Lucratieve belangen, gehouden in box 2, vanaf 1 januari 2026 mogelijk belast tegen 36%. Stock Appreciation Rights (SARs) mogelijk alternatief?
Op 3 juli 2025 heeft de Tweede Kamer de motie van Idsinga c.s. aangenomen, die de regering oproept om de belasting op private equity managers te verhogen. Deze motie richt zich specifiek op de lucratiefbelangregeling, die is ontworpen om vermogensbestanddelen te belasten waarbij met een in de ogen van de wetgever relatief beperkte inleg een hoog rendement kan worden gerealiseerd. Sinds 2009 vallen dergelijke beloningsinstrumenten onder deze regeling, waarbij de voordelen in principe worden belast in box 1, met tarieven tot 49,5%.
Indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, treedt de belastingheffing in box 1 terug, en wordt er alleen in box 2 geheven. Voor heffing in box 2 moet de houder van het lucratief belang de investering indirect aanhouden via een houdsterentiteit waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden. Wanneer aan de voorwaarden voor heffing in box 2 wordt voldaan, worden de voordelen uit het lucratief belang belast tegen een tarief van maximaal 31%. De aangenomen motie roept op om de belastingheffing in box 2 over dergelijke belangen te verhogen. Deze aanpassing zou dan onderdeel moeten zijn van het Belastingplan 2026.
De staatssecretaris heeft eerder al aangegeven dat het verhogen van de belastingdruk op lucratieve belangen in box 2 kan leiden tot een verhoogde belastingdruk, maar dat dit ook complicaties met zich mee kan brengen voor de uitvoering door de Belastingdienst. In maart 2025 is een publieke consultatie gehouden waarin twee alternatieven zijn gepresenteerd om de lucratiefbelangregeling aan te passen: (volledige) belasting in box 1 of belasting in box 2 met een bepaalde multiplier. Wij verwijzen ook naar onze eerdere update in EYFN 2025/27 waar de staatssecretaris de twee gepresenteerde alternatieven bespreekt. In deze brief geeft de staatsecretaris aan dat de box 2 multiplier variant tot een (effectief) tarief van 36% zou kunnen leiden.
In deze brief van de staatssecretaris werd benoemd dat een wijziging van de huidige regeling niet noodzakelijk is en werd geadviseerd de motie niet uit te voeren. De Tweede Kamer heeft nu dus toch een motie aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen om deze wijziging door te voeren.
Met de goedkeuring van de motie is de weg vrijgemaakt voor een aanpassing van de regeling, die mogelijk op 1 januari 2026 van kracht zal worden. Het is echter nog onduidelijk of overgangsrecht van toepassing is en of de box 2-multiplier dus alleen van toepassing is op nieuwe lucratieve belangen. In het eerder gepubliceerde onderzoek naar de lucratiefbelangregeling werd aangegeven dat geen overgangsrecht nodig is voor de box 2 multiplier variant. Het is daarom de verwachting dat lucratieve belangen, gehouden in box 2, vanaf 1 januari 2026 belast zijn tegen een tarief van 36%.
Verder is de aangenomen motie aanleiding om bij het opzetten van nieuwe participatieplannen ook andere beloningsvormen te overwegen, zoals bijvoorbeeld Stock Appreciation Rights (SARs), gezien deze beloningsvorm in beginsel wel aftrekbaar is voor de vennootschapsbelasting. Daarnaast kan bij bestaande plannen overwogen worden om vóór 31 december 2025 te realiseren (door het belastbare feit, de exit van de managers, vóór 2026 plaats te laten vinden) om hiermee nog gebruik te kunnen maken van het lagere tarief in box 2.