Bovenaan de agenda staat voor 50% van de CEO’s operationele optimalisatie en productiviteitswinst, inclusief digitalisering, als belangrijkste doel van een overname. Dat sluit naadloos aan bij de bredere focus op efficiëntie. Het onderstreept hoe M&A steeds minder wordt gezien als alleen een manier om te schalen en steeds meer als een versneller om de operatie te moderniseren en geavanceerde technologie sneller te verankeren dan met autonome investeringen mogelijk is.
Ook zet 45% van de CEO’s in op het versnellen van omzetgroei via overnames. Dat weerspiegelt de ambitie om nieuwe markten te betreden, de concurrentiepositie te versterken en aanpalende klantvraag te benutten. Dit sluit aan bij transformatieprogramma’s die niet alleen draaien om efficiëntie, maar juist om groei via innovatie en de doorontwikkeling van het portfolio. Ook het verbeteren van klantbetrokkenheid en klantbehoud, het terugdringen van kosten en het versterken van product- en procesinnovatie passen in die bredere transformatieambitie om de klantervaring opnieuw vorm te geven, kostenstructuren te optimaliseren en innovatie op schaal mogelijk te maken.
Wat M&A onderscheidt, is de snelheid waarmee resultaten kunnen worden gerealiseerd. Organische transformatie blijft belangrijk, maar vraagt vaak jaren van investeringen, cultuurverandering en technologie‑implementatie voordat er meetbare resultaten zijn. Een goed gerichte overname kan daarentegen snel nieuwe vaardigheden, talent, technologie en markttoegang opleveren, en zo de voordelen van transformatie versneld naar voren halen.
Of het nu gaat om het overnemen van een AI‑native bedrijf om digitale transformatie te versnellen, instappen in een snelgroeiend segment om omzet aan te jagen of het integreren van een organisatie met sterkere operationele werkwijzen, M&A stelt bedrijven in staat om tijdlijnen te verkorten en interne beperkingen te doorbreken. Tegelijk valt of staat het realiseren van die voordelen met bewuste keuzes rond integratie vanaf het allereerste moment van het dealproces. Dat betekent dat resultaatbepalende factoren scherp worden benoemd, strak worden gevolgd en actief worden aangestuurd, van due diligence tot en met uitvoering. Door daar vroeg op te focussen, worden efficiënties en synergieën niet verondersteld, maar daadwerkelijk geïdentificeerd, gemeten en verzilverd.
Daarnaast maken overnames het voor CEO’s mogelijk om effectieve businessmodellen binnen te halen in plaats van ze zelf helemaal vanaf de basis op te bouwen. Dat verlaagt het uitvoeringsrisico en versnelt innovatie, digitalisering en het realiseren van synergieën. Zo biedt M&A een strategische snelkoppeling naar transformatie, juist wanneer het momentum beperkt is.
Zo wordt M&A een logisch verlengstuk van de transformatieagenda. Een instrument om strategische prioriteiten sneller, doelgerichter en met meer concurrentiekracht vooruit te brengen.
CEO’s zetten naast overnames steeds vaker in op joint ventures en strategische allianties als aanvullend pad naar transformatie. Uit het onderzoek blijkt dat 79% van de CEO’s in 2026 zulke samenwerkingen wil aangaan, tegenover 62% in 2025. Die sterke stijging laat zien hoe aantrekkelijk partnerships zijn om toegang te krijgen tot nieuwe vaardigheden. Samenwerkingen bieden een praktische manier om innovatie te versnellen en risico’s te delen, waardoor organisaties strategische prioriteiten kunnen realiseren zonder de volledige kapitaalinzet van een overname. Zo groeien allianties en joint ventures uit tot belangrijke hefbomen voor snelheid, flexibiliteit en aanpassingsvermogen in een omgeving waarin uitstel geen optie is.
Is grensoverschrijdende M&A bestand tegen toenemend geopolitiek toezicht?
Sinds 2016 is het aandeel grensoverschrijdende M&A geleidelijk afgenomen. Toenemende frictie tussen landen heeft de strategische meerwaarde van buitenlandse deals in een ander licht gezet. Geopolitiek is uitgegroeid tot een bepalende factor in deals. Spanningen tussen de VS en China, sanctieregimes en het bewust verminderen van risico’s in supply chains zorgen ervoor dat buitenlandse kopers vaker te maken krijgen met politieke tegenwind, langere doorlooptijden en hogere uitvoeringsrisico’s.