6 minuten leestijd 16 jan 2020

“Comitteren aan het Klimaatakkoord is het minste wat je kunt doen”

Door

Remco Bleijs

EY Nederland Associate Partner Financial Services

Proactief. Pragmatisch. Doelgericht. Stelt in samenspraak met de klant haarscherpe doelen, bewaakt deadlines en werkt toe naar optimaal resultaat voor de klant.

Bijdragers
6 minuten leestijd 16 jan 2020

Financiële instellingen moeten de risico’s van klimaatverandering meewegen in hun bedrijfsvoering, bijdragen aan het realiseren van politieke afspraken en ook nieuwe kansen pakken.

Klimaatverandering heeft vanuit meerdere perspectieven grote impact op de financiële sector. Financiële instellingen moeten de risico’s van klimaatverandering adequaat meewegen in hun bedrijfsvoering, bijdragen aan het realiseren van politieke afspraken en ook nieuwe kansen pakken. Een lastige uitdaging en meer dan voldoende voer voor discussie in een round table met Esther Egeter (Teammanager productmanagement voor a.s.r. Schade, vertegenwoordiger van het a.s.r. klimaatcomité), Itske Lulof (Directeur Energy & Climate, Triodos Investment Management) en Remco Bleijs (EY), onder leiding van Rebecca Scholten (EY).

Klimaatrisico’s zijn niet meer weg te denken in het publieke debat, mede door de vele zichtbare gevolgen zoals overstromingen en extreem weer. Er ontstaat dan ook grote publieke druk op financiële instellingen om hun rol op dit terrein serieus te nemen. Hoe ervaren de deelnemers aan de round table deze druk?

Egeter: “Eigenlijk wil ik dat wat nuanceren. Natuurlijk is het bewustzijn over klimaatrisico’s gegroeid de afgelopen jaren. Maar is er nu echt sprake van grote publieke druk op financiële instellingen om daarop te gaan acteren? Ik zie wel dat er meer maatschappelijk begrip is dat bijvoorbeeld verzekeringspremies  beïnvloed worden door een veranderend klimaat. Maar ontstaat daarmee een grote druk op deze instellingen? Ik vraag het me af. Ik zie dat er vooral vanuit de hoek van de overheid en de beleggers vraag is naar verandering.”

Lulof: “Bij Triodos hebben we van oorsprong een klantenkring met een hoog klimaatbewustzijn. En die groep verwacht dat de financiële sector verantwoordelijkheid neemt. Veel banken zetten de afgelopen jaren in op het vergroten van het aandeel groene financieringen van klimaatvriendelijke bedrijven en projecten. Maar dat gaat niet ver genoeg. Het gaat het er ook om dat de exposure in ‘brown assets’ – zoals financieringen van bedrijven in fossiele energie – worden afgebouwd in lijn met de doelstellingen die tijdens de klimaatconferentie in Parijs zijn afgesproken. Daar moet de nodige vaart achter worden gezet om deze doelstellingen te halen. En om grote schokken te voorkomen is het belangrijk om hier niet mee te wachten, maar een goed plan voor te ontwikkelen en hier dus echt goed op voor te sorteren. Voor ons geldt dat we ons altijd al voor de volle 100% op duurzame financieringen hebben gericht. We hebben geen exposure in fossiel.”

Egeter: “Begrijp me goed, ook ik vind dat de financiële sector werk moet maken van de klimaatambities. Maar ik denk dat de veranderingen niet zozeer vanuit een heel brede maatschappelijke druk komen. Voor veel burgers vormen klimaatrisco’s ondanks de urgentie en de vergaande gevolgen nog steeds een ‘ver van mijn bed show’. Dat heeft ook te maken met hoe de mens in elkaar zit denk ik. We zijn als mens nu eenmaal niet goed in ver vooruit denken.”

Bleijs: “Wat je in algemene zin ook ziet is dat financiële instellingen het niet gauw goed doen in de ogen van een breed publiek. Ze hebben de perceptie al jaren tegen en NGO’s laten regelmatig kritisch van zich horen om financiële instellingen nog eens op hun verantwoordelijkheden te wijzen. Dat is prima, want dat houdt de sector scherp. Tegelijkertijd moeten we ook oog hebben voor alle goede initiatieven in de sector. Er gebeurt echt heel veel goeds op dit dossier.”

Egeter: “Voldoen aan het Klimaatakkoord is eigenlijk het minste wat je kunt doen als financiële instelling.”

Bleijs: “Niet alle financiële instellingen onderschrijven dat akkoord. Bovendien is het eigenlijk niet ambitieus genoeg. Ten eerste omdat uit analyses blijkt dat het akkoord onvoldoende is om de doelstellingen van Parijs te halen. Ten tweede omdat de scenario’s waarmee in Parijs werd gerekend inmiddels ook al achterhaald blijken te zijn. We krijgen te maken met een hogere opwarming van de aarde.”

We moeten anders kijken naar fiduciaire verantwoordelijkheid
Itske Lulof
Directeur Energy & Climate, Triodos Investment Management

Kunnen jullie wat concrete veranderingen noemen die er in de financiële sector spelen nu klimaatrisico daar een grotere rol gaat spelen? 

Egeter: “Voor ons als verzekeraar is de impact op de schadelast heel concreet. De hevige regenval  heeft in Nederland in 2016 gezorgd voor een extra schade van 200 miljoen euro. Dat mist zijn uitwerking niet op onze producten. Maar er zijn ook kansen. Zo  voeren wij per 1 januari een overstromingsdekking in voor onze brandverzekering. Dat heeft behoorlijk wat voeten in de aarde, want je moet dan nieuwe risicomodellen ontwikkelen en als verzekeraar wil je natuurlijk niet over een nacht ijs gaan. Zeker omdat je maar beperkt kunt uitgaan van historische data is dat ingewikkeld. Toch ben ik eigenlijk verbaasd dat dit soort nieuwe producten nog maar mondjesmaat van de grond komen in de sector.”

Lulof: “We moeten in mijn ogen op een andere manier gaan kijken naar de invulling van de fiduciaire verantwoordelijkheid. In de klassieke opvatting gaat het er daarbij om dat je voor je klant het hoogste financiële rendement haalt tegen de laagste kosten. Maar dat is een te enge benadering. Waar het eigenlijk om moet gaan is het optimum van drie elementen: risico, rendement en impact. Met name bij financiering van projecten met een verre horizon moet je daar eerlijk naar kijken. Heel praktisch: als je kunt kiezen tussen een kolengestookte centrale die 8 procent rendement oplevert en een windmolenpark dat 7 procent oplevert, wordt er te vaak nog gekozen voor de kolengestookte centrale omdat die een hoger rendement brengt. Het is echter zinvol om een goede analyse te doen of die 8 procent in stresstesten ook wel echt houdbaar is. De vraag is of de externaliteiten – nu en over 20 jaar – wel afdoende worden meegenomen in de analyses. Dat gaat bepaald niet vanzelf en om dat goed te doen is veel kennis nodig. En die kennis kan dan veel waarde opleveren. Dat is de positieve kant van ESG: combineer zonprojecten met ontwikkeling van biodiversiteit; windprojecten met opslag van elektriciteit,  zon op daken in de wijk met elektrische deelauto’s enzovoorts. Dat is echte winst.”

Welke opties zijn er om de ingezette veranderingen in de financiële sector nog meer te stimuleren?

Bleijs: “We moeten de feiten voor zich laten spreken en duidelijk maken hoe klimaatrisico’s impact hebben. Ik heb zelf gezien hoe dat uitpakt als je de impact voor pensioenfondsen doorrekent. Veel kleinere fondsen hebben weinig kennis op dit specialistische vlak, maar als je dan laat zien wat klimaatrisco’s potentieel voor dramatische impact hebben op de dekkingsgraad, dan zijn bestuurders buitengewoon geïnteresseerd om meer te weten te komen.”

Egeter: “Het is belangrijk integraal te werken aan duurzaamheid. Een financiële instelling kan met producten inspelen op klimaatrisico’s, maar als je niks doet aan je eigen footprint ben je niet erg geloofwaardig. Via je huisvesting en je werkgeverschap moet je dus ook laten zien dat je het meent. Bij a.s.r. doen we daar veel aan.”

Vooral vanuit de hoek van de beleggers ontstaat druk voor verandering
Esther Egeter
Teammanager productmanagement voor a.s.r. Schade, vertegenwoordiger van het a.s.r. klimaatcomité

Is er met de juiste financiële prikkels ook meer te bereiken?

Lulof: “In de fee-structuren voor financieringen speelt het duurzaamheidsaspect langzamerhand steeds meer een rol. En het is wat mij betreft een prima idee om dat nadrukkelijker vorm te geven en daarmee partijen financieel te prikkelen om meer aandacht te hebben voor klimaatrisico’s.”

Bleijs: “Dat vraagt dan om indicatoren om aan die fee te koppelen. Zonder te willen pleiten voor een circus aan extra indicatoren denk ik dat die koppeling nog veel vaker moet worden gelegd.”

Lulof: “Niet alles is echter te vangen in financiële prikkels. Het gaat ook om een intrinsieke motivatie om te innoveren en samen te werken om de klimaatrisico’s te voorkomen. Maar de financiële prikkel met de grootste effectiviteit is wat ons betreft een goed werkende CO2 heffing, liefst wereldwijd, maar minimaal op Europees niveau. Die burgers tegemoet komt en waarvan de opbrengst wordt ingezet voor klimaatinnovatie.”

Deelnemers

Esther Egeter | EYe on Finance

Esther Egeter

Teammanager productmanagementvoor a.s.r. Schade, vertegenwoordiger van het a.s.r. klimaatcomité

Remco Bleijs | EYe on Finance

Remco Bleijs

Associate Partner Financial Services, Asset Management & Sustainability Services

Itske Lulof

Directeur Energy & Climate, Triodos Investment Management

Rebecca Scholten | EYe on Finance

Rebecca Scholten

Assistant Director Corporate Responsibility, EY

Samenvatting

Klimaatverandering heeft vanuit meerdere perspectieven grote impact op de financiële sector. Financiële instellingen moeten de risico’s van klimaatverandering adequaat meewegen in hun bedrijfsvoering, bijdragen aan het realiseren van politieke afspraken en ook nieuwe kansen pakken. Een lastige uitdaging en meer dan voldoende voer voor discussie in een round table met Esther Egeter (Teammanager productmanagement voor a.s.r. Schade, vertegenwoordiger van het a.s.r. klimaatcomité), Itske Lulof (Directeur Energy & Climate, Triodos Investment Management) en Remco Bleijs (EY), onder leiding van Rebecca Scholten (EY).

Over dit artikel

Door

Remco Bleijs

EY Nederland Associate Partner Financial Services

Proactief. Pragmatisch. Doelgericht. Stelt in samenspraak met de klant haarscherpe doelen, bewaakt deadlines en werkt toe naar optimaal resultaat voor de klant.

Bijdragers