Aanpassing mrb, omvorming bpm of invoering van kilometerheffing als mogelijke denkrichtingen
De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk in een contourenbrief de uitgangspunten en overwegingen voor een mogelijke hervorming van de autobelastingen gepresenteerd. Doel is om mobiliteit betaalbaar te houden en tegelijkertijd klimaat-, energie- en stikstofdoelen te realiseren, de overheidsfinanciën houdbaar te maken en de bereikbaarheid van Nederland te waarborgen. De brief bevat geen nieuw beleid, maar schetst opties en analyses ter voorbereiding op keuzes die een volgend kabinet of de Tweede Kamer zal moeten maken.
Beleidsopgaven en keuzes
De staatssecretaris legt uit dat diverse beleidsopgaven – klimaatdoelen, betaalbaarheid, bereikbaarheid en stabiele overheidsfinanciën – nauw met elkaar samenhangen en soms spanningen veroorzaken. Zo kan een hogere belasting op elektrische auto’s helpen om dalende belastinginkomsten (grondslagerosie) op te vangen, maar remt dit de noodzakelijke transitie naar elektrisch rijden. Het belasten van fossiele auto’s ondersteunt weliswaar het klimaatdoel, maar levert op termijn minder stabiele inkomsten op omdat het wagenpark steeds meer elektrisch wordt. Tussen klimaat- en betaalbaarheidsopgaven bestaan volgens de bewindsman ook spanningen. Elektrisch rijden is weliswaar goedkoper in gebruik, maar veel huishoudens kunnen de overstap financieel nog niet maken, waardoor vooral lagere inkomens kwetsbaar zijn voor stijgende brandstofprijzen. Tegelijkertijd kan elektrisch rijden juist de betaalbaarheid verbeteren als de toegang tot betaalbare modellen toeneemt. De staatssecretaris geeft aan dat ook de relatie tussen betaalbaarheid en bereikbaarheid complex is. Lagere autokosten stimuleren autogebruik, maar vergroten de filedruk en verminderen de bereikbaarheid. Bovendien zijn maatregelen om autorijden goedkoper te maken vaak kostbaar en weinig gericht op lagere inkomens, en leiden ze tot derving van belastinginkomsten die elders moeten worden gecompenseerd.
Een mogelijke oplossing die zowel de bereikbaarheid als stabiele financiën ondersteunt, is volgens de staatssecretaris het beprijzen van autogebruik, ongeacht de aandrijving. Dit kan congestie beperken en inkomsten veiligstellen. Daarbij speelt mee dat de uitvoering van het huidige belastingsysteem steeds ingewikkelder wordt door verouderde ICT-systemen en een complexe BPM-regeling, die bovendien zorgt voor concurrentievervalsing bij import van auto’s.
De staatssecretaris geeft aan dat voor de korte termijn (tot 2030) de focus ligt op het versnellen van elektrisch rijden, vooral via prikkels bij aanschaf. Vanaf 2030 verschuift de aandacht naar een evenwichtige lastenverdeling en betaalbaarheid, terwijl na 2035 de nadruk ligt op structurele belastinghervormingen waarin elektrische auto’s volwaardig meebetalen, met behoud van financiële prikkels om de overstap aantrekkelijk te houden.
Denkrichtingen
De staatssecretaris schetst drie denkrichtingen voor een hervorming van het Nederlandse autobelastingstelsel. De drie denkrichtingen betreffen:
- een aanpassing van de motorrijtuigenbelasting (mrb);
- een omvorming van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm);
- een mogelijke invoering van een belasting op het gebruik van voertuigen.
Aanpassing motorrijtuigenbelasting: van gewicht naar voertuigoppervlakte
De staatssecretaris geeft aan dat de motorrijtuigenbelasting al decennialang een stabiele en voorspelbare belasting vormt en een belangrijk instrument is voor de provinciale opcentenheffing. De huidige grondslag – het gewicht van het voertuig – komt echter onder druk te staan door de opkomst van elektrische en hybride voertuigen. Deze voertuigen zijn door hun accupakket zwaarder, wat leidt tot een hogere mrb, ondanks hun lagere uitstoot. Volgens de bewindsman is dit vanuit transitie-oogpunt onlogisch. Om het meergewicht van accu’s te corrigeren, geldt momenteel een tijdelijke tariefkorting voor elektrische personenauto’s. Deze regeling is volgens de staatssecretaris echter ongericht, complex en creëert onzekerheid voor de toekomst, wat het aankoopgedrag negatief beïnvloedt. De staatssecretaris merkt op dat de enige manier om het effect van accugewicht volledig weg te nemen, is door de grondslag van de mrb te wijzigen naar voertuigoppervlakte. Voertuigoppervlakte (spoorbreedte vermenigvuldigd met wielbasis) is een stabiele, techniekneutrale grondslag en maakt het mogelijk om voertuigen met verschillende aandrijflijnen (benzine, hybride, elektrisch) gelijk te belasten.
Omvorming bpm naar tenaamstellingsbelasting
De bpm wordt momenteel eenmalig geheven bij de eerste inschrijving van een voertuig en is afhankelijk van de CO₂-uitstoot. Omdat vanaf 2035 alleen nog emissievrije auto’s verkocht mogen worden, is deze vormgeving volgens de staatssecretaris op termijn niet houdbaar. Een alternatief is om de bpm om te vormen tot een zogenaamde tenaamstellingsbelasting. De belasting wordt dan niet langer eenmalig bij inschrijving geheven, maar telkens bij een overschrijving van het kenteken – ook binnenlandse transacties vallen hieronder.
Belasting op gebruik: invoering kilometerheffing
De staatssecretaris merkt op dat het huidige belastingstelsel nauwelijks gebruikscomponenten bevat voor emissievrije voertuigen. Bij fossiele voertuigen bestaat circa de helft van de autobelastingen uit gebruiksbelastingen, voornamelijk via accijnzen. Voor elektrische auto’s is dit slechts 19%. Een generieke verhoging van de energiebelasting op elektriciteit acht de staatssecretaris ongeschikt, omdat opladen grotendeels thuis gebeurt en de overheid geen zicht heeft op het stroomverbruik per toepassing en een hogere elektriciteitsbelasting ook de energietransitie in andere sectoren afremt. Daarom wordt de introductie van een kilometerheffing als meest geschikte oplossing gezien.
Tot slot
De staatssecretaris acht het noodzakelijk om toe te werken naar een stabiel, eerlijk en toekomstbestendig stelsel. Concrete besluitvorming over de hervorming is volgens de bewindsman aan een volgend kabinet, maar het huidige kabinet zal alle voorbereidingen treffen zodat er voortvarend gestart kan worden. In dat kader worden de komende maanden de drie denkrichtingen verder uitgewerkt. Ook zal bij de augustusbesluitvorming worden vastgesteld hoe de pseudo-eindheffing (zie hierover EYFN 2025/18) precies wordt vormgegeven en of aanvullend beleid voor de zakelijke markt noodzakelijk is.
De gehele contourenbrief vindt u hier.