Op Prinsjesdag heeft het kabinet het Belastingpakket 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het pakket bestaat uit het Belastingplan 2027, het Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027, het wetsvoorstel Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024 en het wetsvoorstel Fiscale stimulering startups en scale-ups.
De voorstellen bevatten maatregelen voor burgers en bedrijven. Voor burgers vallen onder meer de beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor, wijzigingen in de inkomstenbelasting en de ontwikkelingen rond box 3 op. Voor bedrijven bevat het pakket onder meer maatregelen voor woningcorporaties, innovatieve ondernemingen en startups en scale-ups. Daarnaast worden verschillende fiscale regelingen aangepast of afgeschaft. Hierna bespreken wij vijf belangrijke onderwerpen uit het Belastingpakket 2027.
1. Beperkte inflatiecorrectie en koopkrachtmaatregelen
Het kabinet kiest voor een beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor in 2027 en 2028. Daardoor worden onder meer belastingtarieven, schijfgrenzen en diverse fiscale bedragen minder verhoogd dan bij volledige inflatiecorrectie het geval zou zijn. Volgens het kabinet levert deze maatregel een zogenoemde ‘vrijheidsbijdrage’ van burgers op.
Het pakket bevat daarnaast verschillende koopkrachtmaatregelen. Zo wordt de arbeidskorting verhoogd en worden de tarieven in de eerste en tweede schijf minder sterk verhoogd dan eerder was voorzien. De ouderenkorting wordt verlaagd en het aanvangspunt van het toptarief van 49,5% wordt voor 2027 bevroren. Met deze maatregelen beoogt het kabinet het koopkrachtbeeld evenwichtig te verbeteren en te voorkomen dat de armoede ten opzichte van 2026 toeneemt. Verder wordt de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Ook wordt de aftoppingsgrens voor het fiscaal gefaciliteerd opbouwen van pensioen en lijfrente van 2027 tot en met 2032 niet geïndexeerd.
2. Box 3 blijft onderwerp van politieke discussie
Box 3 blijft één van de meest besproken fiscale dossiers. Het kabinet geeft in een afzonderlijke brief aan dat er op dit moment onvoldoende draagvlak bestaat voor een aanpassing van box 3 en de dekking daarvan. Daarom vraagt het kabinet de Eerste Kamer de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan te houden. Het kabinet wijst erop dat het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling belangrijke nadelen kent. Er bestaat echter kritiek op het eerder voorgestelde stelsel van belastingheffing naar werkelijk rendement, met name vanwege de vermogensaanwassystematiek.
In de brief worden verschillende scenario's geschetst. Daarbij wordt onder meer gekeken naar verbeteringen van het huidige wetsvoorstel, een latere overgang naar een volledig vermogenswinststelsel en varianten waarbij het huidige forfaitaire stelsel langer blijft bestaan. Volgens het kabinet gaan alle onderzochte varianten gepaard met een aanzienlijke budgettaire derving, waardoor ook een omvangrijke dekkingsopgave ontstaat. Als mogelijke dekkingsmaatregelen noemt het kabinet onder meer een verhoging van het forfaitaire rendement in box 3, een verlaging van het heffingsvrije vermogen, een verlaging van de grens voor excessief lenen bij eigen vennootschappen, afschaffing van het lage vennootschapsbelastingtarief, verlaging van de vennootschapsbelasting schijfgrens, verlaging van het aangrijpingspunt van het toptarief in box 1 en het versoberen of afschaffen van diverse fiscale regelingen.
3. Gerichte ondersteuning voor woningcorporaties en innovatieve ondernemingen
Voor woningcorporaties bevat het pakket twee belangrijke maatregelen. Het kabinet kondigt een uitzondering aan voor woningcorporaties in de earningsstrippingmaatregel (een generieke renteaftrekbeperking). Hiermee wil het kabinet bijdragen aan een grotere financiële slagkracht van de corporatiesector en meer ruimte creëren voor investeringen in de volkshuisvesting. Daarnaast wordt een nieuwe vrijstelling in de overdrachtsbelasting voorgesteld voor overdrachten van DAEB-vastgoed tussen woningcorporaties.
Voor innovatieve ondernemingen wordt de forfaitaire regeling binnen de innovatiebox verruimd. Het maximumbedrag wordt verhoogd van € 25.000 naar € 100.000. Volgens het kabinet moet dit de innovatiebox toegankelijker maken voor het mkb. Ook wordt een afzonderlijk wetsvoorstel voorgesteld waarmee medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups fiscaal aantrekkelijker wordt gemaakt. Daarbij wordt het heffingsmoment voor aandelenoptierechten verschoven naar het moment van verkoop van de aandelen en wordt de belastinggrondslag versmald tot 65%. Daarnaast kondigt het kabinet aan de mogelijkheden voor een fiscale investeringsfaciliteit voor dier en klimaat nader te onderzoeken. Deze faciliteit zou agrariërs kunnen ondersteunen bij investeringen in dierenwelzijn en natuurbevordering. De mogelijke vormgeving wordt de komende periode onderzocht. Besluitvorming hierover staat gepland voor het voorjaar van 2027.
4. Vereenvoudiging en technische aanpassingen
Het kabinet stelt verschillende wijzigingen voor die zijn gericht op vereenvoudiging van het belastingstelsel. Een belangrijke voorgestelde wijziging is de afschaffing van de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten per 1 januari 2028. Volgens het kabinet is deze regeling complex, beperkt doelmatig en moeilijk uitvoerbaar. Daarnaast wordt voorgesteld:
- de startersaftrek af te bouwen en vervolgens af te schaffen;
- de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid af te schaffen;
- de bosbouwvrijstelling af te schaffen;
- de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten in de werkkostenregeling af te schaffen.
Het kabinet motiveert deze voorstellen onder meer met eerdere evaluaties waarin deze regelingen als beperkt doeltreffend of ondoelmatig zijn beoordeeld. Daarnaast wordt voorgesteld de meewerkaftrek en stakingsaftrek in de inkomstenbelasting vanaf 2027 met 75% te beperken en vanaf 2030 af te schaffen. De opbrengst hiervan wordt gebruikt ter dekking van de nieuwe fiscale regeling voor aandelenoptierechten bij startups en scale-ups.
Naast beleidsmatige wijzigingen bevat het pakket ook verschillende technische maatregelen. Zo wordt naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad het wettelijke bewijsvermoeden geschrapt dat een bedrijfsfusie of splitsing niet op zakelijke overwegingen berust wanneer een betrokken lichaam binnen drie jaar na de reorganisatie wordt vervreemd. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit bewijsvermoeden in de splitsingsfaciliteit niet in overeenstemming is met de Fusierichtlijn. Met het vervallen van dit bewijsvermoeden wil het kabinet de regeling in lijn brengen met het EU-recht.
Daarnaast wordt een teruggaafregeling voor dividendbelasting voorgesteld voor Nederlandse beleggers die via buitenlandse beleggingsinstellingen in Nederlandse aandelen beleggen. Deze regeling is mede gebaseerd op rechtspraak van de Hoge Raad.
5. Klimaat- en verbruiksmaatregelen
Het Belastingpakket 2027 bevat ook verschillende maatregelen op het gebied van klimaat, energie en verbruik. Zo wordt het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek verhoogd van 40% naar 45,5%, waarmee ondernemers extra worden gestimuleerd om te investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen.
Verder wordt de belasting op leidingwater verhoogd en worden aanpassingen voorgesteld in de afvalstoffenbelasting en de CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties. Daarbij kiest het kabinet voor een minder snelle verhoging van de lasten dan eerder was voorzien in het Belastingplan 2026. Op het terrein van mobiliteit wordt het hoge tarief van de vliegbelasting verlaagd tot het niveau van het hoge tarief van de Duitse vliegbelasting. Volgens het kabinet draagt dit bij aan een gelijker speelveld met omliggende landen.
Daarnaast wordt voorgesteld de alcoholaccijns voortaan jaarlijks te indexeren. Ook vervalt per 1 januari 2028 het verlaagde btw-tarief voor sierteeltproducten en ballonvaarten, waardoor voor deze prestaties het algemene btw-tarief van 21% gaat gelden.
Niet alleen de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen zijn relevant
Het minderheidskabinet heeft op Prinsjesdag zijn plannen gepresenteerd, maar de politieke besluitvorming is daarmee nog niet afgerond. Normaal gesproken ontstaat vóór Prinsjesdag al duidelijkheid over de fiscale maatregelen die op voldoende politieke steun kunnen rekenen. Dit jaar ligt dat anders. Het kabinet heeft de afgelopen weken onvoldoende steun gekregen van de oppositie en ook binnen het kabinet zelf was sprake van discussie over de begroting. Daardoor vinden belangrijke politieke onderhandelingen feitelijk pas na Prinsjesdag plaats. De plannen liggen er, maar het is nog onzeker welke voorstellen uiteindelijk voldoende steun krijgen en in welke vorm zij zullen worden aangenomen. De komende maanden zal duidelijk worden welke maatregelen daadwerkelijk per 1 januari 2027 of later in werking treden.
Verder is het goed te beseffen dat niet alleen de op Prinsjesdag gepresenteerde fiscale plannen relevant zijn. Enkele maatregelen die vanaf 1 januari 2027 in werking treden, zijn namelijk al eerder wettelijk vastgesteld, bijvoorbeeld in belastingplannen van voorgaande jaren. Zo is eerder al geregeld dat de vrije ruimte in de eerste schijf van de werkkostenregeling wordt verruimd van 2% naar 2,16%, de onbelaste vergoeding binnen de expatregeling wordt verlaagd van 30% naar 27% en een pseudo-eindheffing wordt ingevoerd voor fossiele personenauto’s die werkgevers ook voor privédoeleinden ter beschikking stellen. Daarnaast worden fiscale ontwikkelingen niet uitsluitend op Prinsjesdag aangekondigd. Wij blijven de ontwikkelingen op fiscaal gebied uiteraard gedurende het hele jaar volgen en zullen u informeren over relevante wijzigingen en de mogelijke gevolgen daarvan.