Bestrijden van belastingontwijking bij vermogende particulieren

Staatssecretaris ziet beperkte effectiviteit van specifieke maatregelen voor vermogende particulieren en benadrukt het belang van internationale samenwerking

Op 8 juni 2026 heeft de Staatssecretaris van Financiën gereageerd op Kamervragen over belastingontwijking (zie ook EYFN 2026/24). De staatssecretaris maakt daarin onder andere duidelijk dat het kabinet terughoudend blijft met nieuwe maatregelen voor vermogende belastingplichtigen, zoals een zogenoemde “Trailing tax”. De staatssecretaris geeft aan dat de effectiviteit van zo’n maatregel beperkt is en benadrukt het belang van internationale samenwerking.

De staatsecretaris geeft aan dat het kabinet, in lijn met de brief van 15 december 2025, niet kiest voor invoering van een trailing tax. Een dergelijke heffing houdt in dat vermogende particulieren die emigreren naar laagbelaste landen, gedurende een bepaalde periode na emigratie (bijvoorbeeld 5 of 10 jaar), worden belast alsof zij nog ingezetenen zijn gebleven van het land waaruit zij geëmigreerd zijn. Volgens de staatssecretaris is de effectiviteit beperkt, onder meer door de restricties die belastingverdragen opleggen, de complexiteit van handhaving en de aanzienlijke uitvoeringslasten. Zo kan een trailing tax worden ontweken door eerst te verhuizen naar een hoger belastend land en daarna naar een laag belast land. Het is voor de Belastingdienst moeilijk om migraties en vermogensstructuren internationaal te volgen, zeker bij landen zonder effectieve informatie-uitwisseling. Indien toch tot uitvoering van de trailing tax wordt overgegaan, zouden volgens de staatssecretaris bepaalde verplichtingen opgenomen kunnen worden, zoals een meldingsplicht bij emigratie naar laagbelaste landen of het stellen van zekerheid op bepaalde vermogensbestanddelen in Nederland.

Als alternatief voor de trailing tax wordt een vorm van een exitheffing op vermogen bij emigratie naar laagbelastende landen genoemd. Daarbij wijst de staatssecretaris op de verenigbaarheid met belastingverdragen en fundamentele vrijheden binnen het Unierecht, in het bijzonder het vrije verkeer van vestiging. In dit verband benadrukt de staatssecretaris dat de uitkomsten van lopende evaluaties van bestaande regelingen moeten worden afgewacht. 

De staatssecretaris merkt op dat ook bij een dergelijke exitheffing mogelijkheden blijven bestaan om belasting te vermijden. De staatssecretaris geeft aan dat dit vergelijkbare uitdagingen oplevert als bij de trailing tax.

De staatssecretaris benadrukt het belang van internationale samenwerking voor een effectieve belastingheffing van ultrarijken en geeft aan hierin het voortrouw te blijven nemen met gelijkgestemde landen. De internationale samenwerking moet zich volgens de staatssecretaris met name richten op internationale transparantie over vermogensbezit en het adresseren van schadelijke belastingregimes. De staatssecretaris merkt in dit kader op dat de verdeeldheid over deze onderwerpen binnen de EU nog altijd groot is, dus blijft de invulling van bovenstaande vooralsnog vrij beperkt.

Tot slot verwijst de staatssecretaris expliciet naar het CPB-rapport uit 2024, waarbij de verdeling van de belastingdruk is geanalyseerd en is verklaard waarom de belastingdruk bij de hoogste inkomens relatief laag is. In dit kader verwijst de staatssecretaris naar recente wetswijziging - zoals de verhoging van het vennootschapsbelastingtarief in de eerste schijf en de verlaging van de schijfgrens en de Wet excessief lenen - waarvan wordt aangenomen dat ze hebben bijgedragen aan een evenwichtiger belastingdruk voor vermogende belastingplichtigen. Het belasten van werkelijk rendement in box 3 wordt gezien als de volgende stap in de richting van het evenwichtiger belasten van arbeid en vermogen. Echter, vooralsnog is de staatssecretaris terughoudend ten aanzien van verder onderzoek op dit terrein.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.