Hoe kunnen universiteiten gedijen als de concurrentie toeneemt? Hoe kunnen universiteiten gedijen als de concurrentie toeneemt?

Door Peggy Geelen

EY Nederland Senior Manager Business Development

Verbindend. Conceptueel sterk. Resultaatgericht. Empathisch. Vindt het belangrijk dat de klantorganisatie ook leert.

9 minuten leestijd 6 nov. 2019

We zien in de steeds competitievere wereld van hoger onderwijs dat wie het beste met veranderingen kan omgaan, niet alleen de uitdagingen het hoofd biedt, maar er ook het meest succesvol uitkomt.

V

an Europa tot aan de Verenigde Staten hebben mensen de afgelopen jaren in de stemhokjes luidkeels hun onvrede geuit. Ook in de wat meer bedaarde wereld van het hoger onderwijs wordt die wind van verandering gevoeld. De sector maakt snelle en ingrijpende veranderingen door.

In de meeste ontwikkelde landen voeren universiteiten een felle strijd om middelen, studenten en internationale invloed. In veel ontwikkelingslanden is juist de vraag naar hoogwaardig onderwijs groter dan het aanbod. Wereldwijd zien hoger onderwijsinstellingen zich geplaatst voor ongekende uitdagingen die wijzigingen op hun businessmodel vereisen. We zien dat de instellingen die daar het beste mee omgaan, die uitdagingen niet alleen het hoofd bieden, maar er het meest succesvol uitkomen.

Om erachter te komen wat daarvoor nodig is, kijken we naar drie grote markten in de onderwijssector: de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Australië. Hoewel elk van deze markten zich weer anders heeft ontwikkeld, is de grote gemene deler de manier waarop kapitaal ingezet wordt; hoe breng je de vier onderling verband houdende elementen van kapitaal (menselijk, financieel, fysiek en reputatie kapitaal) in balans en welke argumenten zijn daarbij doorslaggevend. In hoofdstuk 4 kijken relateren we dat naar de Nederlandse situatie.

(Chapter breaker)
1

Chapter #1

Verenigde Staten: na het gouden tijdperk

Na een demografisch gestuwde bloeiperiode en technologische vooruitgang, is het gouden tijdperk van het hoger onderwijs echt voorbij.

Al sinds de jaren ‘30 wordt in het hoger onderwijs in de Verenigde Staten regelmatig verkondigd dat honderden hogescholen en universiteiten in hun voortbestaan worden bedreigd. In werkelijkheid hoeven slechts weinig instellingen de deuren te sluiten – gemiddeld ongeveer vijf per jaar. Daardoor zijn veel academisch bestuurders gaan geloven dat zij min of meer immuun zijn voor de economische factoren achter de (ontwrichtende) veranderingen.

Niets is echter minder waar. Het gouden tijdperk van het hoger onderwijs is echt voorbij. Na een langdurige bloeiperiode, die eerst demografisch gestuwd werd door de babyboomgeneratie en vervolgens technologisch voortgejaagd, bevindt het hoger onderwijs zich sinds 2009 in een stagnerende periode die gekenmerkt wordt door lagere overheidsuitgaven, achterblijvende inkomens bij gezinnen met studerende kinderen, en een grotere druk op onderwijsinstellingen om afgestudeerden voor te bereiden op een leven dat privé en zakelijk bijdraagt aan de samenleving. Toch betekent dit niet per se het einde van veel onderwijsinstellingen, zoals sommige kenners betogen. Wel vereist het andere keuzes in hoe instellingen de verschillende kapitaalbronnen inzetten.

Wij zien voor universiteiten twee mogelijke wegen. Ofwel instellingen bundelen hun krachten en gaan gebruikmaken van elkaars sterke punten. Ofwel ze stemmen de vier beschikbare kapitaalbronnen binnen de eigen instelling beter op elkaar af.

Hoe dan ook moeten Amerikaanse universiteiten zich volledig op hun missie richten. En die focus gebruiken om de vier kapitaalbronnen afgewogen in te zetten in dienst van die missie. Instellingen die weten in te zoomen op de werkelijke doelstelling achter hun mission statement en de implicaties hiervan onderkennen voor hun strategische planning, besluitvorming en kapitaalinzet, hebben de grootste kans van slagen.

(Chapter breaker)
2

Chapter #2

Australië: creatieve antwoorden in moeilijke tijden

De nabijheid van Azië en het westerse, Engelstalige universitair systeem maken van Australië een geliefde bestemming voor de hele regio.

Onderwijs is een van de belangrijkste exportproducten van Australië. In 2016 was de sector goed voor ruim 14 miljard euro. De nabijheid van Azië en het westerse, Engelstalige universitair systeem maken het een geliefde bestemming voor de hele regio. De afgelopen jaren heeft Australië geprofiteerd van een stijgende vraag naar hoger onderwijs, zowel binnenlands als buitenlands.

In 2014 veroorzaakte de Australische overheid echter een schok binnen het hoger onderwijs door een voorstel om de uitgaven per student te verlagen; in ruil voor dit verlies aan inkomsten mochten universiteiten collegegeld invoeren voor studenten. Na massaal protest verdween het voorstel van tafel, maar de boodschap was duidelijk: de regering kon het zich niet veroorloven het hoger onderwijs op hetzelfde niveau te blijven subsidiëren, en Australische universiteiten waren niet toegerust om te concurreren in een geheel gedereguleerde markt.

Hoe hebben universiteiten op deze nieuwe omstandigheden gereageerd? Een deel slaakte een zucht van verlichting en is – na een bezuinigingsronde – op de oude weg verder gegaan. Veel instellingen grepen de gelegenheid juist aan om nog eens goed na te denken over hun maatschappelijke rol en relevantie. Zij namen hun bedrijfsmodel op de schop en plaatsten de studenten in het middelpunt. De resultaten zijn fascinerend.

Een voorbeeld. De technische universiteit van Sydney richtte een nieuwe faculteit voor trans disciplinaire studies op waar studenten een diploma kunnen halen op basis van een concreet bestaand probleem, maar zonder vast studieprogramma. Dit stelt studenten in staat in samenwerking met bedrijfsleven en lokale gemeenschappen een vraagstuk op te lossen, gebruikmakend van uiteenlopende disciplines binnen de universiteit.

Desalniettemin ondervinden creatieve initiatieven nog sterke weerstand. Het is voor universiteiten moeilijk om op korte termijn concrete meerwaarde te creëren. Vaak ook hebben ze te maken met verouderde systemen die veel geld kosten om ze alleen al in stand te houden.

(Chapter breaker)
3

Chapter #3

Groot-Brittannië: nieuwe tijden

De sector ondergaat een transformatie door veranderingen in zowel regelgeving als technologie.

In Groot-Brittannië is het tijdperk van subsidies aan instellingen en de numerus fixus per instelling pas sinds vijf jaar voorbij, maar lijkt al tot het verre verleden te behoren. De sector ondergaat een transformatie door veranderingen in zowel regelgeving als technologie, en dat heeft weer invloed op koopgedrag.

De wijzigingen in de regelgeving zijn verstrekkend. De invoering van studentenleningen – die alleen terugbetaald hoeven te worden wanneer het inkomen van een afgestudeerde een bepaalde drempel overschrijdt – het vrijgeven van studentenaantallen en de lagere toetredingsdrempels hebben een echte markt gecreëerd. Tegelijkertijd wordt het toch al restrictieve immigratiebeleid voor zowel studenten als personeelsleden aan Britse universiteiten verder aangescherpt.

Het beroepsonderwijs wordt omgevormd en richt zich veel meer op stages bij werkgevers. Om deze hervorming te bekostigen is een specifieke loonheffing ingevoerd, waardoor werkgevers nu voor het eerst aanzienlijk bijdragen aan het beroepsonderwijs. Stages zijn de studieschuldvrije route geworden naar een diploma en een baan. Dit gaat de vraag naar stages op een hoger niveau opstuwen. Universiteiten zullen hier op moeten inspelen door dergelijke stages aan te bieden.

Online leren kwam maar schoorvoetend op gang in Groot-Brittannië, maar lijkt nu vaart te krijgen, met name op het postdoctoraal en beroepsniveau. Door het gemengde systeem van op werkgevers afgestemde onderwijsprogramma's met stages op hoger niveau moet digitaal leren meer terrein winnen binnen de bacheloropleidingen.

Naast stages vormen investeringen in grensoverschrijdend onderwijs en partnerschappen met bedrijven de voornaamste strategische keuzes. Dit alles impliceert voor de meeste instellingen een flinke cultuuromslag met grote gevolgen voor de inzet van menselijk kapitaal.

Verstrengeling

Wat betekent deze periode van veranderingen – met een scala aan reacties op lokaal niveau – nu voor hoger onderwijsinstellingen in het algemeen?

Ten eerste moeten ze hun sterke punten uitbuiten. Universiteiten zijn over het algemeen bijzonder veerkrachtige organisaties die in veel gevallen economische malaise, politieke omwentelingen of zelfs gewapend conflict hebben overleefd. Die lange adem danken ze voor een groot deel aan hun vermogen om uiteenlopende kapitaalbronnen aan te trekken. Dat maakt universiteiten tot complexe organisaties met veel stakeholders en allerlei verschillende structuren en doelen. Nu eens worden ze gezien als ondernemingen die inkomsten genereren, kosten maken, verkoopactiviteiten moeten ontplooien, klanten bedienen en resultaten leveren. Dan weer worden ze beschouwd als historisch unieke instellingen gericht op onderwijs en onderzoek ten dienste van de samenleving. Beide zijn natuurlijk waar: het zijn twee kanten van dezelfde medaille die van elkaar afhankelijk zijn. Als universiteiten willen floreren in een wereld die voortdurend in beweging is, moeten deze twee kanten hechter samenwerken.

Ten tweede moeten onderwijsinstellingen hun strategie afstemmen op de lokale markt en de lokale omgeving waarin zij opereren. In de VS gaat het erom een antwoord te vinden op de combinatie van afnemende vraag en toenemend aanbod. In Australië liggen de kansen in innovatie, in Groot-Brittannië is het juist de veranderende regelgeving die kansen biedt, en in Nederland liggen de kansen in internationalisering. 

(Chapter breaker)
4

Chapter #4

Nederland: disruptie in het onderwijs- en onderzoekslandschap

Nederlandse universiteiten leveren gezien hun maatschappelijke taak en de behoudende financiering van onderwijs en onderzoek, een excellente prestatie.

Nederlandse universiteiten leveren gezien hun maatschappelijke taak en de behoudende financiering van onderwijs en onderzoek, een excellente prestatie in vergelijking tot het Angelsaksische onderwijslandschap. Ook het hoger beroepsonderwijs presteert goed. Toch zijn er meer dan voldoende uitdagingen, zoals ook de meeste recente Staat van het Onderwijs van de Onderwijsinspectie stelt. Wereldwijde trends beïnvloeden ook het Nederlandse onderwijs- en onderzoekslandschap.

Een overzicht van enkele ontwikkelingen: 

  • Het aantal studenten is toegenomen en gaat fluctueren. Stijgende studentaantallen in sommige deelsectoren plaatsen instellingen voor grote uitdagingen. Zo geeft een aantal technische universiteiten het signaal af dat de groei, onder de huidige bekostiging, de borging van kwaliteit belemmert. Echter, vanaf 2022 voorzien demografische ontwikkelingen in een daling. Deze fluctuatie vraagt om een flexibele inzet van fysiek, menselijk en financieel kapitaal.
  • De impact van digitalisering op het onderwijs is groot. Nieuwe interactieve en gepersonaliseerde leervormen zoals blended learning (een mix van digitaal en klassikaal onderwijs) en MOOCs (Massive Online Open Courses) vragen om innovatie van het onderwijsproces, aanpalende ondersteunende processen en een nieuw perspectief op diploma-erkenning. Onlangs startte de TU Delft een bijzonder project dat studenten in staat stelt MOOCs te volgen aan twee Australische en een Zwitserse universiteit in ruil voor studiepunten. De TU neemt hier het voortouw bij het openbreken van het internationale landschap in het digitaal onderwijs.
  • Voor een open economie als de Nederlandse is internationalisering in het onderwijs een belangrijk thema. Inspanningen om een internationale studentenpopulatie te bereiken, resulteren inmiddels in een stijgend aantal buitenlandse studenten aan Nederlandse hoger onderwijs instellingen. Een mogelijk gevolg van de Brexit zou kunnen zijn dat Britse universiteiten zich oriënteren op de oprichting van branch campussen in Nederland om zo hun onderzoeksfinanciering veilig te stellen.
  • De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven intensiveert. Het Nederlandse  wetenschaps- en topsectorenbeleid ten aanzien van financiering van onderzoek, prestatiebekostiging en de intrinsieke motivatie om maatschappelijke waarde te creëren en toekomstbestendige aansluiting van het onderwijs op de (regionale) arbeidsmarkt te borgen, zijn daarvoor belangrijke drijvers. Het behoud van reputatiekapitaal is cruciaal om duurzame groei en kwaliteit te borgen. 

Samenvatting

Wereldwijd zijn universiteiten op zoek naar de juiste mix van menselijk, financieel, fysiek en reputatie kapitaal om duurzame groei te realiseren. Het is belangrijk daarbij de academische en zakelijke kant samen te brengen, en de strategie aan de lokale marktomstandigheden aan te passen.

De ontwikkelingen binnen het Nederlandse hoger onderwijs dwingt instellingen tot een continue (her)bezinning op de inzet van hun menselijk, fysiek, reputatie en financieel kapitaal. Flexibiliteit, ondernemerschap en een continue dialoog met alle (internationale) maatschappelijke stakeholders is cruciaal om toekomstbestendige institutionele groei in kwaliteit te borgen.

Over dit artikel

Door Peggy Geelen

EY Nederland Senior Manager Business Development

Verbindend. Conceptueel sterk. Resultaatgericht. Empathisch. Vindt het belangrijk dat de klantorganisatie ook leert.