan het materieel zelf

Grote defensieprogramma’s worden vaak gekoppeld aan één zichtbaar resultaat: een fregat, een basis of een nieuw wapensysteem. Maar duurzame defensiecapaciteit ontstaat niet door één object. Het is afhankelijk van het hele systeem eromheen. Dat betekent: sterke toeleveringsketens, geschikte locaties, moderne technologie, voldoende personeel en ondersteunende voorzieningen zoals woningen, onderwijs en zorg.

In Nederland zien we een verschuiving naar meer modulaire ontwikkeling en ecosystemen. Dat is een verstandige stap, maar modules alleen zijn niet genoeg. Zonder duidelijke regie op de raakvlakken tussen die modules ontstaat versnippering, en dat leidt tot vertraging en meerkosten. Het vraagt ook om een nieuwe manier van samenwerken, óók van industriële partners die van oudsher gewend zijn aan gedetailleerde specificaties. Wie wil sturen op resultaat in plaats van op specs, moet leren omgaan met meer vrijheid én met duidelijke kaders.

Aircraft maintenance crew inspecting landing gear assembly
3

Les 3: Resilience is een ecosysteem

Een van de belangrijkste lessen uit internationale defensieprogramma’s is dat een krijgsmacht nooit op zichzelf staat. Nationale veiligheid en weerbaarheid zijn geen exclusieve verantwoordelijkheid van Defensie, maar van de samenleving als geheel. Een krijgsmacht kan alleen effectief opereren wanneer het bredere ecosysteem meebeweegt.

Dat ecosysteem omvat veel meer dan militaire eenheden alleen. Het gaat om industriële productiecapaciteit, logistieke ketens, energievoorziening, digitale infrastructuur, beschikbaar personeel en maatschappelijk draagvlak. Ook ziekenhuizen, havens, spoorverbindingen, onderwijsinstellingen en financiële instellingen vervullen een cruciale rol in het vermogen van een land om schokken op te vangen en langdurig weerbaar te blijven.

De oorlog in Oekraïne laat zien hoe bepalend die brede weerbaarheid is. Het verschil wordt niet alleen gemaakt door militaire innovatie of moderne wapensystemen, maar juist door de snelheid waarmee overheid, bedrijfsleven en samenleving zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Landen die in staat zijn om capaciteit te mobiliseren, besluitvorming te versnellen en ketens flexibel in te richten, blijken beter bestand tegen langdurige druk.

Weerbaarheid ontstaat daarom niet binnen de grenzen van Defensie alleen. Zij wordt opgebouwd in de verbinding tussen overheid, industrie en samenleving. Juist daar ligt de basis voor een defensieorganisatie die ook op lange termijn effectief kan blijven opereren.

Construction workers reviewing blueprints on site
4

Les 4: Tijd is het enige dat je niet kunt bijmaken

Toch wordt tijd vaak niet behandeld als de meest schaarse factor. Besluiten worden uitgesteld en procedures duren langer dan nodig. De klassieke vraag is vaak: wat is het risico als we een procedure aanpassen? De vraag die daar nu naast moet staan is: wat is het risico als we niets veranderen en onze strategische doelen niet halen? Dat vraagt om bestuurlijke moed. Niet alleen om risico’s te beheersen, maar ook om de kosten van vertraging zichtbaar te maken.

Tijd kun je nooit bijmaken. Elke bureaucratische reflex verbruikt de enige grondstof die op is.
EY Radiance glow in night
5

Les 5: Durf jezelf opnieuw uit te vinden

Kijk naar de defensie-industrie. Traditionele spelers worden ingehaald door bedrijven als Anduril, SpaceX en Saronic. Saronic kocht grond, bouwde binnen negentig dagen een scheepswerf en leverde binnen negen maanden een onbemand vaartuig op van veertig meter. Anduril ontwerpt vanuit gewenste capaciteit in plaats van vanuit specificaties. In Oekraïne wordt de gaming-industrie in enkele weken omgebouwd tot dronenetwerken die wereldwijd toonaangevend zijn.

De gemene deler? Een helder eindbeeld, hoge snelheid, minder papier en meer vertrouwen in uitvoerders. Voor overheden en NAVO-organisaties, die vaak nog in vierjarige cycli werken, is dat een fundamentele verandering van mindset. Modulair werken en sturen op resultaat vraagt namelijk óók om nieuwe capaciteiten aan overheidszijde. Zonder die verandering blijven ook de beste industriële initiatieven onderbenut.

Aircraft inside a wind tunnel for aerodynamic testing
6

Les 6: Weerbaarheid begint bij de hele samenleving

Last but certainly not least: uit internationaal onderzoek onder honderden defensieleiders komen twee strategische kwetsbaarheden steeds terug. De eerste betreft de afhankelijkheid van mondiale toeleveringsketens en de beperkte robuustheid van de industriële basis. De tweede is sociale cohesie: het vermogen van een samenleving om samen te handelen wanneer het erop aankomt. Hoe graag we het ook zouden willen, het civiele en militaire domein zijn niet langer van elkaar te scheiden. De grens vervaagt. Een land wordt niet verslagen wanneer zijn krijgsmacht uitvalt, maar wanneer de samenleving het vermogen of de wil verliest om weerstand te bieden. Weerbaarheid begint daarom vaak buiten het defensiedomein.

Dat roept fundamentele vragen op. Welke rol spelen banken bij de financiering van kritieke infrastructuur? Worden bruggen, tunnels en sluizen gebouwd tegen de laagste prijs, of ontworpen om verstoringen en schade te kunnen weerstaan? Te vaak heeft efficiëntie de voorkeur gekregen boven robuustheid. Investeringen in de weerbaarheid van de civiele samenleving zijn achtergebleven, terwijl juist daar een belangrijk deel van onze nationale veerkracht ligt.

Europa beschikt daarbij over een bijzonder uitgangspunt. De ervaringen van de Tweede Wereldoorlog hebben in veel Europese landen een latent bewustzijn van civiele verdediging achtergelaten dat in andere delen van de wereld minder aanwezig is. De uitdaging is niet om die kennis opnieuw uit te vinden, maar om haar opnieuw te activeren en te vertalen naar de huidige tijd.

Landen als Zuid-Korea, Japan en Taiwan leven al decennialang met een direct besef van mogelijke dreiging. Dat heeft geleid tot een andere manier van denken over voorbereiding, capaciteit en continuïteit. Nederland zal zich dezelfde vraag moeten stellen: hoe versterken we onze maatschappelijke weerbaarheid voordat een crisis ons daartoe dwingt?

De COVID-19-pandemie liet zien hoe smal de marges soms zijn. Op bepaalde momenten balanceerde de zorg op de rand van haar beschikbare capaciteit. Die ervaring leert dat veerkracht niet ontstaat op het moment dat een crisis zich aandient, maar in de jaren daarvoor wordt opgebouwd. Zuid-Korea leeft al zeventig jaar met de mogelijkheid dat een conflict binnen enkele uren kan escaleren en weet daardoor welke capaciteit beschikbaar is en welke direct kan worden gemobiliseerd. Dat perspectief is voor veel westerse samenlevingen ongebruikelijk, maar het biedt waardevolle lessen voor de manier waarop wij over nationale weerbaarheid kunnen nadenken.

Een nieuwe standaard voor samenwerking

De opgave waar Defensie voor staat, is te groot voor één ministerie, één sector of één bestuurslaag. Zij vraagt om een fundamenteel andere manier van organiseren: van losse projecten naar duurzame verandering, van materieel naar ecosystemen, van overleg naar gezamenlijk ontwerpen en van procesgericht werken naar resultaatgericht handelen. De complexiteit van de uitdaging maakt duidelijk dat traditionele scheidslijnen steeds minder relevant worden. Het vergroten van militaire slagkracht hangt niet alleen af van nieuwe systemen en investeringen, maar ook van de mate waarin overheden, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in staat zijn om gezamenlijk op te trekken. Geen enkele partij kan deze opgave alleen realiseren.

Dat vraagt ook om een andere benadering van sturing en verantwoording. In veel organisaties bestaat de neiging om knelpunten, auditbevindingen en tekortkomingen zo snel mogelijk af te handelen en af te vinken. Hoewel dat begrijpelijk is, leidt het niet altijd tot duurzame verbetering. De werkelijke uitdaging is niet om problemen te sluiten, maar om de onderliggende oorzaken weg te nemen en organisaties structureel sterker te maken.

Juist voor Defensie is dat verschil van groot belang. De omvang van de investeringen, de snelheid van ontwikkelingen en het maatschappelijke belang van de opgave vragen om een aanpak die verder gaat dan symptoombestrijding. Niet het voldoen aan de minimumeis moet centraal staan, maar het ontwikkelen van een organisatie die wendbaar, weerbaar en duurzaam presteert. De defensieopgave van deze tijd vraagt daarom niet om kleine aanpassingen aan bestaande werkwijzen, maar om volwassen uitvoering, lerend vermogen en langdurige samenwerking. Uiteindelijk wordt succes niet bepaald door de kwaliteit van de plannen, maar door het vermogen om deze gezamenlijk en consequent te realiseren.


Samenvatting

De Nederlandse defensieambitie kan alleen slagen als plannen langjarig worden volgehouden, uitvoering centraal staat en overheid, industrie en samenleving als één ecosysteem samenwerken.


Over dit artikel

Auteurs

Lees ook

De kwetsbare kracht van Nederland: weerbaarheid in energie, havens en defensie

Hoe energie, logistiek, voedselvoorziening en defensie samen bepalen hoe weerbaar Nederland is. Inzichten uit het event “Weerbaarheid van Nederland”.

Waarom samenwerking en investering in de defensie-industrie essentieel zijn voor Nederland

Hoe vertaalt Defensie extra investeringen naar inzetbare slagkracht? Over wendbaarheid en structurele paraatheid in een hybride dreigingsbeeld.