Evaluatie fiscale regelingen bos-, natuur-, en cultuurgrond

Meerdere fiscale regelingen blijken volgens de evaluatie niet doeltreffend of doelmatig en worden aanbevolen voor afschaffing of hervorming

De Staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk het evaluatierapport over fiscale regelingen voor bos-, natuur- en cultuurgrond aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook gaat de bewindsman expliciet in op een mogelijke beperking van de cultuurgrondvrijstelling. 

De staatssecretaris geeft aan dat de evaluatie is uitgevoerd in het kader van de periodieke evaluatieverplichting, waarbij doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid worden beoordeeld aan de hand van het toetsingskader voor fiscale regelingen.

Het onderzoek omvat zeven fiscale regelingen die zien op bos-, natuur- en cultuurgrond. Vier regelingen zijn gericht op het bevorderen van behoud en aanleg van bos en natuur door onder voorwaarden vrijstellingen te bieden in de directe belastingen en via een vrijstelling in box 3, alsmede een vrijstelling van overdrachtsbelasting bij verkrijgingen van natuurgronden. De overige drie regelingen beogen structuurverbetering van cultuurgrond en van gronden in het landelijke gebied, via vrijstellingen in de overdrachtsbelasting bij verkrijging van cultuurgrond, bij kavelruil en bij herverkavelingen in het landelijke gebied. 

Bosbouwvrijstelling (IB en VPB)

De staatssecretaris licht toe dat uit de evaluatie voor de bosbouwvrijstelling blijkt dat de regeling niet doeltreffend en niet doelmatig is, onder meer omdat bosbouwbedrijven doorgaans niet tot weinig winstgevend zijn en het gebruik van de vrijstelling daardoor beperkt is. De staatssecretaris merkt op dat in de evaluatie wordt aanbevolen deze regeling af te schaffen en de vrijgekomen middelen eventueel anders aan bos- en natuur te besteden. 

Vrijstelling voor vergoedingen voor bos- en natuurbeheer (IB en VPB)

De staatssecretaris geeft aan dat voor de vrijstelling voor vergoedingen voor bos- en natuurbeheer de doeltreffendheid en doelmatigheid als onduidelijk worden beoordeeld, omdat dit afhangt van de vrijgestelde vergoedingen en subsidies en de uitvoerbaarheid van alternatieven. Volgens de staatssecretaris wordt in de evaluatie aanbevolen deze regeling te behouden. 

Vrijstelling voor bos- en natuurterreinen in box 3 (IB)

De staatssecretaris merkt op dat de vrijstelling voor bos- en natuurterreinen in box 3 waarschijnlijk doeltreffend en doelmatig is, maar dat het exacte effect lastig meetbaar is doordat de doelstelling niet helder en eenduidig is geformuleerd. De staatssecretaris geeft aan dat wordt aanbevolen de regeling te behouden of – in het licht van een nieuw stelsel – aan te passen. 

Cultuurgrondvrijstelling (overdrachtsbelasting)

De staatssecretaris licht toe dat de cultuurgrondvrijstelling in de overdrachtsbelasting in de evaluatie als niet doeltreffend en niet doelmatig is beoordeeld, mede omdat de oorspronkelijke doelstelling van structuurverbetering van de landbouw niet meer actueel wordt geacht en niet bij elke transactie wordt getoetst of het doel wordt bereikt. Volgens de staatssecretaris blijkt uit de evaluatie dat de huidige vrijstelling bovendien niet bijdraagt aan bredere maatschappelijke doelen in het landelijke gebied. De onderzoekers adviseren afschaffing of hervorming, waaronder actualisering van de doelstelling. 

Natuurgrondvrijstelling (overdrachtsbelasting) 

De staatssecretaris merkt op dat de natuurgrondvrijstelling in de overdrachtsbelasting in de evaluatie als onduidelijk wordt beoordeeld, omdat in de parlementaire stukken geen expliciete probleem- of doelstelling is terug te vinden en de doelomschrijving niet helder is. De staatssecretaris geeft aan dat de evaluatie ook hier afschaffing of hervorming aanbeveelt, waaronder actualisering van de doelstelling.

Vrijstelling voor kavelruil (overdrachtsbelasting)

De staatssecretaris geeft aan dat de vrijstelling voor kavelruil als onduidelijk doeltreffend en doelmatig wordt beoordeeld, onder meer omdat het doel niet helder is geformuleerd en langere tijd geen toets is uitgevoerd die de realisatie van het doel waarborgt, terwijl recente aanscherpingen wel tot meer doeltreffendheid zouden leiden. Volgens de staatssecretaris beveelt de evaluatie aan de regeling af te schaffen of te hervormen, onder meer door de doelstelling te actualiseren. 

Vrijstelling voor herverkaveling (overdrachtsbelasting)

De staatssecretaris licht toe dat de vrijstelling voor herverkaveling in het landelijke gebied in de evaluatie als doeltreffend en doelmatig wordt aangemerkt, omdat herverkaveling de overdracht van gronden mogelijk maakt voor onder meer infrastructuur en clustering van gronden en de inzet hiervan door de overheid samenhangt met evidente structuurverbetering. De staatssecretaris merkt op dat de evaluatie aanbeveelt deze regeling te behouden. 

De staatssecretaris geeft aan dat het kabinet als uitgangspunt hanteert dat negatief geëvalueerde fiscale regelingen in principe worden afgeschaft, aangepast of – indien relevant – omgezet in een subsidie, mede met het oog op een eenvoudiger belastingstelsel. De staatssecretaris licht toe dat het kabinet op basis van de evaluatie zal onderzoeken hoe de beoordeelde regelingen, waar nodig, kunnen worden hervormd en dat vervolgens in augustus een integrale afweging wordt gemaakt over welke regelingen worden hervormd of afgeschaft. Volgens de staatssecretaris wordt de Tweede Kamer op Prinsjesdag geïnformeerd over de uitkomsten van dat onderzoek en de daaruit voortvloeiende besluitvorming. 

Motie/toelichting cultuurgrondvrijstelling

De staatssecretaris geeft aan dat aanvullend is onderzocht of de cultuurgrondvrijstelling kan worden beperkt tot agrariërs die grond kopen. De vrijstelling in de huidige vorm ziet op het gebruik: de voorwaarde is dat de grond na overdracht minimaal tien jaar bedrijfsmatig voor agrarische activiteiten wordt gebruikt. Voor de toepassing is niet van belang wie de verkrijger is. Volgens de staatssecretaris kan de vrijstelling daardoor ook gelden bij aankoop door andere partijen, mits de grond bedrijfsmatig agrarisch wordt gebruikt, bijvoorbeeld via verpachting of bruikleen. De staatssecretaris licht toe dat het kabinet het op basis van de beschikbare gegevens niet wenselijk acht de vrijstelling te beperken tot agrariërs, mede omdat betrokkenen in gesprekken eenduidig hebben aangegeven niet tot die beperking te willen overgaan.

De staatssecretaris geeft aan dat het kabinet daarnaast de zorg deelt dat beperking voor bepaalde kopers ertoe kan leiden dat kosten van overdrachtsbelasting worden doorberekend in de pachtprijs en dat onderscheid tussen kopers-groepen juridische en uitvoeringstechnische implicaties heeft en de vrijstelling complexer maakt. De staatssecretaris merkt op dat het kabinet een dergelijke beperking daarom niet meeneemt als beleidsoptie bij een mogelijke hervorming van de cultuurgrondvrijstelling.

De gehele evaluatie vindt u hier.


Schrijf u hier in voor onze fiscale nieuwsbrief

Blijf altijd up-to-date over fiscale ontwikkelingen: schrijf u hier in voor een van onze Tax nieuwsbrieven.