Volgens staatssecretaris zijn antimisbruikmaatregelen effectief, maar blijven internationale coördinatie en uitvoerbaarheid cruciaal voor internationaal opererende ondernemingen
In een schriftelijk overleg met de Tweede Kamer is de staatssecretaris van Financiën recentelijk ingegaan op vragen over de monitoring van de effecten van de aanpak van belastingontwijking. Daarbij is onder meer gereflecteerd op eerdere Kamerbrieven over belastingontwijking, het vervolgonderzoek naar een trailing tax (een trailing tax is een vorm van verlengde belastingplicht na emigratie. Het houdt in dat een land gedurende een bepaalde periode na vertrek alsnog belasting kan heffen over inkomen of vermogen dat in dat land is opgebouwd, bijvoorbeeld wanneer iemand emigreert naar een laagbelastend land) en de internationale context waarbinnen Nederlandse fiscale maatregelen functioneren.
Effectiviteit van maatregelen en internationale structuren
De staatssecretaris geeft aan dat de genomen maatregelen tegen belastingontwijking aantoonbaar effect hebben gehad. Zo is sprake van een duidelijke afname van doorstroomconstructies via Nederland en zijn inkomensstromen naar laagbelastende jurisdicties sterk teruggelopen. Deze ontwikkeling wordt door de staatssecretaris gekoppeld aan nationale maatregelen zoals de bronbelasting en aan internationale afspraken, waaronder de wereldwijde minimumbelasting.
Voor internationaal opererende ondernemingen benadrukt de staatssecretaris dat de daling vooral zichtbaar is bij doorstroomvennootschappen, terwijl bij ondernemingen met reële economische activiteiten geen vergelijkbare afname van directe buitenlandse investeringen wordt waargenomen. Volgens de staatssecretaris wijst dit erop dat de aanpak zich met name richt op kunstmatige structuren en niet op reële bedrijfsactiviteiten.
Beperkingen nationale maatregelen
In het overleg komt ook naar voren dat nationale maatregelen hun grenzen kennen in een internationale context. De staatssecretaris wijst erop dat instrumenten zoals een trailing tax slechts beperkt effectief zijn vanwege het uitgebreide Nederlandse belastingverdragennetwerk.
In veel gevallen kan een dergelijke heffing niet worden geëffectueerd als een belastingverdrag van toepassing is. Daarnaast zouden dergelijke maatregelen gepaard gaan met aanzienlijke administratieve lasten voor belastingplichtigen en uitvoeringsproblemen voor de Belastingdienst.
Ook bij andere fiscale regelingen, zoals de liquidatieverliesregeling, geeft de staatssecretaris aan dat deze de afgelopen jaren meerdere malen is aangescherpt om oneigenlijk gebruik te voorkomen. Op basis van de huidige inzichten ziet het kabinet geen aanleiding om te veronderstellen dat deze regeling leidt tot verplaatsing van internationale structuren.
Internationale en Europese samenwerking
De staatssecretaris benadrukt dat effectieve bestrijding van internationale belastingontwijking vooral vraagt om Europese en internationale samenwerking. Nederland zet daarbij in op gezamenlijke maatregelen binnen de Europese Unie en internationale fora, onder meer via verdere harmonisatie van informatie-uitwisseling en antimisbruikregels.
In dat kader wordt gewezen op lopende en aangekondigde Europese initiatieven, waaronder herzieningen van regels voor administratieve samenwerking en voorstellen die gericht zijn op het verminderen van overlappende rapportageverplichtingen. De staatssecretaris benadrukt dat bij deze trajecten nadrukkelijk wordt gekeken naar proportionaliteit, uitvoerbaarheid en het beperken van administratieve lasten voor internationaal opererende bedrijven.
De staatssecretaris concludeert dat de huidige aanpak van belastingontwijking effectief is en dat de waargenomen effecten in lijn zijn met de beleidsdoelstellingen. Tegelijkertijd onderstreept hij dat belastingontwijking niet volledig met nationale maatregelen kan worden voorkomen. Het kabinet blijft daarom inzetten op internationale coördinatie en ziet op dit moment geen aanleiding voor aanvullende nationale maatregelen bovenop het bestaande beleid.
De gehele Kamerbrief vindt u hier.